Hero




Chinees regisseur Zhang Yimou kennen we doorgaans van tamelijk
intieme, dramatische films als ‘Ju Dou’, ‘Raise The Red Lantern’ en
‘Shanghai Triad’ – stuk voor stuk somptueus in beeld gezette films,
die het leven van kleine, onbelangrijke mensen laten contrasteren
met koninklijke settings en de adembenemende natuur als fysieke
achtergrond. Films dus, die op het eerste zicht weinig te maken
hebben met ‘Hero’, een martial arts-epos dat werd opgetrokken uit
spectaculair georchestreerde actiescènes, en bevolkt wordt door
mythische helden en schurken, die met de gewone mensen uit Yimou’s
vorige projecten niets te maken hebben. Iemand van slechte wil zou
zelfs kunnen beweren dat de regisseur op een lome zondagmiddag naar
‘Crouching Tiger, Hidden Dragon’ zat te kijken en besloot ook zo
eens iets te doen. Ik was niet echt een fan van Ang Lee’s nogal
overschatte Eastern (Aziatische tegenhanger van de western, voor
wie het niet mocht weten), maar wees gerust: deze is beter. Niet
fantastisch, maar wel beter.

In de derde eeuw voor Christus is China opgedeeld in zeven
provincieën, elk geregeerd door een eigen koning. De koning van de
Qin-provincie is de machtigste en meest meedogenloze, maar hoewel
verschillende moordenaars al pogingen ondernamen om hem een kopje
kleiner te maken, is niemand er ooit in geslaagd. Onze naamloze
titelheld (Jet Li), krijgt een audiëntie bij de koning (Daoming
Chen), nadat hij drie potentiële killers heeft gedood: Gebroken
Zwaard, Vliegende Sneeuw en Hemel. Over de loop van de film zien we
Naamloos de koning vertellen hoe hij dat heeft gedaan, maar spreekt
hij wel de waarheid? Leugen, werkelijkheid en gissingen naar beide
gaan door elkaar lopen, tot we naar het einde toe een
‘Rashomon’-achtige structuur krijgen, met flash-backs binnen
flash-backs, omlijst door een verteller die alles behalve
betrouwbaar is.

De structuur is evenwel ingewikkelder dan de inhoud, want in
essentie gaat het hier om een vrij eenvoudig wraakverhaaltje, met
een liefdesgeschiedenis als nevenplot eraan vastgehangen. Weef drie
verschillende versies van dezelfde doodsimpele plot door elkaar, en
misschien dat je publiek dan niet opmerkt dat je in feite maar
weinig te vertellen hebt. Net zoals in die andere grote martial
arts-film die deze week is uitgekomen, ‘Kill Bill’, is dit een geval van stijl over
inhoud. Een heel andere stijl dan die van Tarantino, maar toch.

Yimou is altijd al een indrukwekkend visueel stilist geweest, en
in samenwerking met zijn cameraman Christopher Doyle (zie ook
‘The Quiet American’ en ‘Rabbit-Proof Fence’), weet hij van ‘Hero’
een soms ongelooflijk schouwspel te maken. De personages vliegen
letterlijk over bomen en meren, de camera volgt in een extreme
close-up twee zwaarden die langs elkaar knarsen, met knetterende
vonkjes als gevolg, we volgen het standpunt van een door de lucht
klievende pijl tot het punt van impact, enzovoort… Het aantal
spectaculaire shots is simpelweg niet te tellen, en beschamen alles
wat er in ‘Crouching Tiger, Hidden Dragon’ werd gedaan, met twee
scènes als absolute uitschieters.

De eerste is het duel tussen Naamloos en Hemel, op het
binnenpleintje van een herberg. Go-tafel in het midden, een oude
man die muziek speelt terwijl de twee mannen zichzelf mentaal
voorbereiden op de strijd, en een meedogenloos neerplensende regen.
De manier waarop die (lange) scène werd gemonteerd, met in slow
motion neervallende regendruppels en haast oneindige close-ups van
de tegenstanders om spanning op te bouwen, doet sterk denken aan
het werk van Sergio Leone in zijn spaghettiwesterns (voor zover het
idee van een naamloze held u daar nog niet aan deed denken). Hoewel
één bepaald effect (het doorbreken van de regen met het zwaard)
verdacht sterk op bepaalde shots uit ‘The Matrix: Reloaded’ leek, is en blijft
dit een brokje pure cinema.

Het tweede is het duel tussen Naamloos en Vliegende Sneeuw in
een plots herfstig park (schijnbaar kunnen de personages hier zelfs
de seizoenen beïnvloeden). Een wervelwind aan gele, dan rode
blaadjes waait op, en geeft aan het opnieuw lang uitgerokken
gevecht het air van een ballet waarin de dansers niets verschuldigd
zijn aan de zwaartekracht. De schoonheid van de beelden die Yimou
hier tevoorschijn tovert, is enorm.

Dat zit dus allemaal wel goed, maar toch blijven er problemen
met de film. Niet alleen dat ‘Hero’ nergens over gaat – ‘Kill Bill’ ging uiteindelijk ook nergens
over – maar wel dat de film zichzelf zo onvoorstelbaar serieus
neemt. Humor is schaars in dit wereldje, en werkelijk élke scène is
een uitgebreid “set piece” dat geen enkele ruimte laat voor
spontaniteit of oprechte menselijke emotie. Er zit een
liefdesverhaal in de film, maar dat weten we enkel omdat ons dat
verteld wordt – uit de handelingen van de personages in kwestie
zouden we het niet meteen kunnen afleiden. ‘Hero’ sleept zich voort
van de éne groots opgezette, bombastische actiescène naar de
volgende, waardoor de film aanzienlijk langer gaat lijken dan z’n
98 minuten speelduur. En alle humor en spontane emotie gaan
verloren in het gedrang van Yimou’s martial arts-choreografie en
plaatjesfilmerij. Soms zou je de regisseur letterlijk willen
toeschreeuwen om z’n kadrering even twee minuten te vergeten en
gewoon eens een geloofwaardige scène tussen twee personages te
geven, waarmee we als publiek een binding kunnen voelen. Maar niets
van dat, want er staat altijd nog wel een zoveelste (weliswaar
briljant in beeld gezette) actiesequens te wachten.

‘Hero’ is een visueel meesterwerk, maar bij gebrek aan een goed
verhaal, personages waar we iets voor kunnen voelen, óf het soort
van ongegeneerde fun waar ‘Kill Bill’ mee scoorde, blijft dit
weinig meer dan mooifilmerij. Yimou is een beter verhalenverteller
dan dit, dat hebben zijn vorige films bewezen. De volgende keer mag
hij zich opnieuw wat minder met zijn lenzen gaan bezighouden, en
wat meer met z’n scenario.

Pagina iniziale

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in