Best Kept Secret 2025: Een shotje euforie, een dwaze glimlach, en een haai

Zondag 15 juni: Het kaf en het middle-of-the-roadkoren

Het kruit is stilaan verschoten, zowel op de affiche als in ons lijf. Dag Drie is altijd een beetje strompelen, tot het dat niet meer is. Want in kleine hoekjes, en soms in de grotere, heeft Best Kept Secret ook vandaag toch weer zijn verrassingen.

Niks is verder van de camping verwijderd dan de TWO, de toestand van onze voeten kan niet anders omschreven worden dan festival-dag-drie-pijnlijk, en 12.30 uur is belachelijk vroeg, maar toch slepen we onszelf – ijskoffietje bij de hand – het terrein over, want: Elephant. Meer zondagochtend dan deze jongens wordt het niet op Best Kept Secret, met hun lieve, lome Real Estate-achtige liedjes, al is er elke keer ook weer een portie gitaartovenarij die ze waarschijnlijk maar wat graag aan Nels Cline (zou hij er al zijn?) willen tonen. Het is dat Wilco hier straks gewoon zelf staat, of de award voor beste solo kon al uitgereikt worden tijdens “Calling” – verder nochtans één en al zoete refreinen en pakkende melodieën – of “Hometown”, dat de americana (niet voor het laatst vandaag) naar Hilvarenbeek brengt.

Nieuw op deze tour is toetseniste Geonne Hartman, die met haar twangey vocals een klein hoogtepuntje maakt van “You Wanted The Same”, en ook in de andere songs voor wat extra fond zorgt. Ook nieuw: de autotune in “20k”, duidelijk geïnspireerd door Bon Iver – op zich ook geen verrassende invloed voor Elephant. Het is boeiend om te zien hoe de band andere hoeken verkent, maar toch wordt het nergens zo goed als in afsluiter “Bird’s Eye View”, met zijn prachtige samenzang, en vooral een extra lang uitgerekte outro, waarin elk groepslid nog eens mag schitteren. De jongens eindigen met z’n drieën aan de rand van het podium, lichtjes overweldigd door de bakken liefde die dit publiek over hen uitstort, en wát is dat mooi om te zien. Volgend jaar dan maar meteen dat hoofdpodium?

We verhuizen voorlopig nog niet, want de TWO is vandaag dé plek voor wie nog even geen nood heeft aan bruut gitaargeweld of dikke beats, maar gewoon, heel simpel, fijne liedjes wil horen. Blanco White heeft er zo een pak in de aanbieding, te beginnen met het gloeiende “Colder Heavens”, voer voor fans van Ben Howard en weemoed in het algemeen. Whites muziek dreigt soms in het iets te generische hoekje van Spotify’s chillmix te belanden, maar altijd is er wel een hartverscheurende stembuiging, een exotische trommel of een flamencogitaar om het kaf van het middle of the road-koren te scheiden. Zeker “El Buho” en “So Certain”, spookachtige folksongs waarin de viool het hoogste woord mag voeren, tonen waar Blanco Whites talent ligt: de man is een verteller pur sang.

In “Tarifa” doet ie dat op schaamteloos romantisch wijze, de tekst nog altijd gedrenkt in melancholie, maar muzikaal met een zomers huppeltje in de tred. Maar het kan nóg mooier: “Olalla”, over godvergeten Zuid-Europese dorpen, danst op een gitaartje dat aan Vampire Weekend doet denken, “The Lily” wordt gedragen door een viool die door merg en been gaat. We hadden het na een teleurstellende, wat afgelikte passage in de Botanique niet meer verwacht, maar in deze pure vorm was Blanco White niet minder dan een revelatie.

Ronde drie voor Waxahatchee op Best Kept Secret: na doortochten in de al lang ten grave gedragen THREE en FIVE, staat ook zij deze keer in de TWO. Klinkt als een downgrade, maar dat is het niet in de BKS-telling: nooit eerder kreeg Katie Crutchfield op dit festival zo’n hoop volk voor zich. Waar ze vroeger nog wel eens in haar schulp durfde te kruipen op het podium, lijkt de volle tent haar net vooruit te stuwen, zo overtuigend staat ze hier vandaag de massa te entertainen. De eerste helft van de set is een waanzinnig salvo aan verrukkelijke countryrockers, grotendeels geplukt uit laatste album Tigers Blood, met altijd die kwikzilveren stem van Crutchfield als stralend middelpunt.

Dat ze voor “Right Back To It” al eens Jeff Tweedy in plaats van MJ Lenderman durft optrommelen, deed het beste vermoeden op deze Wilco-dag, maar helaas: wij moeten het stellen met zoon Spencer op drums. Ook niet slecht, en verder is de versie die we hier krijgen puntgaaf, wat sneller dan op plaat ook, met een gezellig moppie banjo en pedalsteel erbij om de sfeer er helemaal in te brengen. “Mud” knutselt met dezelfde elementen een zo mogelijk nog mooier geheel, en dan moet de sublieme Kathleen Edwards-cover “Six O’Clock News” nog komen. Het is een song die Crutchfield en haar band als gegoten zit, en je hoort hier ook hoe Waxahatchee de laatste jaren gegroeid is, zo baanvast staan ze hier te spelen. Je ziet het ook, zoals ze zonder gitaar het publiek opzoekt, hen toezingt in “Lilacs”. De laatste noten van dat nummer zijn voor haar band, zijzelf al de coulissen in gedoken, maar het is al lang duidelijk: Waxahatchee is een americana-superster geworden.

Dikke pech voor Big Special. “Welkom op de dag dat al onze elektronica in één klap ontplofte!” Maar dat ze er toch iets van gaan maken, zelfs al is dat niet eenvoudig voor een band die bestaat uit een drummer en een zanger, en verder leunt op tape. Ze proberen het toch, die Joe Hicklin en Callum Moloney, met een “I Mock Joggers” dat dan net een tikkie minder melodieus klinkt, en een al even rudimentair “Desperate Breakfast” waarin wat gered werd toch weer fout loopt.

Terwijl Moloney met een toegesnelde sound guy de boel opnieuw aan de praat probeert te krijgen – “Two geezers who don’t know anything about electronics trying to fix a laptop!” – diept Hicklin zijn gsm uit de broekzak. Want ja, dit bebaard Jerommeke is immers ook dichter, en die kan als dat moet net zo goed zijn innerlijke Kae Tempest bovenhalen voor “Mongrel” of “The Wake”. Tot de computer opnieuw teken van leven geeft, en alles – deze keer écht – van start kan gaan.

Krijgen we dus alsnog: het sterke “This Here Ain’t Water”, waarin Hicklin zijn rauwe strot dicht tegen soul laat schuren – hij zingt dus zowaar een tikkie. Gelogen, overigens: wat hij halverwege uitspuwt, is wel degelijk water; we zagen het flesje. En dan is er “Shithouse”, een loeiende lap lawaai, een oorveeg van een song. “Ons nieuwe volkslied”, noemt de zanger het, en wanneer hij zich uitgeput op de planken laat neervallen, davert Moloney op hem neer met wat speelse worstelmoves. “Oeps, ik deed het om te lachen, maar ik denk dat ik hem echt pijn heb gedaan.” Een opgestoken duim van de andere kant van het podium stelt hem gerust, en dus hernemen ze nog maar eens “Desperate Breakfast”, nu met alle toeters, bellen, hi-hat en zanger in het publiek. Een kind krijgt de drumstok, en mept zich het pleuris; dat nemen ze haar niet meer af. Met “Dig!” doet het duo een laatste rondje aan dit geaccidenteerd concert, de belofte dat ze weerkeren in het najaar wordt gemaakt. Terecht. Big Special heeft recht op een daverende revanche.

De route van de Secret naar de ONE lijkt elke dag een beetje langer te worden, en dus vallen we pas bij Wilco binnen (nu ja, buiten) tijdens “Handshake Drugs”, een nummer of drie ver in de set. Er staat, hangt en ligt dan al best wel wat volk op het strand, maar of dat echt dankzij Wilco is? De zon heeft op deze laatste festivaldag immers precies de juiste warmtestand gevonden (eindelijk!), en dat er toevallig ook een bandje staat te spelen, lijkt vooral gezellige bijzaak.

Allesbehalve ideale omstandigheden, maar Jeff Tweedy en zijn mannen doen gewoon rustig waar ze goed in zijn: hun alt country heerlijk laten uitwaaieren in chaotisch gitaargeweld. Beste voorbeeld vandaag? “I Am Trying To Break Your Heart”, in zijn eerste minuten een bedrieglijk simpel popliedje dat compleet ontspoort tot er aan het eind enkel nog galmende herrie overblijft. Verder zijn het zoals steeds de krankzinnige, weidse solo’s van Nels Cline die alle aandacht naar zich toezuigen. Je zou willen dat die van “Impossible Germany” eeuwig mocht voortduren, maar dat kan niet, “we got way too many songs on our setlist!”

Natúúrlijk haalt “Jesus, Etc.” de selectie, ontroerend als altijd, maar met de voeten in het zand nog net dat tikje mooier dan anders. Een contente Tweedy lijkt er hetzelfde over te denken, gooit er het rockende liefdesliedje “I Got You (At The End Of The Century)” achteraan als vrolijk slotakkoord, en krijgt alsnog de zonnekloppers aan het dansen. Wilco delivers, elke keer weer.

Er is maar één nu-metalband die op Best Kept Secret past, en vandaag mag die hier passeren. Je voelt niettemin aan je water dat Deftones hier vooral was geboekt als voorschotje op gerateerde headliner Fontaines D.C., en dat de veteranen hier wat verloren staan, nu het Michael Kiwanuka is die afsluit. Dat het niettemin het gezelschap van Chino Moreno is dat vandaag voor de meest aanwezige T-shirts zorgde, zegt ook iets; hier staat een dagjespubliek met goesting, en met dezelfde vanzelfsprekendheid lost het gezelschap zijn pletwals.

Het is een geluid uit een andere tijd, ternauwernood uit een andere eeuw, maar het klinkt ook hier, in deze tijden van plastic pop, nog altijd even krachtig. De laaggestemde gitaren, de hakkende gitaren, ze kerven in de ziel, ploegen dit strand om tot er iets helends gebeurt. De riff van “My Own Summer (Shove It)” snijdt als een cirkelzaag, “Tempest” schrijnt, “Swerve City” twijfelt tussen daveren en drijven en doet het dan maar afwisselend. En dan is er nog “Sextape”, een traag nummer met shoegazy kantjes.

Het is een schijnbeweging, want in de laatste bocht haalt Deftones nog één keer verschroeiend uit. “Minerva” is nog een keer loodzwaar verpletterend.

Serieus: wat denkt die Kiwanuka dat hij hierna nog kan komen doen?

Geen idee, wij staan ondertussen bij Magdalena Bay, en daar is de vraag vooral wat de jeugd van vandaag ziet in dit soort hypergelikte, gechoreografeerde pop, waar geen enkel grammetje authenticiteit in doorschemert. Er zal ooit wel een tijd zijn geweest dat Matthew Lewin en Mica Tenenbaum een schattig duo waren dat elkaar aan de middelbare school leerde kennen waarna ze samen muziek gingen maken, maar dat hoor je niet op recente plaat Imaginal Disk, een overdacht rommeltje van stijlen waar geen hart in klopt.

En zo zie je ook op het podium van de TWO een product, dat één overbodige interlude en twee kledingwissels nodig heeft, en zo een set overhoudt die hapert en stokt, en waarvan we nog altijd niet weten wat de bedoeling was. Ja, opener “She Looked Like Me” was dramatisch en bombastisch, “Killing Time” warme pop waarop Tenenbaum over het podium wervelde als een derwisj. En na die interlude was er “Image”; pompende danspop. En dan alvast een mini-kledingwissel wanneer de zangeres met het babystemmetje voor “Vampire In The Corner” een zonnebloemenkop opzet. Maakt dat het nummer beter? Neen. Ziet het er uit? Ook niet. Het is onzin.

Uiteindelijk grijpt Tenenbaum naar engelenvleugels voor “Angel On A Satellite” en het afsluitende “The Ballad Of Matt And Mica”, en je kunt een geeuw niet onderdrukken. Het is zo verbeeldingsloos, zo generisch allemaal, dat je er spontaan een nieuw spreekwoord bij verzint: “Is het bekend van TikTok? Schrap dan maar dat hele blok.”

Zullen we dan toch maar eens zien wat die Michael Kiwanuka heeft meegebracht om het strand weer op te kuisen na de verwoesting van Deftones? Het blijkt een bloedmooi vormgegeven show – rode gordijnen! Een reuzegroot scherm! Een gigantische spiegelbol die het hele publiek verlicht! – met drie gospelzangers prominent op de voorste rand van het podium, en Kiwanuka zelf als een overtuigd, maar bescheiden predikant ergens tussen zijn muzikanten. Hoewel hij meer dan levensgroot op dat scherm geprojecteerd wordt, is het toch vooral de muziek die mag spreken. En we moeten eerlijk zijn: wij zijn niet de grootste fans van ’s mans repertoire, maar zo’n “Cold Little Heart”, dat onverwacht Tijdloze nummer, hakt er na drie dagen festivallen harder in dan verwacht. Voor het eerst dit weekend zwijgt het strand, en ook bij het uitgesponnen “Love&Hate” hoor je enkel de meegezongen “pa-pa-pa’s”: een feestelijk punt achter Best Kept Secret 2025 is het niet, maar het pákt wel.

En daarmee zit het er bijna op, en neemt onze fomo het een finale keer over. Want ach, konden wij onszelf maar in twee stukken splitsen, zodat we én dat concert van YĪN YĪN volledig kunnen uitkijken, én de slotset van huis-dj St Paul op de Floor integraal meepikken. Een beetje van beide dus, met eerst de campingdisco-meets-gitaarvirtuositeit van onze favoriete Oosterse Hollanders, en aan de andere kant van het terrein St Paul die nog één keer alles in elkaar draait, van The Dare over Minnie Ripperton naar Tyler, The Creator en weer terug. Brian Wilson krijgt het op één na laatste woord, een “God Only Knows” dat uit honderden kelen weerklinkt, vreugde en traantjes tegelijk, “When The Sun Goes Down” van Arctic Monkeys doet traditiegetrouw het licht uit. Tot volgend jaar dan maar weer?

Beeld:
Tom Leentjes en Cathy Verhulst

verwant

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten van Meer

Rosalía :: LUX Rosalía jaagt ons al vier...

Eindejaarslijstje 2025 van Nelle Verbrugghe

2025 was een koortsdroom van een jaar waarin de...

Eindejaarslijstje 2025 van Line Tuymans

Allesbehalve een slecht jaar, dat 2025. Muzikaal dan toch,...

Eindejaarslijstje 2025 van Matthieu Van Steenkiste

Ja, het was weer zo'n jaar, maar laat ons...

De beste platen van 2025 volgens de enolaredactie

Laat ons nog een keer achteromkijken, de zegeningen tellen...

recent

All That’s Left of You (Allly Baqi Mink)

All That’s Left of You is de derde speelfilm...

Kunde :: Latebloomer

In 2026 kijken we al lang niet meer verbaasd...

Carine Hinder & Jérôme Pélissier :: Brume: 1. Het ontwaken van de draak

Met Brume kondigt zich een ambitieuze nieuwe kinderstrip aan....
Vorig artikel
Volgend artikel

1 REACTIE

  1. Bizar de recensie van magdalena bay, dat het niet je ding is prima maar dit is gewoon onjuist en laat een gebrek aan verstand van muziek zien

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in