De enola-filmrecensenten lichten de komende dagen elk hun tien favoriete titels van 2025 toe en op 31 december krijgt u de samengestelde top 10 van de hele filmredactie. (Om in aanmerking te komen voor deze rangschikking moet een film gedurende het afgelopen jaar een Belgische release hebben gekregen in de bioscoopzalen of via VOD/streaming. Titels van op festivals die pas volgend jaar verschijnen, werden dus niet opgenomen in de lijstjes en verhuizen naar 2026.)
- Tardes de soledad (A. Serra – E/Fr/P)
Een film die nog maar eens aantoont hoe absurd de ontologisch onhoudbare opsplitsing is tussen documentaire en speelfilm. In beide wordt ‘waarheid’ gesublimeerd in beeldtaal en Albert Serra doet dat hier aan de hand van een waarlijk briljante cameravoering die met behulp van lange lenzen de kijker elke ademruimte ontzegt en dwingt zo dicht mogelijk de emoties en sensaties van stierenvechter Roberto Domínguez te delen.
- Black Bag (S. Soderbergh – Usa)
Soms is grote cinema de som van mechanische perfectie. Black Bag is als kijken naar een perfect geoliede Zwitserse uurwerkmechaniek … elk beeld, elke dialoog, elke stukje setdesign is ontdaan van alle ballast en functioneert precies zoals het moet. Dit is zo vrij, speels en moeiteloos als een film maar kan zijn, maar precies daarin schuilt de adembenemende perfectie.
- The Shrouds (D. Cronenberg – Can/Fr)
In Europa niet eens uitgebracht op streaming, enkel dus tegen betaling te zien via buitenlandse sites, wat een schande is gezien de lange staat van dienst van de Canadese grootmeester die hier nog maar eens bewijst wat een visionair filmmaker hij is. Deze koude en afstandelijke nachtmerrie waarin Cronenberg de dood van zijn eigen vrouw mengt met bespiegelingen over de fascinatie van kunst met dood en het lichaam, én met contemporaine ideeën over nieuwe media en gemediatiseerde kunstvormen, is eindeloos fascinerend en visueel betoverend.
- The Secret Agent/O agente secreto (K. Mendonça Filho – Braz/Nl/Fr/D)
De nog steeds onderschatte Kleber Mendonça Filho fileert het politieke klimaat in zijn thuisland van de jaren negentienzeventig, maar tegelijkertijd brengt hij ook een in schitterende composities en vertelritme gegoten bespiegeling over geheugen, trauma en cultuur.
- Maria (P. Larraín – Usa/Chil/D/I)
Pablo Larraíns derde over ‘grote vrouwen’ (na Jacky Kennedy en Diana Spencer) focust op de laatste dagen van operadiva Maria Callas (een verrassende Angelina Jolie) maar doet dat niet door geijkte biografische cinema te brengen, wel door de nadruk te leggen op bouwstenen als beeld en geluid en die te gebruiken voor een eigenzinnig portret.
- Nosferatu (R. Eggers – Usa)
Robert Eggers herdenkt de Dracula-mythe doorheen de cinematografische erfenis van belangrijke voorgangers – Murnau, Herzog en Coppola – en tekent voor een feeërieke en poëtische huiverfilm die een paar van de mooiste beelden van het jaar bevat.
- The Brutalist (B. Corbet – Usa/Uk/Can)
Acteur-regisseur Brady Corbet spint in het portret van een fictieve (zij het met duidelijke inspiratiebronnen) uit Europa uitgeweken architect een film over de spanning tussen kunst en commerce, gevat in grootse, imponerende beeldtaal.
- L’Étranger (F. Ozon – Fr)
François Ozon, die doorheen de jaren steevast kwaliteit blijft leveren, tekent niettemin voor zijn beste film in lange tijd met deze beklemmende zwart-witadaptatie van Camus’ beruchte roman, een langspeler die toont dat literaire verfilmingen baat hebben bij een echte vertaling naar cinema en niet bij slaafs prentjes zetten naast een tekst.
- Miroirs No.3 (C. Petzold – D)
Met een muziekstuk van Maurice Ravel als ‘leitmotiv’ verkent Christian Petzold (een van de grootste namen van de moderne Europese cinema) op uiterst subtiele manier gevoelens, emoties en trauma’s in een delicate en fragiele film die lang blijft nazinderen.
- Jeunes mères (JP. & L. Dardenne – Bel/Fr)
Naast een paar uiterst interessante auteurswerken bood de Belgische cinema dit jaar vooral veel middelmatigheid die de stijl van de Dardenne-broers imiteerde. De Waalse cineasten zelf lieten met het aangrijpende Jeunes mères nog eens zien dat ze de enigen zijn die hun tekenende stilisme echt tot in de puntjes beheersen. De gebroeders ontlokken ook een aantal miraculeuze prestaties aan hun jonge amateuractrices.


