Vier jaar na het laatste teken van leven van Let’s Eat Grandma is het solotime. Terwijl Jenny Hollingworth zich ontpopt tot Jenny On Holliday (een samenwerking dringt zich op) doet andere helft Rosa Walton het met Tell Me It’s A Dream onder eigen naam en met een eigen smoel.
Voor de paniek toeslaat: geen zorg, Let’s Eat Grandma komt terug. Heus. Maar eerst even dit dus. Want dat de voormalige hartsvriendinnen elkaar al opgroeiend wat waren kwijtgeraakt, dat las je overal ten tijde van laatste plaat Two Ribbons. De brokken zijn ondertussen gelijmd, maar even apart nieuwe horizonten verkennen leek toch aangeraden. En dus zoekt Rosa Walton op Tell Me It’s A Dream naar een andere taal, die toch verdacht dicht bij haar moederschip eindigt.
Zelfs al liggen synths aan de basis, dit is een gitaarplaat. Ik weet niet of het echt belangrijk is, maar zij vindt het belangrijk. En ja, ze klinkt hier in elk geval toegankelijker dan bij het soms wel erg quirky Let’s Eat Grandma. Wat echter gebleven is, is haar oor voor catchy pop. Van bij opener “Heart To Heartbreak” is de agenda duidelijk: don’t bore us, get to the chorus.
Je hoort het nog meer aan “Sorry Anyway”, dat effectief het meest aanstekelijke refrein van de hoop heeft; die “hey!” waarmee ze zichzelf aanmoedigt! Dat het als song niet helemaal overeind blijft is dan maar een bijgedachte, een prachtpleidooi voor imperfectie is het sowieso: “But if you want the lightning / There’s gonna be thunderbolts and rain / You’re missing all the scenery / Will you put down the map / And stop trying to be perfect? / Baby, I thrive when we mess it up.”
Ook mooi: “Taking The Roof Down”, waarin Walton mooi harmonieert met zichzelf, haar zanglijn misschien wel de sterkste van de plaat is. Het meest vanzelfsprekend klinkt echter “Wave Machine”, waarin alles vloeit, tot de modulatie op het einde toe. En is het dan misschien geen Cure, met dat “On Friday, I guess I’m in love” ligt de knipoog er dubbeldik op, en minstens even poptastisch is het in elk geval.
Grand cru over de hele lijn wordt het niettemin niet. Daarvoor vervalt Walton ook solo in hetzelfde soort midtempo gefröbel waar ook Let’s Eat Grandma zich al eens in verliest. In “July” zoekt ze hetzelfde soort psychedelische folksferen, maar ook in meer klassieke songstructuren gedwongen, weet het weinig te begeesteren. Hetzelfde gaat op voor “Halfway Round The World” dat dromerig wil zijn, maar landt bij zeurderig. Dat haar schrille stem na verloop van tijd gaat vervelen, helpt niet. Je kunt dan Kate Bush bovenhalen als verdediging, het blijft bij momenten toch wel heel erg een acquired taste.
Met negen nummers op een dik halfuur is Tell Me It’s A Dream gelukkig kort genoeg om nooit langer te blijven dan het welkom is. Of dit nu een tussendoortje wordt of een volwaardig begin van een solocarrière: Rosa Walton maakt er wel iets van.




