Hoe pak je een remake aan van een bijna universeel als perfect beschouwde film – case in point: High and Low van Akira Kurosawa? Wel, je maakt iets zoals Spike Lee’s Highest 2 Lowest. De film die de Japanse grootmeester in 1963 draaide op basis van de roman King’s Ransom van Ed McBain is één van de grote klassiekers uit de filmgeschiedenis. Daar iets nieuws proberen mee doen is geen benijdenswaardige opdracht, en Spike Lee is al lang niet meer de briljante regisseur van Do the Right Thing of Jungle Fever.
Maar zie, met deze gelaagde nieuwe adaptatie maakt Lee niet alleen zijn beste film sinds The 25th Hour, maar toont hij net als in die productie eindelijk ook nog eens zijn meesterschap inzake enscenering en compositie. Het helpt ook dat de regisseur er ook echt zijn eigen film van maakt, zonder daarom het bronmateriaal en de eerdere versie te verloochenen. De kern is nog steeds dezelfde: de zoon van een rijke zakenman wiens woning hoog boven de stad uittorent, wordt gekidnapt voor losgeld. Dan blijkt dat per ongeluk de zoon van een medewerker ontvoerd werd en stelt zich het morele dilemma van de betaling. Is de man evenzeer bereid zijn fortuin op te offeren voor het kind van een ondergeschikte als hij dat was voor zijn eigen zoon? Deze nieuwe versie opent in een riant penthouse in New York en de geslaagde David King (Denzel Washington was sinds lang niet meer zo sterk als hier) is nu het hoofd van een platenlabel dat met de muziek van zwarte artiesten doorstootte naar de absolute top. Toch is niet alles rozengeur en maneschijn: wil King de controle behouden over zijn bedrijf zal hij zijn vroegere partner moeten uitkopen voordat die beslist zijn aandelen te verkopen aan een internationaal conglomeraat. Net op dat moment komt een telefoontje binnen met de mededeling dat er een enorme som geld moet opgehoest worden in ruil voor het leven van Davids zoon. Die aarzelt geen moment … tot blijkt dat het gaat om de zoon van zijn inwonende chauffeur (Jeffrey Wright).
Tot daar volgt Lee helemaal het origineel van Kurosawa, mits het toevoegen van enkele culturele elementen die sterk eigen zijn aan het oeuvre van Lee (let op de manier waarop de agenten bijvoorbeeld de beide betrokken vaders behandelen). Het opbouwen van het narratief gebeurt aan de hand van het meest indrukwekkende visuele palet dat Lee sinds lang hanteerde. Het gebruik van imponerende digitale widescreen beelden is ijzersterk en schetst heel raak de wereld van macht en invloed waarin het personage van Washington zich beweegt, een beetje zoals wat Brian De Palma deed voor het duiden van de omgeving van de onfortuinlijke Wall Street-makelaar Sherman McCoy in zijn zwaar onderschatte verfilming van The Bonfire of the Vanities. Even opvallend en geïnspireerd is dat wanneer we afdalen naar het ‘lage’ gedeelte van de stad – iets wat ook Kurosawa al meesterlijk in zijn beelden verwerkte – de film overschakelt naar korrelige 16 mm pellicule die we associëren met de grotestadsfilms uit de jaren negentienzeventig. Bovendien maakt de afstandelijke hiëratische stijl ook plaats voor één die meer beweeglijk en intiem is. Lee bouwt daarmee aan een symfonie van kleur en beweging die perfect aansluit bij zijn onderwerp, en in tussentijd serveert hij ook nog een paar sterke suspensemomenten. Daar blijft het echter niet bij, want Lee voegt aan dit alles wel degelijk een eigen stem toe. Naarmate het verhaal vordert, begint Highest 2 Lowest voort te borduren op de bestaande plot. Er zijn een paar extra wendingen die aan het reeds zeer dubbelzinnige en moreel dubieuze laatste luik nog een extra dimensie schenken en die ervoor zorgen dat dit een film is die het materiaal ook injecteert met een paar nieuwe ideeën die aansluiten op een moderner tijdperk.
De finale wordt iets te lang gerekt, waardoor alles uiteindelijk toch wat aan kracht begint in te boeten, maar je kan er niet om heen dat Spike Lee hier een aartsmoeilijke opdracht tot een bijzonder goed einde heeft gebracht.
Hoewel Highest 2 Lowest in de Verenigde Staten een bioscooprelease kreeg en de film ontegensprekelijk om een groot scherm schreeuwt, vond producent Apple het schandalig genoeg niet nodig om een release in de zalen te voorzien in Europa. De film is bij ons dus helaas enkel via Apple TV+ te zien.



