Tomasz Jędrowski :: Zwemmen in het donker

Tot over enkele decennia was homoseksualiteit niet een geaardheid, wel een misdrijf. Vandaag is het nauwelijks voor te stellen hoe vijandig het klimaat vroeger moet geweest zijn jegens LGBTQ, hoewel de recente politieke ontwikkelingen in Hongarije laten zien dat er nog een lange weg te gaan is. Zo ook in Polen, waar er anno 2019 in een gedeelte van het land “verboden zones” voor LGBT-uitingen werden geïnstalleerd. Zwemmen in het donker thematiseert deze noodgedwongen geheim gehouden seksualiteit, zij het in de context van een meer omvattende onvrijheid en censuur.

Er loert in zekere zin een gevaar om de hoek voor Tomasz Jędrowski’s Zwemmen in het donker. Kort na het verschijnen werd het boek onmiddellijk tot een LGBTQ-klassieker uitgeroepen. Daar is niets gevaarlijks aan, behalve dat het zonde zou zijn mocht het boek enkel een publiek vinden binnen die gemeenschap. Zoals gezegd cirkelt de roman rondom de homoseksuele identiteit van een zekere Ludwik, maar Jędrowski exploreert eigenlijk een breder register. Hoe kan een mens zich conformeren aan een regime dat universele rechten en basale rechtvaardigheidsprincipes met de voeten treedt? In welke mate kan de persoonlijke ethiek zich verzoenen met het ontbreken van een maatschappelijke moraal, en is het mogelijk zich binnen dit systeem te goed te doen aan bepaalde privileges die voor enkelingen met de juiste connecties weggelegd blijken?

Jedrowski introduceert Ludwik, die in een soepele eerste persoon enkelvoud het woord neemt waardoor de lezer zich sterk gevoelsmatig tot het personage kan verhouden, en Janusz, die indringend met “jou” wordt aangesproken, alsof de roman een therapeutische verwerking is, een lang epistel aan de helaas onmogelijk gebleven liefde. De achtergrond is het Polen van begin de jaren ’80, waar sociale onlusten hardhandig de kop worden ingedrukt door een politieke elite die haar eigen voorrechten tegen elke prijs gevrijwaard wil zien. Niet alleen lust blijkt voor het jonge koppel een verboden genot, ook hun gedachten bedreigen hun bestaan. Censuur is alomtegenwoordig, politiek incorrecte uitspraken kunnen keihard bestraft worden, een afwijkende opinie uiten kan iemand kortom met zijn of haar leven moeten bekopen.

Ludwik en Janusz weten zich allebei buitengesloten door het systeem, maar gaan daar verschillend mee om. De protagonist wil zich absoluut niet laten corrumperen, terwijl Janusz halsstarrig vasthoudt aan het idee dat er met de structurele onrechtvaardigheid te leven valt, mits het hebben van goede contacten en het bereiken van een bepaalde positie. Is het een gewortelde angst voor het ten gronde analyseren van het morele failliet van het politieke instituut? Wat blijft er immers nog over eenmaal blijkt dat elke maatschappelijk ingefluisterde zekerheid een regelrechte leugen is? Anderzijds kan het ook latent opportunisme zijn, bij een jongeman die in armoede is opgegroeid en een kans ruikt voor zichzelf. Of het is een gebrek aan moed om alles en iedereen achter te laten en ergens opnieuw te beginnen, gehersenspoeld met het idee dat het vrije Westen minder zekerheid biedt?

Nooit wordt Jedrowski pedant, en naar de motieven van de personages rondom Ludwik kan de lezer blijven raden, net zoals Ludwik zelf dat doet. Per slot van rekening gaat het in de realiteit net zo: een mens handelt dikwijls tegen beter weten in, gedreven door meervoudige impulsen die voor de buitenwereld onkenbaar zijn. Zit er dan geen diepgaande psychologie in Zwemmen in het donker? Toch wel, maar Jedrowski behandelt die stilzwijgend, zonder grote emotionele ontboezemingen naar omhoog te woelen. Ook daarin laat het communistische Polen van begin de tachtiger jaren zich voelen: de emotie is alomtegenwoordig, maar het is taboe om zich de diepste wezenskenmerken te laten ontvallen.

Precies in dat aspect schuilt bovendien het onheil waar Jedrowski tussen de regels voor waarschuwt: eenmaal censuur doorslaat in zelfcensuur, hebben we dan nog een vormvaste identiteit? Het slot – een secuur geschreven en toch verpletterende kruisbestuiving tussen melancholische en hoopgevende elementen – laat zien dat de mens en diens gedachten geen tralies verdragen. Een aanslag op het denken is een aanslag op de vrijheid. Wie moet zwemmen in het donker, leeft in verdomd duistere tijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × drie =