Enter The Wu-Tang: 36 Chambers

Enter the Wu-Tang: 36 Chambers, het debuut van de Wu-Tang Clan is in hun eigen woorden al dertig jaar niet om mee te fucken. De Clanleden kwamen, zagen, en overwonnen de muziekindustrie die hen eerst had uitgespuwd.

Can it all be so simple?

De Wu-Tang Clan was in verschillende opzichten een buitenbeentje in de rapwereld. Ten eerste waren ze met negen. Rappers werkten normaal alleen of in kleinere groepen van enkele leden, maar negen mc’s op een podium? Dat was ongezien. Ten tweede was het de gewoonte dat één rapper met verschillende producers aan een album werkte. De Wu-Tang deed het tegenovergestelde: RZA was de enige producer, de rest rapte over zijn beats. Ten derde kwamen ze van Staten Island. Toonaangevende hiphop kwam in die dagen uit de Bronx of Brooklyn, niet uit Staten Island. Ten vierde zijn er die kungfu-samples. Het is het eerste dat je hoort op de plaat. Het is hetgene dat het meest in het oor springt, want het is wat je het minst verwacht.

Ten vijfde: ze hadden een plan.

Cash Rules Everything Around Me

De Clan wist donders goed wat ze aan het doen was, dertig jaar terug. Nog voor er een noot muziek opgenomen was, waren de broers Robert en Mitchell Diggs (RZA en Divine voor de vrienden) al strategieën aan het uitdenken, contracten voor de verschillende leden aan het opstellen én hadden ze al verschillende bedrijven opgestart, zoals Wu-Tang Productions – onder welke naam ze de komende vijf jaar de wereld zouden bestormen. Het klinkt misschien vreemd, maar de Wu-Tang Clan is eerst en vooral een financieel plan geweest. Dat marktdenken is belangrijk om te onthouden, het is de basisfilosofie van wat ze in de jaren daarna allemaal hebben ondernomen en waarvan die eerste groepsplaat Enter The Wu-Tang: 36 Chambers het perfecte startschot was.

De leden van de Wu-Tang hadden immers geld nodig. Allemaal verdienden ze tot dan toe hun brood met het onvoorspelbare geld van de drugshandel op straat – om over de gevaren daarvan nog maar te zwijgen. RZA had voor zichzelf wel altijd van een ander leven, een leven in de muziek, gedroomd. Het geld van de straat was voor hem eerder afleiding van waar het hem allemaal om draaide: beats maken in de kelder van zijn ouderlijk huis. Maar zelfs dat dealen kon hem niet het geld geven om een deftige sampler te kopen. Hij kon pas aan de E-mu SP1200 (waarop hij het debuut grotendeels in elkaar heeft gebokst) geraken nadat zijn vriend en dealer Ollie Powers hem van het nodige geld had voorzien. Ironisch genoeg stond net die machine in juli van dit jaar te veil in Sotheby’s voor ongeveer 50.000 dollar.

In 1991 kreeg RZA dan eindelijk zijn kans. Als Prince Rakeem mocht hij een single opnemen voor Tommy Boy Records. Door inmenging van het label dreef die single steedsverder weg van de rauwe straatenergie waar Rakeem voor stond en werd het meer een flauwe R&B-single met een potsierlijke clip waarin de rapper een ladiesman moest spelen. De single flopte en Rakeem werd gedropt door zijn label. RZA moest terug de straat op.

Dat liep fout – hij moest na een vermeende moordpoging vluchten naar Ohio en belandde zelfs even in de gevangenis. Het is daar dat zijn visie rijpte en vorm kreeg. Voortaan zou hij zelf de creatieve controle over zijn output behouden en enkel nog vrienden om zich heen verzamelen om als groep, als leger, de strijd aan te gaan met de labels en zodoende de (muziek)wereld te veroveren. Alleen was het niet zo simpel om die groep samen te stellen. Hij kon rekenen op zijn neven Gary Grice – extreem getalenteerd, maar ook gedesillusioneerd na een vergelijkbare ervaring met een slecht contract – en Russell Jones, een ongeleid projectiel, maar wel onvoorwaardelijk trouw. Bij de Wu-Tang Clan zouden ze bekend worden als de GZA – oftewel Genius – en de Ol’ Dirty Bastard.

De andere leden die hij voor ogen had waren moeilijker

De appartementsblokken van Park Hill. Foto: T.L. Miles

samen te brengen. Sommigen kwamen uit Stapleton Houses (een middenklassewijk op Staten Island), anderen uit Park Hill (of ‘Killah Hill’, zoals het genoemd werd ten tijde van de door drugsmoorden geteisterde crack-epidemie) en tussen sommigen van hen was de relatie gespannen. De reeks Wu-Tang: An American Saga schetst hiervan een mooi, maar gefictionaliseerd en geromantiseerd beeld. Zo waren in werkelijkheid niet alle geschillen even hard op de spits gedreven als in de reeks wordt gesuggereerd.

De hoes van de Wu-Tang demo uit 1992, met nog een ruwe en meer gewelddadige versie van het bekende logo.

RZA stelde een plan van aanpak voor: hij vroeg de leden om hun geschillen en persoonlijke zoektocht naar succes opzij te zetten en vijf jaar van hun tijd in de Wu te investeren. Dat zou volgens zijn plan voldoende moeten zijn om hen van de straat te halen. In hun eigen appartement namen ze vervolgens hun debuutsingle “Protect Ya Neck” op onder eigen beheer en die explodeerde in de underground.

A game of chess is like a swordfight. You must think first, before you move.

De labels roken geld en begonnen op die mysterieuze groep te azen. Het spel kon beginnen en de RZA was vastbesloten om het schaakspel weldoordacht te spelen. Labels mochten tegen elkaar opbieden om deze nieuwe hype binnen te halen, maar dan enkel op de Wu-Tang als groep. De sololeden hadden de vrijheid om ook voor zichzelf rond te gaan shoppen bij andere labels en hen ook op die manier tegen elkaar te laten opbieden. Labels die de groep misliepen waren bereid om diep in hun zakken te tasten om commercieel mee te profiteren van iedereen die geaffilieerd was met de Wu. Platenmaatschappijen werkten elkaar niet tegen, maar versterkten juist de hype, omdat ze allen betrokken partij waren.

Het was een omgekeerde wereld. Dit keer dicteerde de groep de wet, niet de labels. De jaren ervaring van handel drijven op straat had RZA geleerd hoe je een aantrekkelijk product én de nodige vraag creëert. Uiteindelijk haalde het label Loud hen binnen – niet met het grootste budget, maar wel met de belofte dat ze de volledige creatieve en zakelijke vrijheid kregen die ze wilden.

Still uit de game “Wu-Tang: Taste the Pain” uit 1999

Bovendien zag de Clan het breder dan dat. Muziek duurt niet eeuwig en rappers blijven niet voor altijd jong, dus moesten ze andere manieren zoeken om ook in de toekomst hun inkomsten veilig te stellen. Hun neus voor commercieel talent deed hen nog meer bedrijven oprichten. Ze investeerden in talloze merchandiseproducten zoals computerspelletjes en vooral de kledij van de Wu-Wear, waarop ze hun eigen iconische vleermuislogo in krachtig zwart en geel plakten – zwart en geel zijn in de natuur de kleuren van het gevaar. De Wu-Tang was een zwerm killer bees geworden die hun nesten in de hiphop bouwden en uitzwermden naar de mainstream. Als andere rappers zoals Jay-Z, Pharrell en talloze anderen tegenwoordig investeren in allerlei andere dingen dan in hun muziek, dan hebben ze dat van de Wu geleerd.

Vijf jaar later, bij de release van Wu-Tang Forever, liep het contract af. Alle clanleden waren supersterren geworden, met bijna allemaal een soloalbum op hun naam. Het plan was een succes.

It started off on the island, a.k.a. Shaolin

Enter The Wu-Tang beschouwen als niet meer dan een vehikel voor een commercieel imperium, een soort businesscard, is echter ook weer onrecht aandoen aan een album dat algemeen beschouwd wordt als een van de beste hiphopalbums aller tijden. Véél onrecht, want het album is thematisch en muzikaal rijker dan het volledige oeuvre van de gemiddelde rapper. In zijn uiterst genietbare boek Chamber Music: About the Wu-Tang (in 36 Pieces) gaat journalist en ex-platenbaas Will Ashon dieper in op vele van die thema’s, waarvan we er hier enkele aanstippen.

De Staten Island ferry. Foto: InSapphoWeTrust

Geografie speelt een bepalende rol op het geluid en de visie van Enter The Wu-Tang. Zoals gezegd ligt de oorsprong van de Wu-Tang Clan op Staten Island, de minst bekende van de vijf boroughs die samen New York City uitmaken. Het ligt niet alleen cultureel, maar ook geografisch geïsoleerd van de rest van de stad. De metro komt er niet en je moet al een brug over of een ferry nemen om in Manhattan te komen. Het is in de woorden van de inwoners zelf ‘the forgotten borough’, genegeerd door het stadsbestuur.

Die afzondering, het op zichzelf teruggeworpen zijn, kweekte een gevoel van wij-tegen-de-rest. In combinatie met hun grote aantal leden maakte dat de Clan tot een leger en ze hadden lak aan het spel netjes te spelen. Wanneer ze hun kans kregen om zichzelf voor te stellen op de jaarlijkse belangrijke showcase Jack the Rapper, werden ze last minute geschrapt. Gevolg: ze bestormden het podium en sloegen iedereen in de zaal verbaal knock-out.

Onbekend maakt dus onbemind, maar tegelijk laat het ook de ruimte om zelf je verhaal te creëren. Zelfmythologisering en referenties aan de harde werkelijkheid zijn op Enter the Wu-Tang onlosmakelijk en in gelijke mate met elkaar verweven. Zo zijn er de realistische teksten over de drugshandel of het ruige leven op straat, met de voelbare naschokken van de crackepidemie en Reagans onverzettelijke war on drugs. Zeven van de negen clanleden hadden effectief in de gevangenis gezeten en kenden dus de ontbering waarover ze spraken. Je zou hun muziek gangsterrap kunnen noemen, maar er is een verschil. Ja, er wordt gemoord, lijkzakken worden afgevoerd en onschuldigen sneuvelen, maar nergens verheerlijkt de clan dat geweld. Het wordt ofwel geridiculiseerd (zoals in de “Torture”-skit) ofwel gesublimeerd. Als echte samoerai komen ze achter je aan met zwaarden – geen echte zwaarden, hun tong is hun zwaard. Tekstueel maken de clanleden je kapot, zonder genade. Ghostface Killah laat zijn slachtoffer in “Bring da Ruckus” afvoeren in een lijkwagen, maar gooit er nog een achteloos ”I did worse” achteraan. De Wu-Tang is in hun eigen woorden nuthin’ ta F’ Wit.

Filmposter van The 36th Chamber of Shaolin (1978) uit de studio van de Shaw Brothers

Ook de rappers van N.W.A. claimden al dat ze chroniqueurs waren van wat gebeurde op de straat. De Wu-Tang Clan ging echter nog een stap verder en een niveau dieper. Het meest opvallende zijn de invloeden uit kungfu-films die ze incorporeerden in hun New Yorkse hiphop: je hoort vuistgevechten, quotes van oosterse filosofie en kletterende samoeraizwaarden. RZA en Ghostface Killah haalden deze invloeden uit de vele kungfu-films die ze gingen bekijken in de groezelige cinema’s op 42nd Street. Samoeraizwaarden vind je uiteraard niet (of toch niet vaak) in de straten van New York, maar toch hebben ze hun plaats op een hiphopalbum. Het genre is immers competitief in het diepst van zijn kern: breakdance is het gestileerd gevecht, woordgevechten beslissen wie de beste rapper is en graffiti is het afbakenen van territorium.

De Wu-Tang trok deze strijd verder in het samplen van de kungfu-films, waarin de underdog vaak moest vechten tegen een boze heer, nadat hij zijn vaardigheden door eindeloze training perfectioneerde. In dat opzicht zijn ze vergelijkbaar met de blaxploitationfilms – en ook rappers van Staten Island zagen zich als underdogs die via eindeloos schaven aan hun verses de strijd aanbonden met de rapwereld aan de andere kant van de Hudsonrivier.

The RZA, he the sharpest motherfucka in the whole Clan, … with the beats, with the rhymes, whatever

The RZA. Foto: Mika V

En als de teksten van de Clanleden je nog niet aan stukken gesneden hadden, deed de muziek dat wel. Vanzelfsprekend was dat niet. Dit was de tijd dat de funky laidback West Coaststijl helemaal en vogue was. Dre’s The Chronic was in 1992 uitgekomen en Snoop zou twee weken na Enter the Wu-Tang de megablockbuster Doggystyle droppen. Het geluid dat RZA zocht, was in geen enkel opzicht modieus te noemen. Rauw en grauw ademde de muziek stedelijk verval en de verbetenheid om deze te overkomen. De productie is hárd, luister maar naar hoe die fingersnaps klikken in “Bring da Ruckus”, of hoe de drums klinken als werden ze opgenomen in gerafelde en vochtige kartonnen dozen, maar toch springen ze genadeloos uit je boxen.

We zijn mijlenver verwijderd van de slappe R&B van Prince Rakeem, opgedrongen door een label. RZA had zijn hele jeugd en leven gebouwd aan deze beats, ze fijngeschaafd en gelardeerd met alle invloeden uit de kungfu-films die hem gevormd hadden. RZA samplede oude soulplaten – vooral dan van het Stax-label en Thelonious Monk en kneedde deze op dit album en de daaropvolgende solo-albums tot unieke geluidsprofielen voor elke aparte mc.

De rhymes die de rappers er vervolgens op dropten zijn van een zelden gehoorde snedigheid. Ze bijten zich niet alleen vast in de microfoon, ze eten hem haast op en spuwen de brokstukken in je gezicht. Ze straalden gevaar uit. Elk van de negen personages had zijn eigen manier van rappen, zijn eigen persona, en als groep stuwden ze elkaar naar grotere hoogtes: de Method Man was smooth, de man voor wie rappen even natuurlijk is als ademen. Ol’ Dirty Bastard was de zwalpende acrobaat, zonder enige morele code – hij is de bastaard omdat zijn stijl geen vader kent (hoe hij zich doorheen zijn couplet op “Da Mystery of Chessboxin'” snauwt is onnavolgbaar); Ghostface was de gevaarlijke maffioso, Raekwon de verhalenverteller, U-God de hypeman, Inspectah Deck de stille die stiekem toch met de beste oneliners kwam en de GZA was tekstueel zo sterk dat niemand na hem wilde rappen: zijn verses vind je haast steeds aan het einde in posse cuts. Samen met Method Man is hij trouwens het enige groepslid dat een volledig solonummer mag dragen.

Word is Bond

Negen heel eigen personas dus, maar wel verbonden in de taal en in spiritualiteit. De clanleden hingen de theorie van de Five-Percenters aan, een afsplitsing van The Nation of Islam die stelt dat God niet in de hemel resideert, maar dat elke (Aziatische zwarte) man op zichzelf God is en zijn eigen hemel moet creëren. Hiervoor rekenden ze op diepgaande kennis van wiskunde en het alfabet. Als je alles afbreekt tot de kleinste eenheid komt diepere kennis naar boven en word je zoals God. Zo komt volgens het alfabet van de five-percenters RZA van “Ruler Zigzagzig Allah”, waarin A-l-l-a-h op zijn beurt weer staat voor “arm-leg-leg-arm-head”, god als mens dus. Eén van de verklaringen voor de 36 kamers uit de titel van het album komt uit de vermenigvuldiging van de negen clanleden en hun vier hartkamers, waarbij vier staat voor ‘cultuur of vrijheid’ en negen voor ‘geboorte’.

Die spirituele diepgang was een extreme vorm van toewijding aan taal, een toewijding die de beste mc’s zoals Nas, Rakim of de leden van de Wu-Tang allemaal deelden. In een universum als dat van de Wu-Tang Clan is taal alles, en in taal is alles mogelijk. Taal was de basis van hun woordkunst en taal was hetgeen dat alles verbond. Het vaak gehoorde ‘Word is bond’ is dus geen holle frase in hun universum. Waarachtigheid, het hoogste goed in vele hiphopkringen (keepin’ it real), is bij de Clan belangrijker dan de waarheid. Laat de waarheid nooit in de weg komen te staan van een goed verhaal.

En zo kan Staten Island een geloofwaardig Shaolin worden en kan ook Shameek écht vermoord worden in de skit waarin Raekwon en Method Man ruzie maken om een zoekgeraakte videotape – of Shameek in de realiteit buiten het verhaal bestaat, doet niet ter zake. Ook de verhalen van “Tearz” en “C.R.E.A.M.” zijn niet echt gebeurd maar binnen het rauwe straatuniversum van Shaolin en Wu-Tang zouden ze wel echt gebeurd kunnen zijn. En dát is wat telt voor deze woordkunstenaars.

Clan in da Front

Laat na dit alles duidelijk zijn dat Enter the Wu-Tang: 36 Chambers een voldragen meesterwerk is, niet alleen in de zakelijke opzet van het geheel, maar ook op artistiek vlak. Het album en de groep creëerden een schokgolf in de business waarop ze nog jaren konden teren. Snoop en zijn West Coast-geluid stonden misschien op het toppunt van de industrie, maar de Wu-Tang veranderde de industrie zelf en luidde tegelijkertijd de revival in voor de drogere East Coast-rap.

Bijna alles wat de clanleden na 1997 apart of samen hebben uitgevoerd, haalde bijlange niet het niveau van hun debuutplaat, maar dat kan ook haast niet. In 1993 was die uniek en perfect. De wereld is ondertussen veranderd, de meeste onder hen hebben solo-albums op hun naam, hun levens zijn veranderd, de muziekbusiness is veranderd. En dit alles is begonnen bij Enter the Wu-Tang. Kapitalisme had nooit beter geklonken.

Loud

verwant

Mobb Deep :: The Infamous

“You can’t make it if you ain’t affiliated with...

The Infamous Hell On Earth :: Hoe Mobb Deep de gangsta rap in New York op de kaart zette

Vorige week 20 juni overleed de Amerikaanse rapper Prodigy....

Couleur Café strooit flink wat namen

Couleur Café pakt uit met een flinke portie nieuwe...

Wu Tang Clan :: A Better Tomorrow

Een olifantendracht, daar leek het wel op. Het zesde...

Wu-Tang Clan viert twintigjarig bestaan met nieuwe plaat ‘A Better Tomorrow’

De shoalin’ krijgers van Wu-Tang Clan vieren hun twintigste...

aanraders

Porcelain id :: Bibi:1

Ook wij moeten er soms aan herinnerd worden dat...

Het Zesde Metaal :: Het langste jaar

Wannes Cappelle was in 2022 in rouw door het...

Jon Amor Trio :: The Turnaround

Het heeft enige tijd geduurd, maar Jon Amor heeft...

The Bony King Of Nowhere :: Everybody Knows

Na een vijfjarige stilte hield The Bony King Of...

IDLES :: TANGK

'In just 40 minutes, Joe Talbot says the word...

recent

Roncha & Chillow :: Juste D’Echte

En u? Wie wil u rond uw bed zien...

Maxim Osipov :: Kilometer 101

Dat zelfs op al onschadelijk gemaakte dissidentie nog steeds...

Porcelain id :: Bibi:1

Ook wij moeten er soms aan herinnerd worden dat...

Ronker :: Slow Murder

Daar zijn ze dan terug. Na de openingspunch van...

Talking Heads: Stop Making Sense

De techniek staat niet stil, nostalgie verkoopt. Het digitaal...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in