Dune

De waanzinnig populaire sci-fi roman Dune uit 1965 en de vijf vervolgen die de Amerikaanse auteur Frank Herbert daarna nog schreef, werden meermaals bestempeld als onverfilmbaar.  Zowel avant-gardist Alejandro Jodorowski als de al even kunstzinnige David Lynch verbrandden hun vingers aan hun poging om het complexe ruimte-epos van Herbert te vertalen naar het witte doek, met als resultaat dat het 37 jaren zou duren vooraleer iemand de handschoen opnieuw durfde op te nemen.  Dat dit niemand minder is dan de Canadees Denis Villeneuve, hoeft na zijn sci-fi successen Arrival en Blade Runner 2049 geen verassing te zijn.

Het feit dat eerdere pogingen om Dune te verfilmen weinig succesvol waren is alleszins niet te wijten aan een gebrek inzake ambitie.  Zowel Jodorowsky als Lynch zagen het immers groots, hadden beiden een unieke kijk op het bronmateriaal en konden natuurlijk teren op hun grenzeloze creativiteit, geen overbodige luxe om zowel visueel als narratief tegemoet te komen aan Herberts enorme wereld die rijk is aan personages en thema’s.   Doordat het voorop gestelde budget exponentieel toenam zag Jodorowsky echter zijn project al stranden in de pre-productiefase, wat makkelijk te begrijpen is wetende dat de Chileense regisseur een 14-uur durende versie beoogde met klinkende namen als Orson Welles, Mick Jagger, Salvador Dali en een soundtrack geschreven door Pink Floyd.  Surrealist David Lynch nam de fakkel over, verwisselde Jagger door Sting en Pink Floyd door Toto, maar kon ondanks zijn gedurfde en typisch eigenzinnige aanpak niet echt overtuigen.

Villeneuve verfilmt anno 2021 iets meer dan de helft van het eerste boek, wat ook meteen duidelijk gemaakt wordt als de filmtitel in de openingssequens aangevuld wordt met ‘part one’.  Een complete film is deze Dune dus niet, maar eerder een eerste luik waarin de regisseur uiteraard ook wel verplicht de tijd dient te nemen om personages en hun onderlinge verhoudingen te kaderen.  We bevinden ons in het verre jaar 10191 als het ‘Keizerrijk’ beslist om een machtswissel te houden op de woestijnplaneet Arrakis, de enige plek in het universum waar de bewustzijnsverruimende maar extreem verslavende grondstof ‘spice’ ontgonnen kan worden.  Het kwaadaardige geslacht Harkonnen heeft tot op dat moment het monopolie in handen om die stof te ontginnen en te verhandelen aan de ‘Ruimtegilde’ (die van deze drug massaal gebruik maakt om interplanetair reizen te vergemakkelijken) en deinst er bovendien niet voor terug om de lokale bevolking, de Fremen, te onderdrukken.  Dat de Harkonnen gedwongen door het keizerlijke decreet plaats moeten ruimen voor de eerder rechtgeaarde Atreides-clan wekt enige argwaan, niet in het minst bij Paul Atreides (Timothée Chalamet), zoon van hertog Leto Atreides (Oscar Isaac), die geplaagd wordt door onheilspellende visioenen.  Niet lang na hun intrede op Arrakis volgt dan ook de verwachte hinderlaag waarbij Paul zich steeds meer bewust wordt van zijn voorbestemd lot als opvolger van zijn vader en verwachte messias voor de Fremen.  

De uitgebreide thematische gelaagdheid van Herberts roman komt in Villeneuves verfilming gelukkig duidelijk naar voren.  Politieke en religieuze machtsspelletjes worden ook hier geflankeerd door te hinten naar de gevaren van kolonisatie en het uitputten van natuurlijke bronnen (spice kan hier makkelijk gezien worden als allegorie voor het boren naar aardolie).  Die boodschappen gingen deels verloren in de versie van Lynch, die zich teveel blindstaarde op het doorduwen van zijn gekende, bevreemdende sfeerschepping (met vaak kitscherig resultaat) waardoor de narratieve diepte van het bronmateriaal bijna op de achtergrond verdween.  Dat brede scala aan onderliggende boodschappen kan finaal alsnog verdrinken met matig acteerwerk maar ook daar is deze Dune een pak effectiever dan zijn voorganger.  Chalamet is met zijn jeugdige en onschuldige blik perfect gecast om gestalte te geven aan iemand die door zijn afkomst en invloed van buitenaf (zijn moeder Lady Jessica maakt deel uit van de mysterieuze en manipulatieve vrouwenorde Bene Gesserit) geacht wordt om een heldenrol op te eisen maar daar uiteraard ook met enige scepsis tegenover staat.  De angst om niet te voldoen aan verwachtingspatronen wist de jonge acteur eerder al te vatten met een enkele blik, denk aan Call Me By Your Name of het aangrijpende Beautiful Boy van onze landgenoot Felix Van Groeningen.  In het rijtje van bekende namen, waaronder Josh Brolin, Javier Bardem, Peter Skarsgård en een bijna onherkenbare Charlotte Rampling is het vooral Rebecca Ferguson die een prominente rol toegewezen krijgt als Pauls moeder en samen met haar zoon de nodige menselijke kwetsbaarheid weet te leggen in een omgeving die daar op het eerste zicht weinig ruimte voor laat.   

Het sterkste punt van Villeneuves’ prent is ongetwijfeld de verbluffende production design: de kostuums, de voertuigen en de grootse sets zuigen je zodanig in het scherm dat je als kijker na afloop niet verbaasd zou zijn om wat overgebleven Arrakis-zand in de schoenen aan te treffen.  Ook de cameravoering van Greig Fraser, die een somber kleurenpallet voor de kille en brutalistische binnenruimtes afwisselt met grandioze en kleurrijke landschapsfotografie op Arrakis, is van een hoog niveau.  Dat de actie ten allen tijde overzichtelijk blijft – of het nu gaat over een grootschalig gevecht tussen de Atreides en Harkonnen-troepen of een indrukwekkende aanval van de gigantische zandwormen – is voor een productie van deze schaal allerminst evident te noemen.  

Villeneuve haalde in de pers aan dat hij Dune wou maken om de moderne technologieën van de bioscoopervaring ten volle te benutten.  Het resultaat is dan ook een overdonderende en visueel verbluffende ervaring die onze ogen laat fonkelen en onze trommelvliezen (dankjewel Hans Zimmer) lang zal laten natrillen. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 14 =