Maxim Osipov :: De wereld is niet stuk te krijgen

Gediplomeerd arts, schrijver van kortverhalen, analist van de menselijke psyche: voor weinig geïnspireerde critici vormde het voldoende aanleiding om Maxim Osipov om te dopen tot de hedendaagse Anton Tsjechov. Hoewel de titel anders doet vermoeden, waait er inderdaad een onverbeterlijk Russisch defaitisme doorheen de verhalen die in De wereld is niet stuk te krijgen gebundeld werden. Toch is Osipovs identiteit als auteur te eigengereid om hem zomaar als telg uit een langere traditie weg te zetten.

In eigen land behoort Maxim Osipov tot de schare intellectuelen die kritische kanttekeningen durft te plaatsen bij Poetins regime. Zolang de schrijver onder de internationale radar blijft, wordt dat schijnbaar gedoogd. Vraag is dus of de man, in geval zijn oeuvre langzaamaan voor de buitenwereld wordt ontsloten, in volle autonomie zal kunnen blijven schrijven. Die autonomie vormt een wezenlijk kenmerk van De wereld is niet stuk te krijgen, een bloemlezing van kortverhalen die een ongewoon scherp beeld geven van het huidige Rusland. Ook in dit Rusland vluchten diegenen die het zich kunnen permitteren naar hun buitenverblijven op het platteland (datsja’s), waar ze – net als bij Tsjechov overigens – op de een of de andere manier worden ingehaald door de stedelijke realiteit.

Uiteraard is het maatschappelijk bestel ontzettend veel veranderd sinds Tsjechov zijn proza op de wereld losliet. Er is een Sovjet Unie geweest, die inmiddels ten val kwam en plaats ruimde voor een kapitalisme van de happy few. Iemand uit die kliek voert Osipov op in Een renaissanceman, waarin de bedrijfsleider, die veelzeggend met boss wordt aangesproken, compleet los van de dagdagelijkse realiteit lijkt te bestaan. Hij probeert zich in kunst te verdiepen ten bate van een onmogelijke verliefdheid, waar hij met zijn centen evenwel geen toegang toe heeft. Zich dat realiseren, lukt niet: zo diep is hij verzonken in zijn wereldvreemde logica. Ook onbaatzuchtige liefde voor een kind blijkt trouwens niet te koop: een revelatie voor iemand die in een werkelijkheid leeft bestaande uit louter financiële transacties. Het personage vindt er niets beters op om, tsaar Nikolaas II achterna, op kraaien te schieten. Met alle gevolgen van dien. Het is een beeld van decadent nihilisme dat zich op het netvlies vast brandt…

Wat vooraf gaat, zijn drie vertellingen waarin de rigide morele codes en de starre bureaucratie van het voormalige Sovjettijdperk lijken door te werken in het heden. De roep van een tamme vogel, met als geestige ondertitel In de plaats van een voorwoord, toont Osipov op zijn best: in vrolijke associaties, waarin de verschrikkingen van het leven worden gecompenseerd met de zekerheid dat er na elke angstaanjagende dag weer een andere aanbreekt. Alleen in Rusland roept men dan: hoera! In Moskou – Petrozavodsk tekent de schrijver dan weer de ruwe contouren van een op oudtestamentische leest geschoeide jurisdictie uit, terwijl De zigeunerin een kafkaëske parabel is over het geklungel waarmee een arts zich aan de middelmaat van zijn inkomen tracht te onttrekken. Dat Osipovs literatuur bulkt van de ingehouden humor, moge duidelijk zijn. Voorbij de tot mislukken gedoemde pogingen om het bestaan en de ander als goed, waarachtig en zinvol te beschouwen, gloort steeds hilariteit. Wat de mens zelfs met de beste bedoelingen niet kan veranderen, daar wordt maar beter om gelachen, niet?

Verderop duiken Aan de Spree en De kleine Lord Fauntleroy op, waarin figuren worden opgevoerd die wat tragisch of wat goed of fout is niet vanuit een klassieke Westerse bril bezien. Die confrontatie is niet alleen intrigerend, maar ook ontroerend – net zoals Tsjechov lijkt Osipov zich immers op Europa te enten in zijn tasten naar wat het leven precies boven zichzelf zou kunnen doen uitstijgen. Niettemin kan het huidige Rusland het Sovjettijdperk niet als voltooid verleden achter zich laten. Objects in mirror is een hallucinante verkenning van een gewortelde angst, ondefinieerbaar geworden omdat de vijand geen gelaat heeft – alweer is Kafka niet veraf. De mijnstad Eeuwigheid is dan weer een oneindig droevig verhaal over een man die zich vastgeroest weet in het beeld dat hij van zichzelf heeft laten maken door de blik van wie hem omringt, door zijn verleden, door wat hij liefheeft. Tsjechov, iemand? En toch drukt Osipov hier zijn eigen stempel. Bij uitstek vormt dit verhaal een bewijs dat het Osipov niet aan talent of verbeelding ontbreekt. Hoe hij een theaterhuis tot leven laat komen, met al zijn eigenaardigheden en obligate diva’s: het laat een onvergetelijke indruk na. Net zoals de hele verhalenbundel, die hoewel gelinkt aan de grote verhalende tradities toch een authentieke signatuur draagt.

Maxim Osipov behoeft ondanks de evidente gelijkenissen geen vergelijking met een grootmeester uit zijn taalgebied. Zijn literaire wereld is niet stuk te krijgen, punt uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 7 =