Miroirs No. 3 – genoemd naar het gelijknamige muziekstuk van Maurice Ravel – is van de hand van de Duitse cineast Christian Petzold, een man die in het voorbije decennium stilletjes een ronduit indrukwekkend oeuvre bijeen filmde: Transit, Undine of het geweldige Roter Himmel, het waren stuk voor stuk voltreffers en schoolvoorbeelden van zowel thematisch als vormelijk grote cinema. Miroirs No. 3 is daarnaast eigenlijk een soort vluggertje, want naar verluidt verzamelde de cineast een kleine crew en een handvol acteurs – inclusief vaste fotografieleider Hans Fromm en acteermuse Paula Beer – om de hele film in amper een week tijd in te blikken.
De wat pejoratieve bijklank van die term gebruikt voor het draaien tijdens een korte periode, houdt niet in dat Miroirs No. 3 daarom een kladwerkje is, wel integendeel. De film vertoont inzake thematiek wel wat gelijkenissen met het recente Sentimental Value van Joachim Trier, maar anders dan Trier, heeft Petzold geen nood om de kijker te proberen overtuigen dat zijn beelden en verhaallijn veel diepzinniger moeten begrepen worden dan ze in werkelijkheid zijn. Hier groeien inzicht en be(ver)wondering uit een strakke en ingehouden beheersing van elk onderdeel van het film maken, niet uit pretentieus geforceerde mooifilmerij.
De plot is nochtans bedrieglijk simpel: Laura (Beer) zit in de nadagen van een stervende relatie, en tijdens een zoveelste weekendtripje tegen haar zin, komt haar vriend om bij een auto-ongeval. Laura blijft min of meer ongedeerd en besluit enige tijd na te blijven bij de wat oudere vrouw die haar opving net na het gebeurde. Ze voelt zich goed bij de dame, leert haar echtgenoot en zoon kennen, maar onderhuids heerst er toch een spanning die heel moeilijk te duiden valt voor de protagoniste. Dat is het zo ongeveer, wie grote onthullingen verwacht is eraan voor de moeite, een beetje aandachtige kijker heeft immers al snel door wat er speelt en de film drijft dan ook op de manier waarop de dingen zich ontplooien, niet op een of ander groots dramatisch verrassingseffect. Dit is dan ook een prent waarin minimalistisch meesterschap centraal staat: kleine details (de obsessie van de plot met het ‘repareren’ van dingen), en summiere handelingen (de hele cast staat
uitstekend te acteren), maar ook het gebruik van een helemaal juist geplaatste streep licht of een compositie die het beeld compartimenteert. Zelfs de keuze tussen het eponieme muziekstuk en een popsong op het juiste moment, zit helemaal juist en getuigt van subtiele controle over de vele kleine schakels die de kijkervaring opbouwen.
Miroirs No. 3 lijkt achteloos en vaak bijna moeiteloos in elkaar gezet te zijn, maar die schijn bedriegt, want onder dat oppervlak schuilt een uiterst geraffineerde en fijnzinnige brok filmkunst.



