Met Zondag de negenste maakt Kat Steppe haar langspeeldebuut. De regisseur, bekend van onder meer Taboe en haar documentairewerk, kiest niet voor een klassieke fictiefilm, maar voor een mengvorm waarin acteurs en echte bewoners van woonzorgcentrum OLV in Antwerpen samen het verhaal dragen. Dementie, meer bepaald alzheimer, wordt zo niet alleen verbeeld, maar ook rechtstreeks aanwezig gemaakt.
“Zondag de negenste”, declameert Marthje (Martha De Potter) in een lege kamer. Ze is een van de vele bewoners met alzheimer. Tussen hen ontvouwt zich het fictieve verhaal van de broers Franz (Peter Van den Begin) en Horst (Josse De Pauw). Franz heeft geld nodig om zijn faillissement af te wenden en zoekt toenadering tot zijn dementerende broer. Hun relatie is gespannen en op het randje van het absurde –wanneer Horst hem tijdens een bezoek met een dienblad aanvalt, wordt duidelijk dat hun conflict diep geworteld zit. Gaandeweg worden flarden uit hun verleden blootgelegd die Horsts hardnekkige woede verklaren. Zo wordt Andrea (Kristien De Proost) geïntroduceerd als bemiddelaar, maar blijkt ze zelf deel te zijn van de onderlinge breuklijn tussen beide broers. In het samenspel tussen Franz, Horst en Andrea botsen geplaag, oude wonden en oprechte emoties voortdurend op elkaar. Dr. Mouton (Frank Lammers) fungeert als spreekbuis van het woonzorgcentrum en probeert stap voor stap een vorm van verzoening te faciliteren.
Josse De Pauw (De twaalf, Patrick) zet een Horst neer die zweeft tussen helderheid en desoriëntatie. In de vele close-ups toont hij een sterke man die tegelijk koppig vasthoudt en toch alles langzaam wil loslaten. De combinatie van professionele acteurs en de intrigerende persoonlijkheden van de echte bewoners levert integere momenten op. Van onderlinge gesprekken tot scènes met familieleden of verzorgers, die de realiteit van dementie confronterend dichtbij brengen. Tegelijk zorgt die hybride vorm voor een veelheid aan stijlen, waardoor het kernverhaal van de broers niet altijd de ruimte krijgt om volledig tot zijn recht te komen.
De herinneringen aan het verleden krijgen een uitgesproken visuele stijl die doet denken aan Martin Parr: harde contrasten en verzadigde kleuren zorgen voor beelden die lijken vastgelegd met een flits. Met Lou Goossens als gekwelde, jonge Horst krijgt hun gedeelde jeugd zo fragmentarisch vorm en blijft de cadans van het verhaal intact. Het Mariabeeld op Horsts kamer fungeert al vroeg als een subtiele voorbode van wat volgt, de beladen reis naar Lourdes als herinnering aan de verdwijning van de moeder die een onuitgesproken maar voelbare indruk achterliet op beide broers. Wanneer verzorgster Kathy (Isabelle Van Hecke) herhaaldelijk de stekker uit het lampje van het Mariabeeld trekt, wordt dat expliciet metaforisch taalgebruik voor Horsts herinneringen die even oplichten en vervolgens weer verdwijnen.
Steppe kiest voor nadrukkelijke stilistische ingrepen. Close-ups domineren, fantasie en werkelijkheid vloeien in elkaar over en anachronistische elementen in de flashbacks versterken de verwarring. De gevoelswereld van Horst wordt niet subtiel, maar expliciet in beeld gebracht. De montage weerspiegelt de desoriëntatie van de ziekte, al voelen sommige dialogen stroef en lopen de verschillende verhaallijnen elkaar soms in de weg. Tegen het einde verschuift de focus van Franz’ persoonlijke ‘emotionele boekhouding’ naar een breder, menselijk portret van wat alzheimer met een mens doet. Zondag de negenste struikelt af en toe over zijn eigen vorm, maar slaagt wel in zijn opzet, namelijk tonen hoeveel (of hoe weinig) er van iemand overblijft wanneer herinneringen langzaam verdwijnen.



