De enige echte reden om de zoutloze rampenthriller Deep Water te bekijken is om er zeker van te zijn dat u de waarschuwingen op een vliegveld over het ontkoppelen van batterijen in reiskoffers die het ruim ingaan, serieus zou nemen. Het is immers een recalcitrant stuk elektronica dat duidelijk niet ontkoppeld werd (en dat op nogal belachelijke wijze niet wordt opgemerkt tijdens de controle) dat vuur vat en ervoor zorgt dat een vlucht in het water belandt, alwaar de scherpe tanden van haaien tevergeefs moeten proberen zorgen voor wat extra vuurwerk in een verder saaie bedoening.
Vanuit filmhistorisch perspectief is er echter nog een reden om Deep Water te bekijken: namelijk als illustratie van de complete vrije val waarin de carrière van de eens getalenteerde regisseur Renny Harlin terechtgekomen is. Harlin regisseerde ooit opwindende sequels zoals Die Hard II en het heerlijk surrealistische A Nightmare on Elm Street IV – The Dream Master, maar zijn late filmografie is om van te huilen. Sterker nog, wanneer er haaien in het spel zijn, weet Harlin nochtans van wanten: Deep Blue Sea was géén Jaws, maar het was zeker een van de betere titels in de eindeloze reeks films die een variant zijn op het haai-bijt-mensen verhaaltje. Niet zo voor Deep Water dat ons eerst drie kwartier lang doorheen een klassiek rampenverhaaltje loodst waar eventueel wel iets had ingezeten, om vervolgens te veranderen in een soort overlevingsrace tussen de haaien. De personages (inclusief één dat knipoogt naar Shelley Winters in de rampenklassieker The Poseidon Adventure en een man die zo onuitstaanbaar is dat we gewoon wéten wat er met hem zal gebeuren) moeten dus niet alleen voorkomen dat ze verdrinken, maar ook dat ze opgevreten worden. Voordat het zover is, is er natuurlijk een crash nodig en die slaagt wel in een opvallend opzet: de speciale effecten zijn zo slecht dat het knullige neerstorten van een vliegtuig in Sam Raimi’s Send Help eerder dit jaar, plots een meesterstukje lijkt. Het kan blijkbaar nóg slechter, want de effecten voor de haaien zijn zo erbarmelijk, dat je bijna medelijden krijgt en je je gaat afvragen of er nu echt niet een klein beetje extra budget was om met iets beter voor de dag te komen.
Wellicht niet, want ook de rest van de technische invulling is abominabel: belichting,
camera, post-productionele inkleuring …het is allemaal van een bedroevend laag niveau: een late scène bij zonsondergang roept dan ook eerder hoongelach op dan dat ze de verstilde emotie evoceert die we verondersteld zijn om te voelen. Lachen kunnen we ongewild ook met de veelal overdreven acteerprestaties, en medeleven kunnen we voelen voor diegenen die het er wel goed vanaf brengen maar helaas in de verkeerde film zitten om daar iets mee te doen: wat een verspilling van het talent van de jonge actrice Molly Belle Wright, die in het nakende Omaha nochtans laat zien dat ze echt wel meer aankan dan het stereotiepe kind spelen in een mislukte rampenfilm.



