Verder Dan De Maan




Net nu Tom Barman met ‘Any Way The
Wind Blows’
en Erik Van Looy met ‘De
Zaak Alzheimer’
bewezen hadden dat Vlaamse films best wat
schwung mogen bevatten, dat er wat leven in mag zitten en dat
traditionele thema’s er zijn om verworpen te worden ten voordele
van nieuwe waarden en ideeën, net nu krijgen we de nieuwste van
Stijn Coninx in de zalen. ‘Verder Dan De Maan’ wordt de officiële
Belgische inzending voor de Oscars, hoewel een mens zich kan
afvragen waarom. Op enkele bijrolacteurs en de regisseur na, wordt
de hele film bevolkt door Nederlanders, en nog apart daarvan gezien
is dit precies het soort van oubollige, stoffige cinema waarmee
geen enkel land met een beetje gezond verstand het buitenland zou
proberen te veroveren.

Huub Stapel (u misschien nog bekend als Johnny uit ‘Flodder’) en
Johanna Ter Steege, ooit nog op magistrale manier spoorloos in…
euhm… ‘Spoorloos’, spelen Mees en Ita Werner, een echtpaar dat in
1969 op het Nederlandse platteland varkens kweekt. Door de ogen van
hun oudste dochtertje Caro, die op het punt staat haar communie te
doen, zien we hoe het gezinsleven van de Werners in elkaar zit.
Vader is een dronkaard, die keer op keer belooft zijn leven te
beteren, maar kort daarop teruggevonden kan worden tussen zijn
varkens met een fles jenever in z’n hand. Moeder moet lijdzaam
toezien en probeert de kinderen niet de dupe van de situatie te
laten worden, en terwijl de vier overige kinderen door Coninx
gereduceerd worden tot continu jennende en joelende
achtergrondfiguren, probeert Caro haar angst te overwinnen om te
leren zwemmen.

Gedurende de laatste jaren zijn er verschillende pogingen
geweest om de Belgische filmproductie uit te tillen boven het
cliché van de boerendrama’s of anderzijds het loodzwaar sociaal
pamflet. Met een aantal degelijke producties (denk ook aan het
bevreemdende, maar ontegensprekelijk vernieuwende ‘The Emperor’s Wife’), waren er duidelijke
tekenen dat we klaar waren voor iets anders dan de opgewarmde kost
van vroeger, dat we de 21ste eeuw gingen binnenstappen. Maar in het
universum van Stijn Coninx is daar schijnbaar geen ruimte voor –
‘Verder Dan Maan’ suggereert zelfs dat hij er nog steeds niet erg
tevreden mee is dat hij de 20ste eeuw moet omarmen. Eigenlijk
hadden we al kunnen weten dat het slecht zou aflopen, zodra Johanna
Ter Steege in de eerste scène geïntroduceerd werd met haar arm tot
aan de ellenboog in de tochus van een zeug.

Nochtans zitten er aan het begin van de film een paar scènes die
goed geobserveerd zijn. Stapel kondigt zijn kinderen haast ruftend
van genoegen aan dat hij frieten gaat halen (excuseer, “patat”, het
is tenslotte een Vlaamse film), en vertrekt samen met Caro, om
uiteraard meteen een café in te duiken. Veel later komt hij dronken
thuis, mét koude frieten, en verplicht hij zijn slapende kinderen
om toch maar per sé op te staan en naar beneden te komen om ze op
te vreten. Dat is iets dat een alcoholist echt zou doen, kan ik me
voorstellen, het is het typische beeld van de mislukte huisvader
die toch zo graag een perfecte vader en echtgenoot zou willen
zijn.

Voor het overige dompelt Coninx ons helaas onder in het soort
van heikneuterigheid waarvan we allemaal al lang geleden gehoopt
hadden dat we er definitief van verlost waren. Pastoors die als
sociaal werkers optreden en onder het genot van een “witteke”
proberen het drankprobleem van hun parochianen op te lossen
(tja…), het gebruik van het varken als symbool voor het geloof
van een kind in haar vader, een lang uitgerokken communiefeest
waarop de feesthoedjes en toeters rijkelijk de ronde doen,
enzovoort. U kunt het zo banaal en voorspelbaar niet bedenken, of
het zit er wel in. Natuurlijk moet goeie cinema niet meteen
grensverleggend of hyperkinetisch zijn om waarde te hebben – vaak
kan er met heel eenvoudige, sobere middelen heel veel effect
bereikt worden – maar ook inhoudelijk krijgen we weinig meer dan
voor de hand liggende thema’s zoals alcoholisme, ouders en hun
kinderen, het vasthouden aan ouderwetse waarden en religie ondanks
de vooruitgang van de wetenschap, en wat dies meer zij. Dat deuntje
hébben we al wel eens gehoord.

Johanna Ter Steege doet wat ze kan met haar rol, en Neeltje de
Vree weet zowaar een beetje naturel in een zeer onnatuurlijke rol
te leggen als Caro – nergens gedraagt ze zich als een kind van
negen, ze is simpelweg een kleine volwassene. Tegenover hen staat
echter Huub Stapel die hier een genante parodie van een zatlap
neerzet. Hij strompelt over de sets, trekt grimassen en lalt zijn
teksten alsof hij de dronkaard speelt in een boulevardklucht.
Stapel is hier trouwens de mieterigste alcoholist die het scherm
ooit gezien heeft – we zien hem een lek jenever uitdrinken, en à la
minute is hij stiepelzat, tot op het punt dat hij zijn vrouw in het
openbaar vernedert en mensen van z’n boerderij afjaagt – “Van m’n
éééref!”, inderdaad.

De film eindigt met een bespottelijke plotwending die vermijdt
dat Coninx een aantal dramatische lijnen in z’n film moet afwerken,
én met, als uitsmijter, een kanjer van een historische fout. De
familie Werner kijkt naar de maanlanding, naar Neil Armstrong die
z’n beroemde woorden uitspreekt terwijl hij van het laddertje op
het maanoppervlak stapt, en ze doen dat allemaal tesamen, overdag.
Gezellig. Alleen jammer dat die maanwandeling in werkelijkheid
begon om 4 uur 56 ‘s ochtends, onze tijd. In een andere film zou
dat me waarschijnlijk niet kunnen schelen, in ‘Verder Dan De Maan’
is het gewoon nog eens één extra reden om me te ergeren.

“God stelt ons op de proef,” verzekert Huub Stapel ons tot
vervelens toe over de loop van deze schier eindeloze prent. En hij
heeft gelijk. Met films als ‘Verder Dan De Maan’, bijvoorbeeld.

http://www.verderdandemaan.nl/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 6 =