Sherlock Holmes :: A Game of Shadows

U wilt zich al voorbereiden op de – na een avondje ongegeneerd
marathonzuipen – onafwendbaar afgrijselijke rotdag die 1 januari
heet? Op de godafschuwelijke koppijnen die u zullen teisteren
wanneer het eerste licht van 2012 door de bomen komt pieren? Op dat
misselijkmakende gevoel dat u vanuit uw darmen naar uw slokdarm
voelt opborrelen wanneer u aan de opruim begint en de walmen van
tientallen lege blikjes bier u tegemoetkomen? Prima, ‘Sherlock
Holmes: A Game of Shadows’ – voor het gemak gereleaset net voor
Nieuwjaar – zal u zonder twijfel een Garfield van een kater
bezorgen en vormt dus een ronduit excellente voorbereiding! Is-ie
toch nog ergens goed voor!

Sherlock Holmes (Robert Downey Jr. laat geen spaander heel van
Arthur Conan Doyles klassieke personage) loopt zijn oude
vriendinnetje Irene Adler (Rachel McAdams) tegen het lijf wanneer
die een pakje vervoert voor een zekere professor Moriarty (Jared
Harris). Holmes is de man al maandenlang op het spoor en vermoedt
dat het heerschap complotten voert over de hele wereld. Het
precieze wat of waarom van de operatie ontgaat hem echter en hij
gaat dan maar op onderzoek uit met zijn kompaan Watson (Jude Law),
die na zijn huwelijk door Moriarty in het vizier wordt genomen. De
zigeunerin Madam Simza (Noomi Rapace) leidt hen vervolgens van een
anarchistengroepering in Parijs naar een fabriek in Duitsland en
tenslotte tot een zwaarbewaakt fort in de Zwitserse bergen.

Dat verhaaltje hangt echter aan elkaar met de logica van een
gemiddelde ‘Pirates of the Caribbean’-film. Regisseur Guy Ritchie
(díé weer) kiest ervoor om zo weinig mogelijk uit te leggen aan
zijn publiek en alleen maar de gedachtegang te volgen van zijn
protagonist. Spijtig genoeg is Holmes 2.0 een geflipte narcist met
het geestelijk vermogen van dat ene beest met zijn scheef
rondtollende ogen en psychopatische lach uit ‘Gremlins 2’. Zo kan
Ritchie van de hak op de tak en van de ene locatie naar de andere
springen alsof het niets was. Ha ja, want Sherlock Holmes is
zodanig briljant dat die de links altijd wel gezien heeft. Gewone
mensen kunnen dan blijkbaar na vijf minuten al niet meer volgen, zo
hebben wij gemerkt.

Zo krijg je een detectivefilm waarin het speurwerk hoegenaamd
onbestaande is. Soms krijg je eens een close-up van een bepaald
object, waarbij Sherlock zijn rechterwenkbrauw een kléín beetje
naar omhoog trekt zodat je weet dat hij iets heeft gezien. Meestal
krijg je dan ongeveer drie kwartier later een dialoog zoals deze:
“Maar Holmes, hoe wist je in godsnaam dat we hier moesten zijn?”
waarop Holmes: “Ha, in het kantoor lag een takje kamperfoelie dat
alleen groeit in de Mbongataka-bergen in Somalië, maar de as die
erop lag kwam duidelijk van een geïmporteerde Canadese elk, dus
moest onze dader wel een mimespelende dwerg met daddy
issues
zijn. En die wonen allemaal in Parijs. Elementary,
dear Watson
.” ‘t Was alleszins iets in dien aard. Alleen zegt
Holmes spijtig genoeg nooit “Elementary, dear Watson.”
Boe!

Ritchie speelt dus de hele tijd vals. Zijn scenario houdt geen
steek, dus vertrouwt hij erop dat het publiek redeneert, “ik heb er
geen snars van begrepen, maar Robert Downey Jr. weet precies wel
waar hij mee bezig is. Fair enough!” Dat zou stiekem helemaal niet
zo erg zijn – dit zijn typische problemen waarop je in dit soort
films eigenlijk helemaal niet mág focussen – als Ritchie een
genietbare blockbuster had gemaakt. Helaas: zijn visuele stijl is
al even onoverzichtelijk en lelijk digitaal als die van Michael
Bay, de montage werd – zo leek het – uitgevoerd door een
hyperactieve peuter met een rammelaar, en een mooie camerabeweging
zo nu en dan niet te na gesproken heeft Ritchie geen idéé hoe hij
een scène in elkaar moet steken. Bij de cross-cutting tussen een
operavoorstelling en een bomaanslag waant de man zich eventjes
Brian De Palma, maar het resultaat is even protserig als
prutserig.

Met Noomi Rapace, die hoge ogen gooide als Lisbeth Salander in
de Zweedse verfilmingen van de ‘Millennium’-trilogie, en Jared
Harris, die een héérlijke slechterik neerzette in de onderschatte
J.J. Abrams-reeks ‘Fringe’, had de cast er twee getalenteerde
nieuwkomers bij, maar ze krijgen allebei veel te weinig te doen, en
vooral Rapace lijkt zich met zichtbare tegenzin door haar dialogen
te ploeteren. Ondertussen is Downey Jr. – ‘t is écht tijd om eens
een ander rolletje te spelen, man – hopeloos irritant en Jude Law
weinig meer dan “çava”: de homo-erotische energie tussen de twee
bereikt trouwens een niveau waar Mick Jagger en David Bowie in de
eightiesclip van ‘Dancing in the Street’ (één van de redenen waarom
YouTube uitgevonden is) nog een puntje aan kunnen, euh, zuigen. In
elke recensie over ‘Sherlock Holmes: A Game of Shadows’ zou,
schijnt het, verplicht minstens één dick joke moeten
staan. Bij deze!

Kunnen nog enigszins door de beugel: de grootse, aan ‘Sweeney
Todd’ herinnerende decors – hier spijtig genoeg door een lelijke
grijsbruine filter geflikkerd – de kostuums (en dan hebben we het
vooral níét over de dragoutfits van Robert Downey Jr.) en de
voertuigen, die mooi passen in de Victoriaanse tijdsgeest. Qua
production design zit het dus wel snor, voor de rest trekt het op
niet veel. Wie graag twee latent homofiele buddies
kibbelend als oude wijven door Europa ziet trekken, van de ene
saaie set piece in de andere belachelijke jurk vallend – dat alles
aan een tempo waar u koppijn van krijgt en met slow-mo-effecten die
tien jaar geleden al passé waren – moet deze maar eens een kans
geven. Aan al de rest: trek een fles champagne open, vier het
nieuwe jaar, en verdien uw kater maar gewoon the old-fashioned
way
. Santé!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 2 =