Josse De Pauw :: In open veld

Een man wacht op het begin, het open veld waarop hij eindelijk te keer mag gaan, en ondertussen doet hij dingen. Met die metafoor opent Josse De Pauw zijn nieuwste boek, het dichtste wat hij bij een autobiografie komt. Zo goedkoop wordt het echter nooit, want zoals altijd geeft de acteur-schrijver de poëzie het hoogste woord.

Hij rolt er vanuit die metafoor bijna achteloos in, zoals hij altijd van het een in het ander gleed, zonder groot plan. Plots is hij aan het vertellen over zijn schooltijd. Dat de paters niet aan hem hebben gezeten, en dat zijn ijdelheid zich nu verontwaardigd afvraagt waarom niet. En zo zijn we vertrokken. De school wordt hortend en stotend afgewerkt, een carrière in boekhouding wenkt. Op een trip naar Algiers kantelt het leven, wénkt het leven, een nieuwe stiel, een nieuw ongeluk verder zit hij eindelijk waar hij moet zitten: de afdeling drama van het Conservatorium.

En zo schrijft Josse De Pauw de kroniek van zijn rijkgevuld leven, verteld met de sappigheid van een goeie anekdote. Correctie: héél veel goeie anekdotes. Sterke verhalen. De acteur heeft geleefd en herinnert het zich met het gulle plezier waarmee hij ook altijd speelt. Zelfs een avondje blowen op een Nederlandse hotelkamer is een monkel, een gniffel en een paar bladzijden waard.

Dit is wat De Pauw altijd al deed in zijn teksten: dansen op de rand van de werkelijkheid, ze lichtjes poëtisch inkleden. En dus wordt hij zelf ‘Pauw’, Arno ‘kromme beentjes’, Jan De Corte en Sigrid Vinks ‘Prins en elfje’. Het geeft In open veld ontcijferpret mee. Je moet de Brusselse kunstscene uit de jaren tachtig wat kennen – of wat googlen – om namen op de vele aliassen te kunnen plakken. En dan ben je niets wijzer, want daar gaat het niet om.

De Pauw vertelt niet over die mensen. Hij vertelt over Jeugdigheid. De Vriendschap. Passie. Creëren. De Liefde? Een beetje, maar met mate. Hij vertelt over knotsgekke voorstellingen die hij met het woordenloze gezelschap Radeis maakte, en hoe dat nergens heen ging tot ze plots de wereld veroverden. Het buitenland figureert nadrukkelijk in dit boek; van de jeugdige reis naar Algerije, over Curacao, tot het Cuba waar hij met Het Monument acteert in de film Koning van de wereld. Het wordt een van de langere hoofdstukken van het boek; het land heeft indruk gemaakt, het communistisch systeem niet.

De Pauw vertelt wat hij wil vertellen, verzwijgt waar hij het niet over wil hebben. Gek daarbij is hoe hij zijn succesvoorstelling Weg uit 1997 zo goed als onder de mat moffelt. De reden waarom is onduidelijk, maar de tweede helft van de jaren negentig is in dit boek afwezig. Pas vanaf zijn voorstelling Larf (2000) pikt hij weer in. Hij heeft In open veld dan al eens volledig stilgelegd, want de laptop met het eerste manuscript werd gestolen in een TGV onderweg naar het Zuiden, en ook dat verhaal moet verteld worden.

Noem dit dus geen memoires, eerder een hoop mijmeringen, in prachtige, bedrieglijk simpele zinnen neergeschreven. Jazz is het, niet toevallig de liefde van zijn leven die het langste bij hem is gebleven. In open veld is een heerlijk boek waarin De Pauw zoekt waarom hij is gaan doen wat hij heeft gedaan, maar vooral toont wat hij is geworden; een sterke auteur die toevallig acteur van hoofdberoep is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =