Waregem Koerse is net voorbij, maar iemand heeft duidelijk de poort van de stal laten openstaan: op een week tijd krijgen we nieuw werk van Glitterpaard en Flying Horseman voorgeschoteld. Die tweede kennen we natuurlijk als het ruitergezelschap van Bert Dockx. Na vijf jaar pauze zijn ze terug – zij het in licht aangepaste formatie – en klinken ze dichter bij hun oorspronkelijk geluid dan ooit. Een terugkeer naar de essentie waarvoor wij onze overdreven protserig versierde Waregem Koerse-hoed afzetten.
Vijf jaar klinkt als een wel heel royale vakantie, maar zo kennen we Bert Dockx natuurlijk niet. Geen kalenderblad kan omgedraaid worden zonder nieuw werk van hem; met het ontstaan van Bert Dockx Band en de tweede van Ottla krijgen we nu dus een terugkeer van Flying Horseman met Anaesthesia, album nummer zeven. Jammer genoeg zonder de geweldige drummer Alfredo Bravo en bassist Mattias Cré. Het was net die ijzersterke ritmesectie die de Horseman van spierballen voorzag. Gelukkig heeft de planeet Dockx genoeg creatieve satellieten om zich cirkelen om er enkele nieuwe toppers voor in de plaats aan te trekken: enter Louis Evrard, bekend van bij Ottla, en Maximilian Dobbertin, ex-winnaar van Humo’s Rock Rally met Calicos.
Dit nieuw gezelschap heeft er duidelijk zin in: Anaesthesia trapt af met het reeds uitgebrachte “Anaesthesia” en “Engines”, en deze tonen de band in topvorm: de opbouw is etherisch, gelaagd en een tikkeltje griezelig, de apotheose pure garagepunk. Uitbundigheid zoals we het ook konden horen op het recente Ottla-werk. Hierna toont “Engines” dat spookachtig en ritmisch perfect kunnen samengaan; de drum swingt als toen Bravo de stokken nog ter hand nam.
Het is echter in het middenblok van Anaesthesia dat we de oerwortels van de band echt voelen. In “Altered States”, een negen minuten durende hypnosetrip, worden we steeds dieper aangezogen door een steeds verder aanzwellend mantra. We verzinken in een soundscape-moeras dat aanvoelt als Pink Floyd of The Mars Volta. Een songtitel die niet liegt, met andere woorden. We bevinden ons weer helemaal als ten tijde van hun eerste plaat Wild Eyes, in een wormhole met zijn eigen tijd en ruimte. “Ocean” is dan weer berustend, haast knikkebollend, een slaapwandeling. De frivoliteit is nu verder weg. Het is een treffend gehoor geven aan het gevoel je positiviteit en levensvreugde te proberen handhaven in een wereld die steeds minder steek houdt.
Hierna trekt het tempo stilaan weer aan met “Seasick”, een electronica-doolhof die veelbelovend de vleugels spreidt als een soort Soulwax-gedrenkt-in-terpentijn, maar helaas toch niet echt weet te beklijven. Even geruisloos als het einde van “Seasick”, begint afsluiter “Ticket”. Het is intuïtief, zoekend, dreigend, ook hier horen we weer de signature van het vijftal. Geen supernova’s meer in deze finale, we meanderen richting de einder.
Zo is Anaesthesia een coherent verhaal waarin Flying Horseman dichter bij zijn originele DNA zit dan ooit tevoren. De plaat trapt energiek af met radio- en podiumfahig materiaal, maar leidt ons daarna weg op een kosmische deining om uiteindelijk geruisloos uit te doven. We moeten wat moeite doen om de plaat ruimte te geven en er helemaal in te zitten om ze tot het einde te doen beklijven, zoals wel vaker het geval bij werk van de Horseman. Trek de lakens over je hoofd en baad in het spookachtige blauwe licht van het LED-display op je speaker. Tel af van tien naar nul – halverwege verlies je het bewustzijn.




