“Crimineel die een laatste grote klus wil klaren om dan voorgoed afscheid te nemen van de misdaadwereld” is een klassiek sjabloon dat titels kleurde als Bob Le Flambeur, Armored Car Robbery, A Colt is My Passport en uiteraard Heat. Die laatste film van Michael Mann is zo’n moderne klassieker dat helaas veel te veel films proberen om Heat te zijn, maar meestal inzake kwaliteit zelfs niet tot aan de enkels reiken van dat grote voorbeeld.
Crime 101 van de weinig bekende regisseur Bart Layton hoort helemaal thuis in die traditie van films die proberen in Manns voetsporen te treden en dat begint al bij het scenario gebaseerd op een onbetekenende novelle. Davis (Chris Hemsworth) is een in zichzelf gekeerde juwelendief die van plan is het leven in de misdaad vaarwel te zeggen wanneer hij voldoende geld heeft kunnen opzijzetten. Zijn verbeten aartsvijand (Mark Ruffalo, waardoor dit een soort Marvel-reünie wordt) is een politie-inspecteur wiens privéleven en huwelijk een puinhoop zijn. Klinkt bekend? Dan hebben we het nog niet eens over het feit dat er ook een vriendinnetje is dat niks weet over Davis’ leven en voor wie hij dreigt zijn principes en codes overboord te zetten, of het feit dat er een heler is gespeeld door een Hollywood-veteraan, ditmaal niet Jon Voight, wel Nick Nolte. De ironie is dat Hemsworth ook speelde in Manns onderschatte Blackhat.
Alles in Crime 101 is erop gericht om ons op zoveel mogelijk manieren aan Heat te herinneren (en tussendoor ook aan To Live and Die in L.A. en Drive): van hetzelfde grijs-blauwe kleurpalet tot het beeldformaat, de nachtelijke shots van Los Angeles en zelfs een appartement voor de protagonist dat inzake raampartijen en ligging nagenoeg exact lijkt op dat van Robert De Niro’s Neil McCauley uit de film van Mann. Die liet zich op zijn beurt inspireren door het schilderij Pacific van Alex Colville uit 1967 en er is niks mis met het implementeren van andermans visuele ideeën, maar deze zwakke thriller doet zichzelf bepaald geen cadeaus door zich voortdurend te willen meten met een klassiek voorbeeld. Daardoor valt immers nog meer op hoe dit niet meer is dan een flauw doorslagje. Michael Mann draaide zelf eerst een vingeroefening voor zijn grote misdaadepos, maar dat voor televisie opgenomen L.A. Takedown is een meesterwerk in vergelijking met wat hier niet eens een kladwerkje voor een vingeroefening lijkt. In de zomer van 2025 zag ik op het Il
Cinema Ritrovato festival in het Italiaanse Bologna samen met voormalig Knack-recensent en artistiek Film Fest Gent directeur Patrick Duynslaegher een gerestaureerde versie van Thief, Michael Manns grote doorbraak uit 1981 waaraan hier ook duchtig gerefereerd wordt. Duynslaegher merkte toen op dat wie wil weten wat grote cinema is, enkel maar moet kijken naar de eerste tien minuten van Thief waarin een auto gewoon door de nachtelijk starten van L.A. glijdt. Wie wil weten wat slechte cinema is, moet enkel maar kijken naar een gelijkaardige scène in Crime 101. Alles hier is banaal, generisch en ontdaan van elke vorm van visuele spanning of esthetische kwaliteit. Crime 101? Eerder “cinema 101.”



