BEST OF :: 65daysofstatic

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, de verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze keer aan de beurt: 65daysofstatic!

1. Drove Through Ghosts To Get Here

Van alle tracks waarmee 65DOS ooit een plaat heeft geopend, is “Drove Through Ghosts” nog altijd de meest dwingende, meest complete en meest ontzagwekkende. Vanaf de eerste seconden voel je de spoken uit de titel op je schouder, na een halve minuut hint een bescheiden beat al meteen naar de rest van het album. En zo bouwt de song op: laag op laag, almaar sneller, almaar luider. Dit nummer is onontkoombaar, en tegen dat de boel na een kleine drie minuten echt ontploft, staan je zenuwen zo strak gespannen dat je met plezier je hoofd door het plafond boort om dan dreun na dreun naar het einde te strompelen. Murw gemot, maar klaar voor meer.

Hoogtepunt: 2’25”. De opbouw wordt lamgelegd om dan op de haastige toetsen van Paul Wolinski finaal naar de onvermijdelijke eruptie te knallen. Classic 65DOS.

2. Retreat! Retreat!

Je hebt van die nummers die je vanop de voorste rij meteen kunt spotten eens de setlists worden klaargelegd. “Retreat! Retreat!” Is zo’n nummer, want het leest net zo makkelijk ondersteboven en geldt bijna als een op zichzelf staand beeldmerk voor wie met 65DOS vertrouwd is. Komt het op een setlist, dan weet je het al: dit optreden krijgt minstens één hoogtepuntje. “Retreat! Retreat!” is glitch in postrockvorm, stiekeme mathrock en vooral één kolossale clusterbom. Ondanks een schrale productie en het feit dat deze track al bijna meerderjarig is, heeft “Retreat! Retreat!” nog geen millimeter aan urgentie ingeboet. Het is de soundtrack van de postrockhoogdagen van begin deze eeuw en vooral ook een van de weinige schijnbare vrolijke nummers uit het genre. Kortom: een klassieker.

Hoogtepunt: 0’42”, tiens.

3. Come To Me

Oftewel die keer dat 65daysofstatic iets met fan Robert Smith deden. En omdat die van 65DOS nu eenmaal geen vanzelfsprekende jongetjes zijn, lieten ze de levende legende en opperkraai bij The Cure niet gewoon zijn tekst zingen boven hun knetterende beats. Neen, ze hakten de bijdrage van Smith aan stukken en plakten alles weer aan elkaar tot een hyperkinetisch geheel. Ze deden er, kortom, hun rotte goesting mee. Zo scoor je misschien niet de vanzelfsprekende hit die de “featuring Robert Smith” had kunnen opleveren, maar wel een bom van een nummer dat langzaam opbouwt en uiteindelijk langs alle kanten ontploft. De dictie van Smith is zo repetitief ingezet dat ze bijna een instrument op zich wordt, de agressieve elektronica en gitaar maken er een denderend feestje van op de rand van de vulkaan. Het resulteert in de meest bittere dansvloer ooit. Maar dansen zullen we.

Hoogtepunt: 5’45”. “You’re the one I’m dreaming off” kermt Robert Smith, tegelijk mens en machine, waarna zanger en band samen over de rand naar een climax duiken.

4. Safe Passage

Een kleine tien jaar na hun doorbraak is 65daysofstatic geen stuiterbal meer, maar concentreren de Britten zich op sfeervolle, meeslepende en vooral melodische instrumentale muziek. Ergens past het ook in hun eigen postrockvariant die wat tussen de soep en de patatten valt, al doet het eerder aan Mono dan aan Mogwai of hun mathrock uit de begindagen denken. “Safe Passage” is een episch geval met een impressionante geluidsmuur die net een beetje overstuur gaat. Alsof je door een elektrische storm loopt met een ijzeren vergiet op je kop, of zo. Zouden we niet doen, al klinkt het kennelijk supermooi.

Hoogtepunt: Meer laagjes, a.u.b.? Dat kan! Rond 4’50” waren de sporen op en kunnen je speakers het niet meer aan.

5. Blueprint For A Slow Machine

65daysofstatic in soundtrackdoen is andere koek dan het rammen-gooien-smijten van de begindagen. Voor de score van No Man’s Sky, een game dat speelt in een zich op het moment zelf ontplooiend universum, schreef de groep een algoritme dat net zo automatisch on the spot muziekblokjes aan elkaar reeg. Voor de plaatversie werden er toch weer echte nummers uit geperst, en dit “Blueprint For A Slow Machine” is daarvan één van de uitschieters. Vanuit een sfeervol begin laat de groep langzamerhand toch meer elementen toe, om in de laatste rechte lijn een warme postrockgitaar te doen opwellen. Schoon.

Hoogtepunt: 3’52”. Die gloedvolle versnelling, eindelijk iets dat op gitaar lijkt.

6. Trackerplatz

Met Replicr, 2019 zoog 65daysofstatic het laatste restje licht uit de al niet zo opbeurende wereld die ze met hun algoritmische experimenten in die jaren hadden gecreëerd. Die voorlopig laatste plaat was de eenzaamheid van de machine in haar puurste vorm, opgevuld met de ruis die het kille, onverschillige universum rond onze aardkloot opvult. Ze bestond uit nulletjes en eentjes die geen moer gaven om de mierenhoop die wij mensen hebben doen ontstaan op onze aarde en die wij, pretentieus als we zijn, beschaving zijn gaan noemen. Behalve dan in afsluiter “trackerplatz”, waarop 65daysofstatic dan toch even compassie laat doorschemeren met ons, hulpeloze wezentjes die ook maar wat proberen in de hoop dat het goed uitdraait. Onder de laag noise weerklinkt zachtjes een piano, met af en toe zelfs een bas erbij. Een subtiele gitaarlijn doorbreekt nog verder de algoritmische kilte van 65daysofstatic anno nu. “trackerplatz” geeft zo het mechanische Replicr, 2019 aan het einde toch nog een menselijk gelaat.

Hoogtepunt: 2’36”. Daar zweven wij, ergens onbetekenend te wezen. Maar dan nog is het het waard een beetje lief voor elkaar te zijn.

7. These Things You Can’t Unlearn

Het is de tragiek van The Destruction Of Small Ideas dat pas toen 65daysofstatic die plaat live ging spelen, duidelijk werd hoe goed de songs daarop waren. Los van die mompelige productie kregen ze wel hun dynamiek, en voelde je hoe hard de groep op zijn derde plaat was gegroeid. Joe ‘Fro’ Shrewsbury kreeg nu de meest sprekende passages uit zijn gitaar, de ritmesectie wist beter wanneer met de spieren te rollen en wanneer niet. In “These Things You Can’t Unlearn” hoor je dat het best van al. De gitaar krijgt vaak de hoofdrol – “laat hem maar vertellen”, hoor je de rest denken – maar wanneer er dan toch eindelijk uitgebarsten wordt, is het wel meteen menens: alles kapot, en dan nog wat blijven stampen. Geen wonder dat dit nummer op de Destruction-tour steevast de allesverwoestende setsluiter was.

Hoogtepunt: 3’30”. Genoeg geluld, tijd om een bak withete lava uit te kappen. Als 65daysofstatic al graag eens in het rood ging, dan zitten we nu in paars. Ja, dat is nog heviger.

8. 65 Doesn’t Understand You

Een van de meer klassieke postrocknummers van 65DOS, met een dominante gitaar, maar ook hier al dat verknipte dat al twintig jaar als rode draad doorheen het oeuvre van de band loopt. Opvallend aan “65 Doesn’t Understand You” is de invloed van het anderhalf decennium geleden populaire breakcore. De band begrijpt dus wel degelijk de tijden waarin ze leven, ook nu nog.

Hoogtepunt: op 3’26” valt het plotsklaps helemaal stil. Perfect voor dat dramatische effect waar 65DOS een patent op heeft.

9. Aren’t We All Running?

De song die ons bij elk luisterbeurt terugblaast naar die avond in januari 2006, toen deze fraaie website erin bestond om het toen volslagen onbekende 65daysofstatic zijn eerste optreden op het Europese vasteland te bezorgen, in het STUK in Leuven. En dan vooral naar die laatste bis, het monster genaamd “Aren’t We All Running”. Het was salvo na salvo pure en onversneden “oer-65”: postrockgitaren, rammelende keteldrums en algemene wanhoop. Het was een simpelere tijd, en misschien ook nog een simpelere band, toen. Maar wel tien keer doeltreffender dan een scud-raket. “Aren’t We All Running” is een massavernietigingswapen. Dat het publiek – hell, de záál – die avond overleefd heeft, is niet minder dan een mirakel.

Hoogtepunt: 3’44”. De cimbaaltik. If you know, you know.

10. Tiger Girl

“Tiger Girl” is een film. Het is een liefdesgeschiedenis, een biografie, een gedicht. Het is een zomernacht, een zwetend voorhoofd, een stomende club. En ook een vrijpartij, een eeuwigdurende climax, een zinderend podium. “Tiger Girl” is al die dingen, en nog veel meer. Slotakkoord van de geile dansplaat die We Were Exploding Anyway in wezen was, onbeschaamde trance, maar met een onzichtbare emotionele laag die alleen de ziellozen onberoerd kan laten.

Hoogtepunt: 8’20”. De gitaarriff schakelt een paar octaven hoger en voedt de wanhoop. Er is geen uitweg, maar da’s oké, want we were exploding anyway.

11. KMF

Een wat ruwere kant van 65daysofstatic mist soms in hun oeuvre, maar dat hebben ze netjes opgelost door een paar jaar terug wat obscure en meer experimentele nummers te releasen. Zo lijkt “KMF” bij vlagen wel op een postrockproject van de Nieuw-Zeelandse geluidsexperimentalist FIS. Toch krijgt “KMF” met name in de tweede helft een duidelijke, quasi dansbare richting.

Hoogtepunt: 1’50”, als het dikke noise-wolkendek in een fractie van een seconde opklaart en een briljante drumpartij wordt ingezet.

12. When We Were Younger And Better

Hot take: Is deze song de Bohemian Rhapsody van 65daysofstatic? Nog altijd voelt dit nummer alsof de band er alles wilde insteken dat ze konden: de ritmeveranderingen zijn niet te tellen, de luide stukken zijn fucking LUID, af en toe klinkt de piano als de onheilspellende kerkklokken in een Tim Burton-film, om twee seconden later een gitaarriff te lanceren die haast… vrolijk klinkt? Een onverlaat zou zeggen dat de band zich hier wat verliest in hun drang naar epische fanfare, maar fuck dat: deze song wérkt.

Hoogtepunt: 5’44”. Het laatste kanonsalvo zit erop, en wat overblijft is een outro die we niet anders dan opbeurend kunnen noemen. 65daysofstatic opbeurend? 2007 was fucking wild.

13. Taipei

Het onbetwiste hoogtepunt van het wat zoekende Wild Light en misschien wel het moment waarop 65daysofstatic het dichtst bij klassieke postrock gekomen is. Maar wie gaat daarover klagen als je er zo’n prachtig nummer voor in de plaats krijgt dat het gros van de instrumentale bands tot tweede en derde klasse degradeert? In de eerste helft tasten de leden nog wat bij elkaar af, kijken ze naar elkaar vanuit hun ooghoeken, want “wat gaat het worden”? In de helft haakt alles dan in elkaar, de knoop is doorgehakt. De drum trekt een sprintje, maar het is Joe Shrewsbury die je bij je nekvel grijpt met een rechttoe rechtaan ontroerende gitaarpartij zoals hij er tot dan toe nog nooit eentje geschreven had. “Taipei” is een onverbiddelijk “wij tegen de rest”, een laatste balorige middelvinger van een band die altijd aan de zijlijn zal staan maar daar van keet schoppen zijn missie heeft gemaakt.

Hoogtepunt: 3’47”. Rob Jones roffelt op zijn drums alsof zijn leven ervan af hangt, waarna gitarist Shrewsbury zijn gitaar recht naar je ziel laat gaan. Het is nog steeds een “fuck you”, maar wel een trieste.

14. I Swallowed Hard Like I Understood

Niet kunnen kiezen is ook een kunst. Het melodietje klinkt weifelend. Aarzelend. Een beetje van “de teen in het water, maar niet springen”. Tot er gesprongen wordt, en de gitaren even lekker doorgaan. Rob Jones doet van de betere ketelslagerij. De gitaren staan ondertussen gewoon in het rood. En dan is het weer genoeg geweest. Dat springerige pianootje huppelt door alles heen alsof hier niet net even alle snaren aan gort zijn getrokken, een vleugje elektronica vult de leegte die die achterlieten. Oh kijk, daar zijn die gitaren terug, en ze zijn nog wat hysterischer dan daarnet. Waarom zou je moeten kiezen als alles tegelijk een optie is? 65daysofstatic had gelijk.

Hoogtepunt: 3’00”. Even inhouden. Staccato doen met de ritmesectie. En dan: de finale.

15. Radio Protector

One Time For All Time: proef die titel, dat ultieme statement. Op hun tweede album was 65daysofstatic dan wel niet meer de splinterbom van dat legendarische debuut, de band ging nog altijd voor niets minder dan de luisteraar – en bij uitbreiding de wereld – totaal vloeren. Maar de bandleden waren ook niet meer de baldadige jonkies die uitschreeuwden dat ze niet te stoppen waren. Muziek verandert de wereld niet, dat hadden ze tegen het einde van One Time For All Time ook wel door. Daarom kon die plaat niet anders eindigen dan met “Radio Protector”. De vier maakten nog steeds een vuist, het ritmisch geratel klonk nog steeds als een machinegeweer. Maar het was met tranen in de ogen, in de vorm van die bloedmooie pianolijn van Paul Wolinski. Eens je hem gehoord hebt, vergeet je hem nooit meer. Verzet zal altijd nodig zijn, meer nog: het moét nodig zijn. Maar aan het einde van de dag speel je toch weer een requiem, opnieuw en opnieuw. We blijven cirkeltjes draaien, meer omdat het kan dan omdat we het willen. We hebben het gewoon altijd zo gedaan. Maar deze keer niet.

Hoogtepunt: 3’52”. De laatste omhelzing terwijl op de achtergrond het einde langzaam nadert, dat laatste moment van tederheid voor de val.  

bonus: I’m Dreaming Of A White Noise Christmass

Een extraatje, omdat het een plezante krabbel in de marge is. Lang geleden, toen de dieren nog spraken, en de vier jongens van 65daysofstatic rusteloze studenten waren, bestond ook de compilatiereeks Unreleased/Unreleasable: drie cdr’s waarop de groep (je ziet computerwizard Paul Wolinski gniffelen op zijn kot) sketchy remixen, mash-ups, eigen nummers en andere ongein tot één aanstekelijk geheel wist te verbinden. Disclaimer: ‘Copyright on this cd is
suspect, at best. Credit where it’s due. We always hurt the ones we love. contact: sueme@bloodfromastone.com (this email address doesn’t exist)’. En dat was dat; downloadtips voor de 65-meerwaardezoekers, en de uitschieter daarvan is deze verwrongen kerstsong – want, ja – waarin Christina Aguilera droog door de wringer wordt gehaald, en een dot van een elektronicatrack uit het andere eind komt.

Hoogtepunt: De titel. Het feit dat 65daysofstatic dus een KerstSong, of toch iets van soorten, in catalogus heeft.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + twintig =