Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: Grateful Dead.
En dat is waar de spelregels veranderen. Soms wordt een artiest wel eens omschreven als een band die je vooral live moet zien. In het geval van Grateful Dead is dat een understatement. Fans negeren bijvoorbeeld vlotjes het dozijn of wat studioplaten van de band en zijn niet zelden op het akelige af lyrisch over de ruim 2.000 concerten die de groep en zijn live-nakomelingen speelden. Dat in die zes decennia geen twee keer dezelfde setlist gehanteerd werd, is natuurlijk een wapenfeit dat respect afdwingt, maar daar houdt de bewondering voor velen op.
Want Grateful Dead, is dat niet een stelletje vervelende, eindeloos solerende kuthippies? Terwijl: nog nooit iemand horen klagen dat John Coltrane of Miles Davis te veel noten speelt. En dàt is de Dead: een bastaardkind van Miles Davis en van Bob Dylan, van Jack Kerouac, John Steinbeck, Elizabeth Cotten, en noem maar op. Bij Grateful Dead vind je cowboys en hobo’s, beatniks en outlaws, het spannende leven, een dosis vrijheid als alternatief voor wat frontman Jerry Garcia new lame America noemde.
Enola helpt je door de bomen het bos te zien en neemt je op sleeptouw door een krankzinnig groot oeuvre, waaruit we zeventien songs distilleerden, opgenomen op evenveel cruciale momenten. Misschien word je vervolgens, net zoals Elvis Costello, Lee Ranaldo, The National en Greg Ginn een heuse Deadhead. Vooruit, de bus op!
(Dienstmededeling: de onderstaande data werden overgenomen zoals op de hoezen vermeld, dus op de rare Amerikaanse manier: maand/dag/jaar. Wie de albums niet op een doordeweeks streamingplatform vindt, kan terecht op relisten.net, een legale, gratis streamingschatkamer vol liveopnames. De band stond immers het opnemen en gratis verspreiden van hun concerten toe. Toffe jongens, die hippies.)

“Good Lovin'” (Dick’s Picks vol. 8 Harper College, Binghamton, NY, 5/2/70)
Beginnen bij het begin. Grateful Dead was aanvankelijk immers een soort bluesband, met Ron “Pigpen” McKernan, een harddrinkende, psychedelica schuwende Hells Angel-lookalike als voornaamste zanger. Onder zijn sturing kon “Good Lovin’” làng doorgaan én boeiend blijven: Pigpen wist als geen ander het publiek te hypnotiseren en indien nodig op te zwepen. Schol!
Hoogtepunt: 12’04: Na een knotsdolle muzikale rondrit doet de mainriff opnieuw zijn intrede en kan het feest nogmaals losbarsten.
“Uncle John’s Band” (Workingman’s Dead)
Omdat er toch één studio-opname in moet en Workingman’s Dead en halfzus American Beauty tot de beste folkrock-albums van rond 1970 behoren. Beknopt, verwant aan Crosby, Stills, Nash & Young en toch onmiskenbaar Grateful Dead: als er gezocht wordt naar een laagdrempelige manier om de band te leren kennen, is dit materiaal onmisbaar.
Hoogtepunt: 0’35: Kumbayamoment: what I want to know is, are you kind?
“Truckin'” (Capitol Theater, Port Chester, NY, 2/18/71)
Wat doe je als je rustig in je hotel in Bourbon Street in New Orleans ligt te slapen, de politie de kamer binnen komt gestormd en iedereen in de cel gooit? Je schrijft er een liedje over. Toch als je band Grateful Dead is. “Truckin’” neemt de luisteraar mee op tournee: Chicago, New York, Detroit and it’s all on the same street, zo gaat de trip, tot de arm der wet een rol in het verhaal opeist.
Hoogtepunt: 3’16: “I’d like to get some sleep before I travel / But if you got a warrant, I guess you’re gonna come in”, verzucht Bob Weir, om er niet veel later de in bepaalde kringen onsterfelijk geworden zin “What a long strange trip it’s been” tegenaan te gooien.
The Stranger (Two Souls in Communion) (Academy Of Music, New York, NY, 3/28/72)
Nog een rondje Pigpen. “The Stranger” is een van de laatste songs van zijn hand, maar absoluut een van Pigpens beste. Is het blues? Is het soul? Het is vooral magisch, deze slepende tranentrekker, een hartverscheurend liefdeslied dat leek aan te geven dat Pigpen met nog flink wat fraais zou komen aanzetten, ware het niet dat hij als eerste van drie toetsenisten in Grateful Dead vroegtijdig om het leven zou komen.
Hoogtepunt: 7’28” “Just a litte help?”, vraagt Pigpen vertwijfeld, in een soulvolle rap in de stijl van zijn vroegere liefje Janis Joplin.
“Black Throated Wind” (Bickershaw Festival, Wigan, England, 5/7/72)
Noemden we Kerouac al? “Black Throated Wind” is het verslag van een rondje autostop door de VS van een van de Dead-tekstschrijvers, John Perry Barlow (ja, dezelfde die later een van de eerste techno-libertairen zou worden). De euforie en melancholie die gepaard gaan met de onzekerheden van een roadtrip per uitgestoken duim: ze worden hier perfect verklankt tijdens een van de weinige Europese tournees die de band ondernam.
Hoogtepunt: 1’54: Bob Weir zingt, terwijl hij zachte blueslicks speelt, over hoe hij St. Louis achter zich liet tijdens een onvergetelijke storm.
“Dark Star” (The Complete Sunshine Daydream Concert, Veneta, OR, 8/27/72)
Wie bang is van hippiegitaren, skipt deze best. “Dark Star” is het ultieme improvisatievehikel voor de band die zichzelf, samen met het publiek, de kosmos in slingert. Tijdens dit drie uur durend concert wordt een half uur uitgetrokken voor “Dark Star”, niet slecht als je weet dat de single-versie afklokt op 2 minuten 44. Perfect om psychedelica op te gebruiken, volgens kenners.
Hoogtepunt: 0’00 niet het hoogtepunt per se, maar de basintro van Phil Lesh is het signaal waarop je weet: vanaf nu is alles mogelijk.
“Cassidy” (Cow Palace, Daly City, CA, 3/23/74)
Eentje voor de geschiedenisboeken: het eerste concert met The Wall of Sound achter de band, te weten, hun eigen, zelfontwikkelde soundsystem. Het ding was niet alleen walgelijk duur en een logistieke nachtmerrie voor roadies, het was ook ronduit indrukwekkend om te zien én, volgens zij die het live meegemaakt hebben, het produceerde effectief het beste livegeluid ooit gehoord.
Check vooral zelf met deze wondermooie “Cassidy”, een ode aan de nieuwgeboren dochter van enkele leden uit de Dead-familie én aan Neal Cassady, ook bekend als Dean Moriarty uit On the Road.
Hoogtepunt: 0’56: ”Lost now on the country miles in his Cadillac”. Het kan over eender wie gaan. De ouders? De baby? De band? De fans? Cowboy Neal at the wheel? Maakt niet uit, met “Cassidy” zorgt de Dead voor een roadtripsong waar je jaren zoet mee bent.
“Eyes Of The World” (Dick’s Picks vol. 31, Roosevelt Stadium, Jersey City, NJ, 8/6/74)
Een van de meest ‘laid back’ nummers uit de songcatalogus van de Dead. Zelfs wanneer het nummer in de jaren tachtig drastisch sneller gespeeld wordt (cocaïne doet rare dingen met een mens), blijft “Eyes Of The World” zijn dromerige, zomerse kwaliteiten behouden.
Hoogtepunt: 6’00: Jerry Garcia schakelt een versnelling hoger, om vervolgens zachtjes te landen in de volgende strofe.
“Scarlet Begonias” > “Fire On The Mountain” (Barton Hall, Cornell Univeristy, Ithaca, NY, 5/8/77)
Als er een concertopname een mythische status heeft in de Dead-wereld, dan Cornell ’77. Wie in het liverepertoire van de band wil duiken, wordt de hele maand mei 1977 ten zeerste aanbevolen, een periode waarin de groep met strak gespeelde, zeer toegankelijk klinkende shows, die desondanks behoorlijk avontuurlijk waren, het publiek in vervoering wist te brengen, zoals blijkt uit deze “Scarlett > Fire”. Twee songs worden één en zorgen voor magie die bijna een halve eeuw later nog niet uitgewerkt is.
Hoogtepunt: 10’48: Pianist Keith Godchaux neemt het voortouw om “Fire On The Mountain” uit de jam te laten opduiken, de rest van de groep laat zich gewillig leiden.
“Peggy-O” (Duke University, Durham, NC, 4/12/78)
U kent het van Simon & Garfunkel, misschien van The National of wie weet zelfs uit de Schotse Hooglanden, maar ook Grateful Dead ging geregeld met “Peggy-O” aan de slag, een als liefdesliedje vermomd verslag van oorlog, moord en doodslag.
Hoogtepunt: 3’11: als een klaterend bergriviertje gaat de groep aan het spelen met de melodie, vlinders in de buik behoren tot de mogelijke reacties.
“Sugar Magnolia” (Closing Of Winterland, San Francisco, CA. 31/12/78)
Strikt genomen een concert dat op 1 januari 1979 plaatsvond: Grateful Dead betrad het podium na de nieuwjaars-countdown, maar de avond, Closing Of Winterland, de allerlaatste van de legendarische concertzaal, ging al uren eerder van start, met optredens van The Blues Brothers en Dead-spin-offband New Riders Of The Purple Sage. Om concertorganisator Bill Graham een plezier te doen, begon Grateful Dead de show met diens lievelingsnummer: een feestelijk “Sugar Magnolia”, de start van een ruim vier uur durend (drie sets!) concert, dat gevolgd werd door een gratis ontbijt voor het publiek. Zulke concertavonden maken ze niet meer, meneer.
Hoogtepunt: 1’30: Knal! Het is 1979 en Garcia & Co zijn niet van plan vroeg naar bed te gaan.
“Jack-A-Roe” (The Warfield, San Francisco, CA 10/10/80)
Om zijn vijftiende verjaardag te vieren, speelde The Dead enkele shows in thuisstad San Francisco, waarbij de avonden startten met een akoestische set. De groep greep terug naar materiaal uit zijn beginperiode, waaronder covers als “Dark Hollow” en deze “Jack-A-Roe”, waarmee Garcia zijn liefde voor de muziekgeschiedenis eens te meer (zie ook andere spinoffband Old And In The Way) kon etaleren.
Hoogtepunt: 2’35: net zoals tijdens zijn pre-Dead bluegrass-periode laat Garcia horen dat hij een meester van het fingerpicking is.
“Touch Of Grey” (Madison Square Gardens, 9/20/82)
Welgeteld één hit scoorde Grateful Dead, ruim twintig jaar ver in hun carrière. Toen “Touch of Grey” in 1987, dankzij MTV dat de goofy video in hoge rotatie gooide, de hitlijsten bestormde, was het nummer echter al lang van het liverepertoire van de band verdwenen. Enkele jaren eerder echter, tijdens de derde performance van de song, danste het publiek ongedwongen op het vrolijke liedje, waarbij niemand kon vermoeden dat het de groep vijf jaar later de stratosfeer in zou katapulteren.
Hoogtepunt: 5’30: de voltallige band zet een laatste keer het refrein in en is het er nog niet over eens of er nu I dan wel We gezongen dient te worden. Maakt niet uit, we will get by.
“Ramble On Rose” (Dave’s Picks vol. 49, Frost Amphitheatre, Stanford U., Palo Alto, CA, 4/27/85)
Concerten in the Frost waren voor de Dead altijd een beetje thuiskomen, een adempauze tijdens het eindeloze touren, wat ook half het onderwerp is van deze “Ramble On Rose”. In de jaren 70 was het een rocker, in 1985 een funky song, perfect voor wie zijn middagen op Stanford graag opvulde met een Dead-show.
Hoogtepunt: 2’45: “I’m gonna sing you a hundred verses in ragime”, zingt Garcia, om vervolgens het verhaal van kleurrijke figuren Crazy Otto en Wolfman Jack te brengen.
“Death Don’t Have No Mercy” (Shoreline Amphitheatre, Mountain View, CA (9/29/89)
Soms wil een mens tijdreizen. Naar 29 september 1989 bijvoorbeeld. De Dead stond in The Shoreline, een perfecte combinatie volgens zij die het geluk hadden er bij te zijn. De avond begon met een vurige interpretatie van Sam Cookes “Good Times” en die belofte werd urenlang ingelost, met deze cover van Reverend Gary Davis als een van de vele hoogtepunten (zie ook “Jack-A-Roe” en “Bird Song”, ooit geschreven om Janis Joplin te herdenken), een intens moment waar de groep het onvermijdelijke recht in de ogen kijkt en er zes minuten schoonheid uit puurt. Mark Lanegan speelde het nummer in 2003 trouwens even zinderend met zijn Band.
Hoogtepunt: 4’26: Brent Mydland neemt de derde strofe voor zijn rekening en laat horen dat een carrière als soulzanger perfect mogelijk was geweest.
“The Weight” (World Music Theatre, Tinley Park, Ill., 7/23/90)
Een warme zomeravond, een band in goeie doen, de laatste avond van de jaarlijkse zomertournee, een apotheose voor wie Grateful Dead langs de oostkust gevolgd had tot in Tinley Park, Illinois. De groep eindigt met The Band-klassieker “The Weight”. Beurtelings nemen de groepsleden een strofe voor hun rekening, een laatste saluut aan het publiek, niet wetend dat voor toetsenist Mydland het afscheid definitief zal zijn: drie dagen later komt hij om het leven. Vince Welnyck en Bruce Hornsby (jawel, die van “The Way it is”) worden aan boord gehesen en achter de toetsten geplaatst, om de Dead-trein te laten voortrazen.
Hoogtepunt: 2’25: “I gotta go, but my friend can stick around”, de laatste leadzang van Mydland, met zijn karakteristieke schorre geluid.
“So Many Roads” (Soldier Field, Chicago, Ill. 7/9/95)
Hoewel hun publiek groter was dan ooit, waren de jaren 90 niet de fraaiste periode van Grateful Dead. Garcia’s gezondheid liet het afweten, er waren spanningen tussen bandleden en drugs hielpen de zaak niet vooruit. Waar de groep twintig jaar eerder het ene indrukwekkende concert na het andere speelde, is er in 1995 veel kaf en bitter weinig koren, zoals te horen is tijdens het allerlaatste concert van de Grateful Dead. Maar kijk, halverwege de tweede set raapt Garcia zichzelf bij elkaar en brengt hij een ook vandaag nog kippenvel veroorzakende, gloedvolle versie van “So Many Roads”, een van de vele songs die tot livefavorieten van het publiek uitgroeiden zonder dat er een studioversie van bestaat (zie ook oa. “Brown-Eyed Women” en “Jack Straw”). Het is een laatste tour de force, exact een maand later zou Garcia in zijn slaap overlijden.
Hoogtepunt: 7’30: Een perfect samenspel: de muzikanten verlagen het tempo, Weir en Lesh zorgen voor subtiele backings en Garcia zingt over de wegen die hij bewandeld heeft, alvorens toch nog een nieuw, onbegaan pad op te zoeken met zijn gitaar.
Bonus: Dead & Company: “China” > “Rider” (Folsom Field, Boulder, Co., 6/18/22)
Zelden overleven bands het overlijden van hun meest charismatische figuur. Grateful Dead is op die regel geen uitzondering: het creatieve proces viel stil na de dood van Jerry Garcia. En toch. Je bent in de eerste plaats een liveband of je bent het niet. Drummers Mickey Hart en Bill Kreutzman en gitarist Bob Weir sloegen vanaf 2015 de handen in elkaar met popster én Deadhead John Mayer om, samen met toetsenist en meester-improvisator Jeff Chimenti, en Allman Brothers Band-bassist Oteil Burbridge Dead & Company te vormen, een liveband die zowaar voor spannende en vurige concerten zorgt, zoals blijkt uit deze opname uit 2022. De band opent zijn tweede avond in Boulder met een “China Cat Sunflower” dat op natuurlijke wijze overvloeit in “I Know You Rider”, een prestatie die weinig andere muzikanten voor elkaar krijgen.
Hoogtepunt: 15’18: Bob Weir droomt van treinritten met noordelijke bestemming en wij rijden maar al te graag mee. Aan de extatische reactie van het publiek te horen, kan het onderweg best gezellig worden.



