Dancer in the Dark






Toen Lars von Trier in 2003 ‘Dogville’ uitbracht,
barstte in de VS een controverse los rond de vermeende
“anti-Amerikaanse” inhoud van de film. Daar was het de tijd dan ook
naar: 9/11 lag nauwelijks twee jaar in het verleden en de
Irakoorlog was net begonnen – wie niet voor hen was, was tegen hen,
en Lars von Trier… Wel, Lars von Trier was duidelijk tegen hen.
Nochtans was het niet de eerste keer dat de regisseur een drama in
de VS situeerde. Drie jaar eerder, in 2000, maakte hij al ‘Dancer
in the Dark’, een experimenteel opgevat melodrama dat ook redelijk
kritische kanttekeningen plaatste bij pakweg de mentaliteit van
Amerikanen tegenover immigranten en het rechtssysteem. Maar toen
kraaide er geen haan naar. ‘Dancer in the Dark’ werd bekroond met
de Gouden Palm in Cannes, en Björk ging lopen met de prijs voor
beste actrice. De recensies waren verdeeld, maar anti-Amerikaans?
Nope, die discussie werd op dat moment niet gevoerd.

Het verhaal draait rond Selma (Björk), een
Tsjechische vrouw die samen met haar zoontje Gene het geluk is
komen zoeken in Amerika, omstreeks 1964. Selma werkt in een fabriek
en probeert daar te verbergen dat ze langzaam maar zeker blind aan
het worden is, als het gevolg van een erfelijke aandoening. Ze
probeert genoeg geld bijeen te sparen om haar zoontje te kunnen
laten opereren, en hem een gelijkaardig lot te besparen. Dat lijkt
te lukken, totdat haar geld gestolen wordt door haar ogenschijnlijk
minzame buurman en huisbaas Bill (David Morse). Selma’s leven
dreigt gevaarlijk snel uit de bocht te vliegen.

‘Dancer in the Dark’ werd door von Trier beschreven
als het derde deel van zijn “gouden hart-trilogie”, voorafgegaan
door ‘Breaking the Waves’ en ‘The Idiots’. In alledrie de films
staat een fundamenteel onschuldige, zelfs kinderlijke vrouw
centraal, die zichzelf volledig opoffert voor een ander. ‘The
Idiots’ is het buitenbeentje in die trilogie, aangezien de vrouw in
kwestie, Karen, voornamelijk een passieve getuige is van de
gebeurtenissen, terwijl de (mannelijke) leider van de groep idioten
het voortouw neemt. De parallellen met ‘Breaking the Waves’ zijn
dan weer voor de hand liggend: een vrouw – een simpele, nobele ziel
– wordt blootgesteld aan fysieke en mentale vernederingen om de
persoon te verlossen van wie ze houdt (in ‘Breaking the Waves’ haar
echtgenoot, in ‘Dancer in the Dark’ haar zoontje).

Blijft er wel het feit dat von Trier ditmaal verder
gaat in zijn vormelijke experimenten. Het melodramatische element
wordt veel verder gedreven, met bewust lang uitgesponnen scènes van
geweld – tijdens een moordscène is het niet genoeg dat het
slachtoffer wordt doodgeschoten, nee: terwijl hij ligt te sterven,
wordt zijn hoofd ook nog eens tot moes geslagen met een bureaulade.
En ook de climax van de film – die we voor de veiligheid maar niet
zullen onthullen – wordt uitgemolken voor alles wat hij waard is,
zo’n twintig minuten lang.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, besloot
von Trier er ook een musical van te maken. Wanneer het Selma te
veel wordt, vlucht ze weg in haar fantasie: uitgebreide zang- en
dansnummers (uiteraard geschreven door Björk zelf), geïnspireerd
door de Hollywoodmusicals waar ze zo van houdt. Dat hele pakket
geeft de indruk dat von Trier met ‘Dancer in the Dark’ gewoon
zoveel mogelijk contrasterende elementen in dezelfde film heeft
willen proppen, simpelweg om te zien wat het resultaat zou zijn.
Musicalnummers in combinatie met een diep deprimerend verhaal en
een camerastijl die quasi identiek is aan die van ‘Breaking the
Waves’ – in essentie zou het niet mogen werken, omdat je daar een
enorme spanning creëert tussen plot (een melodrama dat zodanig
overspannen is dat het soms op het randje van het bespottelijke
komt), genre (een musical, wat normaal gezien op zijn best een
matig tragisch verhaal ondersteunt) en vorm (digitale fotografie,
handgehouden en schokkerig). Maar toch is de resulterende explosie
aan invloeden enorm fascinerend.

Waar hij in ‘Breaking the Waves’ dat lijdensverhaal
nog in een religieuze context plaatste, laat hij ditmaal de
spirituele overwegingen terzijde, om te kiezen voor een heel aardse
relatie tussen een moeder en haar zoon. Maar één ding is niet
veranderd: zijn heldin is nog steeds een slachtoffer van de
gemeenschap waarvan ze deel uitmaakt. In het geval van Bess een
repressieve tak van de protestantse kerk, in het geval van Selma
Amerika; waar er geen vangnet bestaat voor de armen, waar medische
verzorging handenvol geld kost en het gerecht alleen werkt voor wie
rijk of belangrijk genoeg is. Dat is geen oninteressante subtekst,
maar hij is wel minder gedurfd en minder complex dan die van
‘Breaking the Waves’.

Of ‘Dancer in the Dark’ werkt, zal voornamelijk
afhangen van uw eigen tolerantie voor de vreemde mash-up
van filmische tradities en stijlen, en voor flagrante emotionele
manipulatie. Wat mij betreft, werkt de prent tot op bepaalde
hoogte, maar kan von Trier zijn publiek nooit doen vergeten dat hij
een filmexperiment in elkaar aan het vijzen is. Wanneer hij zijn
finale genadeloos lang uitspint, doet von Trier eigenlijk twee
dingen: op een oppervlakkig niveau is hij een tearjerker
zonder schaamte of weerga aan het maken. Maar ondertussen is hij
ook aan het onderzoeken en analyseren hoe échte (Amerikaanse)
weepies te werk gaan, om die stijl dan in het kwadraat te
imiteren. Je blijft altijd aanvoelen dat de regisseur niet oprecht
is in zijn verhaal: het is hem meer te doen om de mechaniek van het
genre, om het experiment, dan om zijn personages. De vraag die hij
zichzelf stelt, is niet: “wat gebeurt er met Selma?”, maar wel:
“Zou het werken als er dit of dat gebeurde met Selma, in combinatie
met de muzieknummers en de visuele stijl?” In bepaalde mate is dat
natuurlijk zo in àl zijn films, maar hier stoorde het me.

Wat overigens niet wil zeggen dat de film niet
meeslepend of interessant is – zelfs al blijf je de cynische
afstand waarnemen die von Trier behoudt van zijn verhaal en
personages, dan nog moet je wel onder de indruk zijn van de
beheersing die hij heeft over het medium, zijn gevoel voor timing
en zijn intelligentie. En bovendien zijn er de acteurs. Björk was
naar verluidt de hel om mee samen te werken (op een bepaald moment
verdween ze gewoon enkele dagen van de set), maar juist omdat ze
geen getrainde actrice is, levert ze een acteerprestatie waar de
oprechtheid van afdruipt. Ze beschikt niet over de techniek om een
emotie te faken, en dus gaat ze die in zichzelf zoeken – wat
wellicht ook de reden is dat ze het zo moeilijk had tijdens de
opnamen. Catherine Deneuve is solide als altijd in de rol van
Selma’s beste vriendin, terwijl David Morse een subtiele vertolking
geeft als een goede man die door omstandigheden het gevoel krijgt
dat hij geen uitweg meer heeft, en dan maar slechte dingen begint
te doen. Peter Stormare wordt in Amerikaanse films wat al te
makkelijk als typische slechterik-met-een-accent gecast, maar is
gewoonlijk beter wanneer hij een meer gevoelige rol mag spelen,
zoals hier. Een dialoog tussen hem en Björk aan het einde van de
film is één van de beste scènes uit de prent.

‘Dancer in the Dark’ is eindeloos intrigerend, maar
is ook enigszins het slachtoffer van de ambities van de regisseur.
Soms is het genoeg om een genre te beoefenen, zonder het te willen
deconstrueren en in een andere vorm weer in elkaar te zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =