De Son Vivant

Zes jaren na La Tête Haute, een verhaal over een jeugddelinquent die houvast zoekt in zijn leven (destijds de openingsfilm van het filmfestival in Cannes), doet actrice/regisseuse Emmanuelle Bercot opnieuw beroep op icoon Catherine Deneuve en Benoît Magimel voor de hoofdrollen.  De geprezen ingetogen aanpak van die prent wordt hier ingeruild voor iets minder subtiliteit, maar Bercot trekt met De Son Vivant dan ook duidelijk de kaart van het melodrama.

Benjamin (Magimel), een alleenstaande theaterdocent, is 39 jaar als hij na wat vage rugklachten plots te horen krijgt dat hij aan een vergevorderde vorm van alvleesklierkanker lijdt en amper nog 6 tot 12 maanden te leven heeft.  De chemokuur die hem aangeraden wordt is niet uit hoop op een mirakel, maar louter om de pijn die komen zal te beperken.  Bercot duwt ons op die manier meteen in de schoenen van de protagonist: Benjamin moet zijn lot onder ogen zien omdat genezing onmogelijk is, en wij kunnen alleen maar pijnlijk toekijken hoe hij en zijn moeder (Deneuve) dat moeilijke leerproces van acceptatie moeten ondergaan.

De Son Vivant is dan ook zeker geen makkelijke film, maar het scenario, dat Bercot samen met Marcia Romano neerpende, laat ondanks de totale afwezigheid van een goede afloop toch nog een streepje licht schijnen aan het einde van de uitzichtloze tunnel.  Dat komt vooral voort uit de diepmenselijke aanpak van de palliatieve zorg die Benjamin krijgt, met centraal zijn behandelende arts Dr. Eddé (Gabriel Sara)  die op een berustende en liefdevolle manier niet alleen zijn patiënt maar ook de verplegers rondom hem leert omgaan met de mentaal slopende reis die zich aandient.  Sara, ook in het echte leven oncoloog en bijgevolg amper in de hoedanigheid van acteur, is als ervaringsdeskundige een significant onderdeel in de kracht van de prent, een bijzonder aimabel man wiens woorden tegelijkertijd didactisch en zalvend zijn.  In één van zijn praatsessies zegt een verpleegster beschaamd te zijn om te huilen in het bijzijn van patiënten, waarop Dr Eddé haar op het hart drukt dat daar helemaal niets verkeerd mee is want: “Zo toon je uiteindelijk empathie en geef je een signaal dat het ok is om emoties te tonen” (om er dan nog met een kwinkslag aan toe te voegen dat het niet de bedoeling is dat de patiënt uiteindelijk de verpleegsters moet gaan troosten).  Die dynamiek tussen leraar en leerling is bijzonder mooi om te zien en loopt als een rode draad doorheen de film waarin uiteindelijk elk personage wel iets te leren heeft en daar in zekere zin een mentor voor nodig heeft.

De serene cameravoering van Belg Yves Cape (onder andere bekend van Leos Carax’ Holy Motors) weet de tragiek, en de schoonheid die daar stiekem onder schuilgaat, prachtig in beeld te brengen met een uitstekend en vaak terugkerend gebruik van binnenvallend zonlicht en treffende close-ups die woede, ongeloof en uiteindelijk berusting tastbaar maken, uiteraard gesteund door de knappe prestaties van Magimel en de inmiddels 78-jarige Deneuve.  Het is daarentegen wel jammer dat de makers niet altijd de typische valkuilen van overdreven sentiment weten te ontwijken, en ze vaak zelfs bewust opzoeken.  Zo verdrinken teveel scènes in melancholische viool- of pianomuziek (vaker een vloek dan een zegen) en is de akoestische serenade van “Nothing Compares 2 U” aan het sterfbed voor velen misschien een te flagrante poging om onze traanklieren aan te vallen.  Daarnaast bewandelen ook de subplots van een vervreemde zoon (Oscar Morgan) en een romantisch intermezzo met verpleegster Eugénie (Cécilé de France in een ietwat ondankbare rol) de dunne lijn tussen overbodig en slecht uitgewerkt.  Het zijn slechts kleine uitschuivers die weinig afbreuk doen aan het feit dat dit een aangrijpende ode is aan helden die willen vechten maar dat niet meer kunnen, en zij die aan hun zijde blijven tot de allerlaatste seconde. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =