Best Kept Secret 2025: Een shotje euforie, een dwaze glimlach, en een haai

Zaterdag 14 juni: De research van vieze oude mannen

Opstaan. Haasten. Zaterdag is dé dag. Vandaag is ons programma gevulder dan Guy D’haeseleer, drukker dan Marc-Marie Huijbregts, intenser dan euh, de Verenigde Staten vandaag. Geen optochten in Hilvarenbeek, echter: “De parade” was gisteren. Dag Twee van Best Kept Secret is niet minder dan véél.

Tasje thee dus om die laatste spetters slaap uit de ogen te wrijven? Natuurlijk, want we staan in The Secret voor Jasmine.4.t. Flauw mopje, die t staat voor trans, want Jasmine Cruikshank heeft voor haar leven als vrouw moeten vechten. Dat ze zelf dakloos was toen ze veel van haar songs schreef, vertelt ze over “Best Friends House”, waarvan ze de opbrengsten schenkt aan een organisatie voor queer mensen zonder onderkomen. Het is een mooi, warm folknummer – inclusief samenzang met Phoenix Rousiamanis.

Dat de violiste de band heeft vervoegd, is een merkelijke verbetering tegenover Eurosonic, waar alles nog wat rammelend klonk. Vandaag brengt Jasmine.4.t, in Europa op sleeptouw genomen door Lucy Dacus, ronkende countryrock die op zijn best klinkt als het wat steviger mag. De distortion doet “Tall Girl” deugd, “Elephant” krijgt een goeie rockout, en het is dus balen dat bassiste Emily na een tweede gebroken snaar niet anders kan dan de rest van de set vanaf de zijlijn bekijken. Het resterende trio ploetert manmoedig voort, brengt “Woman” als een “fuck you” aan het adres van het Britse Hooggerechtshof dat oordeelde dat transvrouwen geen vrouwen zijn, en draagt afsluiter “Did U Know” op aan een roadie die al twee jaar zonder proces zit opgesloten wegens vermeende betrokkenheid bij anti-Israëlische acties. Het klinkt wat wankel, en nog niet helemaal af, maar het sentiment in dat onhandig georkestreerde “Free Palestine”-gezang is op zijn minst oprecht.

Het is 14 uur, en het publiek in de Casbah heeft beslist dat dat een prima moment is voor de eerste moshpit van de dag. Lawaaileveranciers van dienst: L.A. Sagne, een troep Amsterdammers aangevuurd door de heerlijk boze Tara Wilts – in een lievere gedaante ook frontvrouw van Cloud Café – die zich krijsend opwindt over sociale media, catcallers en, welja, goedkope mosselen. Je zou niet zeggen dat dit viertal elkaar op het conservatorium heeft leren kennen, zo vettig rammelend als dit klinkt, maar het verklaart wel waarom hun songs ook gewoon góed zijn. “Ha Ha Ha” – “smile a little, honey” – is instant meebrulbaar, de oi-oi-oi’s van “In Out” onweerstaanbaar,  “I’m A Girl” verpletterend furieus zoals ook Amyl And The Sniffers of Lambrini Girls dat kunnen. Een steeds doorweekter wordend publiek lepelt het nog enthousiaster naar binnen dan de Salmari die Wilts uitdeelt, en geef hen eens ongelijk: dit was een héél lekker halfuurtje rammen.

Elke zomerpassage opnieuw blijkt Kae Tempest weer een stap verder te hebben gezet. Vandaag is niet anders. Het is toetsenist Pops Roberts die plots begint te zingen, uit de coulissen horen we wat gemompel, vooraleer de dichter dan toch opwandelt en meteen een flard “Lionmouth Door Knocker” brengt, vooraleer hij in een ratelend “Priority Boredom” losbarst. Yup, meer nog dan vorige zomer is de oude Tempest, de ratelmond van doorbraakalbum Let Them Eat Chaos, terug. Uit “We Die”, van dat album, haalt hij een fragment, van het “Love if you can” daaruit maakt hij een chant die leidt naar “Perfect Coffee”. Je voelt hoe voor hem ouder werk niet meer dan bouwstenen zijn in een nieuw verhaal dat vandaag wordt geschreven. “Move” wordt on the spot opgedragen aan iemand in het publiek met een Palestijnse vlag – die komt straks misschien van pas – en meteen klinkt dat “we’ll fight you till we win” nijdiger dan ooit; opgeven is nooit een optie.

Met zijn vijfde album op uitkomen, staat Tempest hier herboren. Voor het eerst als man, baardje incluis, is alle ongemak op het podium van voorheen verdwenen. Het is bijna met een swagger dat hij over het podium banjert, bij momenten swingt alles zelfs. En nergens gebeurt dat meer in het handjevol nieuwe nummers. “Diagnoses” is op een bedje van schetterende synthklanken een woeste tirade tegen overdiagnose, en wat “al die letters” met ons doen. “Know Yourself” raast virulent, spreekt van de jonge Kate naar de Kae van nu en weer terug, maar het is “Statue In The Square” dat het meest trots is, het meest uitdagend. “They did not want us around here / But when we’re dead, they’ll put statues of us in the square”, en hoe meer hij het herhaalt, hoe vuriger het klinkt, tot het finaal wordt verbouwd tot “They can shake their heads in despair because we’ve been here from the start and we’re going nowhere!”, en je voelt dat dit wel eens een classic kan worden die traditioneel culminatiepunt “Peoples Faces” kan vervangen. Tempest is sowieso niet meer van dat soort ingetogen orgelpunt, en knalt na die ingetogen publiekslieveling dan toch nog dat “Know Yourself”; een banger zoals hij er nog nooit een schreef.

En dan: iets vreemds, met de niet echt aanlokkelijke naam Ugly. Met z’n zessen zijn ze, stuk voor stuk ingeschreven bij de Black Country New Road-school voor samenzang – BCNR-drummer Charlie Wayne is niet toevallig een oud-lid. Dat leidt tot complexe, haast musicalachtige songs, waarbij de grens tussen briljant en irritant grondig wordt verkend. “Shepherd’s Carol” (half folky, half stadionrock) maakt het vanaf de eerste noten duidelijk: dit is géén gewoon rockbandje. Of zoals een groot spreker in tv-programma The Block ooit zei: “Hier zijn zoveel hoeken af, da’s een ronde tafel”, en dat is meteen ook de achilleshiel van deze band. Tijdens friemelige, jazzy nummers als “In Samphedoo” krijg je het gevoel dat je gestudeerd moet hebben om dit te begrijpen, maar voor elk moment waarop je de handdoek in de ring wil gooien, is er een “Next To Die”, waarin alles bloedmooi in elkaar klikt, en blijf je toch nog wat langer luisteren. Voor “The Wheel” haalt de groep aan het eind werkelijk alles uit de kast: een indrukwekkende a capella intro met vocals die eerder tégen dan met elkaar werken, een onbegrijpelijke tekst met halve zinnen Duits en gibberish, en een epische opbouw naar een verpulverend slot. Niks van gesnapt, toch erg van genoten.

In de Casbah zijn de eerste rijen ondertussen door een publiek van vieze oude mannen ingenomen; alsof ze vooraf hun research gedaan hebben op basis van de plaatjes. En ja, Iona Lynch draagt een alleraardigst rood slaapjurkje, rockt een soort frontvrouwlook waar ze op Eurosonic nog geen nood aan leek te hebben. Zou het feit dat Cliffords ondertussen bij major Sony getekend is kunnen meespelen? De Paus is in elk geval katholiek, vernemen we.

Het duurt ook nauwelijks een paar nummers voor de modus operandi van de band duidelijk wordt. Eerst begint alles klein, vervolgens trekt Lynch haar sterke strot open, en mogen ook voor de andere muzikanten alle registers open. Het werkt geweldig in single “My Favourite Monster” of “RH Hall”, maar je hoort ook hoe ze er in de  stillere stukken niet geweldig doorkomt. Deze Casbah, waar elke band tot de laatste minuut soundcheckt, heeft niet het geweldigste geluidsysteem, en ook de Ierse wankelt soms. Die uithaal in “Feels Like A Man” is niet helemaal loepzuiver, maar de intentie was er, en het soulgevoel zeker ook.

Ook mooi is hoe je ziet dat dit echt een bèndje (© Stijn Meuris) is, vijf jonge mensen uit het Ierse Cork die elkaar hebben ontmoet, en samen muziek zijn beginnen maken omdat ze dat tof vonden. Je merkt het aan de manier waarop ze afsluiter “Sleeping With Ghosts” op het einde laten ontsporen, met een keyboard dat scheef naar de grond gaat, in een dramatische rockout. Cliffords kon misschien niet helemaal overtuigen, de belofte was onmiskenbaar.

“Waar is papa?” “Papa is naar Europa, waar hij zijn liedjes naar de mensen brengt.” “En doet papa dat goed?” “Goh, de mensen vinden het in elk geval leuk!” En zo is het maar net. Mike Skinner staat dan wel niet meer stomdronken op het podium – zoals op het dieptepunt van zijn carrière – zeggen dat The Streets een strakke show afleveren, zou ook gelogen zijn.

Niet dat de muzikanten geen puik werk afleveren, maar Skinner blijft Skinner, een geezer die het allemaal een beetje op het gemak neemt, en vooral uit is op een feestje. Treft: het publiek voor zijn neus ook, en dus is iedereen blij. Dat hij het safaripark van de Beekse Bergen heeft mogen bezoeken, vertelt hij, blij als een kind, en dus de Big Five heeft gezien. Nauwelijks enkele nummers later worden het de Big Six, want de vissen uit het Victoriameer langszij mogen natuurlijk ook meedoen. En hop, daar komt een giraffe voorbij geparadeerd. “I want to turn this place into a zoo”, heeft hij dan al lang zijn intentie verduidelijkt: missie geslaagd.

De muziek, zegt u? Dat blijft clubby housemuziek, maar vandaag anthem noch banger. Daarvoor is Skinner te laidback, gaat het hem meer om het amusement. Met “Who’s Got The Bag” en “Let’s Push Things Forward” geeft hij snel een duo hitjes af, vanaf dan doet hij zijn ding. Meer is hij geïnteresseerd om ’s werelds eerste crowdsurfslang te bouwen, en het vraagt ongeveer een halve set voor dat eindelijk lukt: een zestal mensen voelen zich handen aan voeten geklemd over het publiek gevoerd; hebben we dat ook eens gehad. Was het fun? Misschien voor wie daar lag te dobberen. Wij hadden een iets strakkere show wel kunnen appreciëren, maar onuitstaanbaar werd het nooit. Daarvoor is Skinner te innemend, gun je hem dit pensioenrondje.

“Look at our shark!” Hannah Merrick, van King Hannah dus, is trots op de backdrop die ze meegebracht heeft voor hun Big Swimmer-tour. Het zal lang haar enige poging tot connectie met het publiek zijn, en dat creëert een nogal ongemakkelijk sfeertje. Niet dat Merrick ooit al iets anders dan ongenaakbaar was, maar zoals ze daar nu staat, in die rode baljurk, met een koptelefoon op haar oren en een blik die het midden houdt tussen ijskoningin en bang konijntje, houdt ze de goedgevulde Secret in “Somewhere Near El Paso” en “Go-Kart Kid” wel heel erg op afstand. Gelukkig is daar Craig Whittle, gitaarhoop in bange dagen, om haar onderkoelde zang telkens weer te doorkruisen met solo’s op standje Neil Young. In “Suddenly Your Hand”, dat zich minutenlang slaapwandelend voortbeweegt, zorgt dat voor zo’n zinderende ontlading dat je je afvraagt of dat voorspelde onweer van gisteren dan toch nog aangekomen is.

Het tempo van King Hannah is not quite dat van een festival – zeven nummers op ruim drie kwartier, dat is tráág – en je voelt dan ook een zucht van verlichting door de tent gaan tijdens een potige versie van “New York, Let’s Do Nothing”, groovier dan zijn titel doet vermoeden, en een haast nijdig “Leftovers”, dat de boel nog één keer opschudt voor “Crème Brulee” opnieuw op de rem gaat staan. En dan lijkt het alweer voorbij, met een stamelend “We were King Hannah, and, uh, yeah, thank you so much”, maar neen: met een wondermooi “Big Swimmer” gaat de groep vlotjes overtijd. En maar goed ook: dit is exact de wereldsong die deze set nodig had, het shotje euforie dat ons alsnog met een dwaze glimlach de tent uitstuurt.

Nog voor het begint staat er al “Free Palestine” op het grote scherm, en dat is precies waarom Kneecap te elfder ure naar de ONE is verschoven. Hoe meer controverse het engagement van het Noord-Ierse raptrio omringt, hoe meer ze worden opgestuwd in de vaart der volkeren, die heel goed weten aan welke kant van de geschiedenis ze zich willen bevinden. Is het overigens toeval dat we in de middeleeuwse prenten aan het begin van opener “It’s Been Ages” kruisvaarders menen te ontwaren? Waarschijnlijk, maar het past wel voor een band die de historische link naar de oorsprong van een conflict kan leggen.

Wat hadden die naysayers dan gedacht? Dat een groep die bestaat uit kinderen van gekoloniseerden onrecht niet zou herkennen? De rappers benoemen het halverwege heel even, hoe ze maar al te goed beseffen hoe het voelt om bezet te worden. “Maar wij hebben nooit bommen op ons hoofd gehad, dus we vinden het onze plicht om het lijden van Gaza onder de aandacht te brengen.” Het “Free Palestine”-gezang reikt nauwelijks tot de PA, maar er is ten minste niet gezwegen.

Verder doet Kneecap wat het nu al enkele jaren doet, op steeds grotere podia. Vandaag is hun eerste Europese hoofdpodiumset, klinkt het enthousiast, en dus wordt niet bespaard op energie. Over de strakke house, trance en drum-‘n-bassbeats van DJ Próvaí brengen ze opzwepende nummers in een Iers dat vlot van de tong rolt, als het al niet om subtiele titels gaat als “Your Sniffer Dogs Are Shite”. “Margaret Thatcher is nog altijd dood”, klinkt het elders, voor ze ons op de tonen van “Give It Up” laten zingen “Maggie’s in a box, in a box”. “Fuck Jeff Bezos”, gaat het nog even, en naast ons bromt iemand “fuck dit, fuck dat. Die zijn wel heel boos”. Zo is dat, en dat is in deze tijden maar terecht. Nog een laatste “Free Palestine” als afscheid, dus? Tuurlijk.

We hebben bands als Kneecap nodig.

You can take Soulwax out of de TWO maar you can’t take het TWO-gevoel out of Soulwax. Het is dus niet omdat de Gentse band hier op het hoofdpodium staat te blinken, dat er ook maar een millimeter toegegeven wordt aan het publiek. Was Eefje de Vissers set gisteren nog een triomfantelijk omarmen van een nieuw verworven status, dan geven de broers Dewaele hier niet meer dan een waarschuwingsschot voor de boeg: er staat een nieuwe plaat op uitkomen (najaar!) en die zal naar alle waarschijnlijkheid opnieuw zeer hard als Soulwax klinken.

Kregen we dus: een lange elektrotrip met veel nieuw werk, en drie drummers die hoog boven de halve studio beneden uittorenen. Zoals ze dat aan de toog zeggen: the usual, dus. De Dewaeles en hun muzikanten leverden het allemaal als een soepje uit de mixer, waarin af en toe een herkenbaar brokje voorbij dreef. Hier een stukje van de bekroonde remix van Marie Davidsons “Work It”, daar een flard “Moskow Diskow” van Telex, of eigen werk als “Another Excuse” of die “James Brown is dead”-sample uit het begin van de jaren negentig. Zelfs Samantha Fu’s “Theme From Discothèque” komt langs, maar de hevige explosie van dat nummer volgt niet; de drums hameren ongenaakbaar rechtdoor.

De hoofdmoot is echter dat nieuwe werk; een stampend “Hot Like Sahara”, een rockend “Idiots In Love”, een feestelijk “Polaris”. Waarna de verjaardag van bassist Stefaan Van Leuven aanleiding is voor een hoeraatje en een traktatie: “NY Excuse”. Eindelijk iets bekends, maar daarmee zit het er wel meteen op. Nog een laatste bisnummer, vanzelfsprekend onbekend en nieuw, is het laatste teken van leven in deze moeilijke, bijna uitdagend hermetische set. Soulwax bleef compromisloos als ooit.

Goed dus dat er na zo’n headliner altijd nog een feestmomentje in de Two volgt. Gisteren deed Nia Archives er nog haar jungle-ding, vandaag is het aan ouwe getrouwe Caribou om de danslustigen te entertainen. Dan Snaith kan dat, en hij wéét het: wie een bonkend “Odessa” al zo vroeg in de set dropt, heeft er vertrouwen in dat er nog veel meer leuks in zijn zakken zit. “Sun”, uiteraard, met een grandioze lichtshow die midden in de nacht de zon doet opkomen boven de TWO, en een onverwacht daverende groepsfreakout midden in het nummer. Hoe langer het duurt, hoe minder je het gevoel hebt dat je nog naar een band staat te kijken, maar wie maalt daarom als je jezelf kan verliezen in de warme elektronica van “Can’t Do Without You”? Snaith maakt hartjes naar het publiek, en krijgt ze, verdiend, in duizendvoud terug. Om het met ons nieuwbakken festivalspreukenproject te zeggen: Caribou? Altijd goe.

Beeld:
Tom Leentjes en Cathy Verhulst

verwant

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten van Meer

Rosalía :: LUX Rosalía jaagt ons al vier...

Eindejaarslijstje 2025 van Nelle Verbrugghe

2025 was een koortsdroom van een jaar waarin de...

Eindejaarslijstje 2025 van Line Tuymans

Allesbehalve een slecht jaar, dat 2025. Muzikaal dan toch,...

Eindejaarslijstje 2025 van Matthieu Van Steenkiste

Ja, het was weer zo'n jaar, maar laat ons...

De beste platen van 2025 volgens de enolaredactie

Laat ons nog een keer achteromkijken, de zegeningen tellen...

recent

All That’s Left of You (Allly Baqi Mink)

All That’s Left of You is de derde speelfilm...

Kunde :: Latebloomer

In 2026 kijken we al lang niet meer verbaasd...

Carine Hinder & Jérôme Pélissier :: Brume: 1. Het ontwaken van de draak

Met Brume kondigt zich een ambitieuze nieuwe kinderstrip aan....
Vorig artikel
Volgend artikel

1 REACTIE

  1. Bizar de recensie van magdalena bay, dat het niet je ding is prima maar dit is gewoon onjuist en laat een gebrek aan verstand van muziek zien

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in