Jane Eyre

Het zijn gouden tijden voor schoolmeesters die hun klas al eens
graag meenemen op een veldtrip richting cinema: ‘The King’s Speech’
speelt uitzonderlijk terug even in sommige zalen, in de nieuwe
Clint Eastwood wordt het leven van FBI-opperhoofd J. Edgar Hoover
verkend, David Cronenberg onderzoekt de roots van de psychoanalyse
met het swingende ‘A Dangerous Method’ én we krijgen nog maar eens
een BBC-verfilming van een strak in het korset gesnoerde
kostuumroman in de vorm van ‘Jane Eyre’. Al had daar evengoed
‘Wuthering Heights’, ‘Pride & Prejudice’ of ‘Middlemarch’
kunnen staan: de eerste echt grote film van regisseur Cary Fukunaga
is een braaf, conventioneel en degelijk in elkaar gestoken drama
dat de clichés van het genre niet kan overstijgen. Wel leuker dan
een les wiskunde, en dat is altijd meegenomen.

Voor zij die – net als wij – op voorhand geen fluit wisten over
het verhaal: Fukunaga zet zijn camera aan op het moment dat Jane
Eyre (Mia Wasikowska is goed bezig) wanhopig door de
heidelandschappen van Engeland doolt. Uitgeput en verkleumd wordt
ze gevonden door John Rivers (Jamie Bell), een goedhartige pastoor
die haar onder zijn hoede neemt. Terwijl zij het op zich neemt
onderwijzeres te worden in de lokale dorpsschool, krijgen we te
zien wat voorafging aan haar dramatische vlucht: hoe zij als klein
meisje door haar voogd wordt afgescheept naar een dictatoriale
kostschool, waarna ze als gouvernante aan de slag gaat op het
eenzame landgoed van de mysterieuze mijnheer Rochester (Michael
Fassbender) en daar – hoe kan het ook anders – verwikkeld raakt in
een klassenoverstijgende love story.

Het lijkt alvast alsof de crisis nu eindelijk ook Hollywood
heeft getroffen: misschien ligt het aan ons, maar de laatste tijd
zien wij her en der steeds opnieuw dezelfde gezichten opduiken.
Ryan Gosling leek vorig jaar met geen napalm van het scherm te
branden, heel Hollywood zat onlangs nog voor het gemak in ‘New
Year’s Eve’ – werken die acteurs aan budgettarieven, misschien? –
en ook de laatste dagen is het al herkenning wat de klok slaat:
Vincent Cassel blijft zijn scenario’s kiezen onder het motto “als
er wat te vogelen valt, doe’k mee” (zie recent: ‘A Dangerous
Method’), Carey Mulligan staat op de speed dial van heel
indie Hollywood en zit dus ook in ‘Shame’, terwijl Judi Dench deze
week zowel het moesje van Leonardo “ziet het er echt niet uit als
plasticine?” DiCaprio als een goedaardige huishoudster in ‘Jane
Eyre’ speelt. Maar het is natuurlijk Michael “moet er hier nog
ergens geacteerd worden?” Fassbender die écht opvalt: enkele
studio’s hebben hem kennelijk tijdens de solden te stekken gehad,
waardoor hij heden in drie (!) films tegelijk te zien is.

Stof die aanzet tot nadenken, me dunkt. Maar we gingen het nog
hebben over ‘Jane Eyre’. Alleen valt daar nu ook weer niet zó veel
over te vertellen. De beeldvoering is zo klassiek als het schattige
jurkje van Mia Wasikowska, enige durf en lef aan de zijde van de
scenaristen ei zo na onbestaande en de acteurs debiteren hun
dialogen alsof ze de poëzie van Lord Byron aan het opzeggen zijn.
In de handleiding ‘Jane Austen-Engels’ moet zo bijvoorbeeld staan:
“Zeg niet: ‘Ik zie u wel zitten’, maar zeg: ‘You transfix me
quite’.” Ha ja! Als gevolg blijft de tragisch gedoemde relatie
tussen Wasikowska en Fassbender jammerlijk aan de oppervlakte
krabbelen. Het is heel moeilijk om echt méé te zijn met de
zielenroerselen van de twee omdat ze weigeren op een normale manier
met elkaar te communiceren en Fukunaga daarvoor niks – geen
smachtende blikken, geen brandend vuur rond de lendenstreek – in de
plaats stelt.

De mooiste beelden – die
waarin de enige belichting net als in ‘Barry Lyndon’ afkomstig is
van het kaarslicht, bijvoorbeeld – kunnen zeker bekoren, maar het
zijn er ocharme zo weinig. Héél soms werden wij herinnerd aan
Nederlandse barokschilders als Vermeer – en zou Mia Wasikowska geen
perfecte ‘Girl with a Pearl Earring’ zijn? – maar dat was dan
steevast in establishing shots die binnen de twee seconden
alweer voorbij waren gevlogen. Verder toont Fukunaga zich een
visueel doodbraaf, niet bijster interessant filmmaker die ook qua
thematiek in het kinderbadje van het zwembad blijft. Akkoord, je
krijgt een scheut gothic horror en een soeplepel protofeminisme,
maar eerlijk: dat ziet een mens toch opduiken in élk kostuumdrama
geïnspireerd door de pennen van George Eliot, Emily Brontë of, in
dit geval, diens zus Charlotte? Fukunaga doet er helemaal niets mee
en laat zijn personages gestaag richting credits slenteren.

Als u een liefhebber van het genre bent, is deze ‘Jane Eyre’
niet beter of niet slechter dan alle andere BBC-producties die haar
zijn voorafgegaan. Alleen: is dat nu ook voldoende? Er zit geen
schwung in het verhaal, zelfs tussen de ongelooflijk getalenteerde
acteurs knéttert het niet en nergens kregen wij ook maar eventjes
dat heerlijke gevoel in onze onderbuik dat wij naar pure,
onversneden cinema zaten te kijken. In vergelijking met ‘A
Dangerous Method’ – dat andere kostuumdrama dat nu in de zalen
loopt – is ‘Jane Eyre’ zo mak als een lammetje. Oké in mekaar
gestoken, maar van een doordeweeksheid die grenst aan het
onverschillige.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in