BEST OF :: Bob Marley

Geef toe, meestal zijn ze uw geld niet waard; de verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van de Bob Marley and The Wailers.

1. Simmer Down

Het oermateriaal. The Wailers onderscheiden zich nog niet van de talloze orkestjes die op Jamaica het mooie weer maken. Of toch? “Simmer Down” mag dan nog niet het geniale hebben dat het latere werk van Marley kenmerkt, het knettert op aanstekelijke wijze een lekker eind weg. Bovendien valt in deze overhitte tijden nog wel iets voor te zeggen om de song ter harte te nemen.

Hoogtepunt: 0’01”. Geen tijd te verliezen: in minder dan tweeënhalve minuut wordt “Simmer Down” afgewerkt, laat die blazers en drum het geheel dan maar als de vliegende wind op gang trekken. En daarmee was een carrière in een klap gelanceerd.

2. Burnin’ And Lootin’

Het origineel is zo gezapig dat de opruiende boodschap bijna teloor gaat, maar in de live versie van op Live At The Rainbow voel je de urgentie al veel meer. “How many rivers do we have to cross / before we can talk to the boss?“, vraagt Marley als antwoord op Jimmy Cliffs “Many Rivers To Cross”, en je voelt zijn irritatie groeien met elke herhaling. De conclusie is al snel duidelijk: ‘burnin’ and lootin’ tonight’, want als je niets te verliezen hebt, liggen alle mogelijkheden open. En visionair als hij was, legde Marley ook toen al, een jaar na het zwaar genegeerde Rapport aan de Club van Rome, de link tussen armoede en de milieuproblematiek: ‘burnin’ all pollution tonight’.

Hoogtepunt: 1’55”. “Give me the food and let me grow“. Want veel hebben we als mensen niet nodig. Een beetje zelfvoorzienendheid vond elke zichzelf respecterende Rastafari al lang genoeg.

3. Stir it Up

Een link tussen Bob Marley en Kraftwerk? Met “Stir it Up” is dat niet eens zo gek bedacht. De okselfrisse intro wordt verfraaid door een veelvuldig terugkerende dikke spacy synth waar Peter Tosh het hele nummer lang subtiel over heen soleert. Tot zover hebben we het niet over reggae, maar iets wat eerder klinkt als de meest experimentele Teutoonse exploten uit diezelfde tijd. Het contrast met de discrete maar effectieve baslijn en de oersimpele gitaarpartijen van Marley maakt het alleen maar mooier. “Stir it Up” is een nummer waarvan de productie zo goed klopt, dat de sfeer er altijd goed door komt te zitten. De lyrics zijn secundair, de stem van Marley zelfs anekdotisch. Dit is Jamaicaans studiomeesterschap van de bovenste plank.

Hoogtepunt: 3’30”. De quasi-permanente solo van Tosh bereikt een hoogtepunt. En vooruit, “your recipe darling is so tasty” is een aardige manier om eraan herinnerd te worden dat dit nummer over neuken gaat.

4. Could You Be Loved

Wanneer het begrip zomerhit opduikt, is dit het voorbeeld dat voor de geest komt. Dansbaar, catchy, maar ook met een sinistere ondertoon en een melancholische inslag. Ja, zelfs in de zomer heeft het leven pieken en dalen en die weet Marley als geen ander te verwerken tot een song die voor de eeuwigheid gemaakt is. Het is droef, maar het is ook opbeurend en wanneer het afgelopen is, wil je opnieuw. Een song die net zo geschikt is om op te feesten als troost bij te vinden, zo moesten er meer zijn.

Hoogtepunt: 2’35”. Stay alive!, maant Marley ons aan, alvorens de song, met behulp van die subtiele maar zo efficiënte gitaarlick, opnieuw een refrein in duikt, luttele maanden voor hij zelf het tijdelijke met het eeuwige inwisselt.

5. 400 Years

Peter Tosh was Marleys rechterhand en mocht volledige nummers zelf schrijven en inzingen op Wailers-platen. Daarvan is “400 Years” niet alleen briljant in de context van vijftig jaar geleden. Ook nu zoekt en vindt het moeiteloos de link met de strijd van de zwarte bevolking in Noord-Amerika. Muzikaal bevat het puntige en krachtige “400 Years” bovendien subtiele echo’s van Amerikaanse artiesten als Curtis Mayfield of Otis Redding.

Hoogtepunt: 0’13”. De jammerende backing vocals die steeds terugkomen maken van “400 Years” een strijdlied met een zeer kwetsbare en zelfs onschuldige kant. Je hoort de wanhoop bijna, zonder dat de track aan strijdbaarheid moet inboeten.

6. Soul Rebel

Met superproducer Lee ‘Scratch’ Perry kenden de Wailers in 1970-1971 een enorm vruchtbare periode, waarin ze een schat aan krachtige nummers schreven. Vele hiervan zijn voor latere albums opnieuw opgenomen, waarbij de scherpe randjes eraf werden gevijld voor de westerse markt. Toch vormden begin jaren ’70 Marley’s teksten, Peter Tosh’ militante zwarte trots en Bunny Wailers melodieuze achtergrondzang nog steeds een onwrikbare drie-eenheid. We hadden haast eender welk nummer uit deze periode kunnen kiezen – ze zijn alle van torenhoge kwaliteit – maar omwille van de productie met schaamteloos diepgravende bassen, een dreunend orgel, de dartele slaggitaar, en gelukzalige ahahaaa’s en oehoehoeeee’s kiezen we voor “Soul Rebel”. Want dát is wat Bob en de zijnen tot op het einde zijn gebleven: strijders voor ons zielenheil.

Hoogtepunt: 2’11”. Marley’s stem schiet genadeloos hoog uit. Een andere producer zou misschien om een nieuwe take vragen, maar Perry herkent de kracht van een doorleefde performance.

7. Them Belly Full (But We Hungry)

Ik herinner me een strip waarin arme kinderen tegen de ruiten van een herberg zaten gekleefd, zich vergapend aan schransende stamgasten terwijl zij honger hadden: “Them Belly Full (But We Hungry)”. “Let them eat cake“, zei Marie-Antoinette. Bob Marley zag het eeuwige gevaar, en verpakte het in deze song met een waarschuwing, een vaststelling, een dreigement: “A hungry mob is an angry mob“. Maar laat ons niet bij de pakken zitten. Er is Jah en er is zijn muziek, “we’re gonna dance“.

Hoogtepunt: 0’06”. Na een kleine intro vindt de percussie zijn ritme, en we zijn vertrokken.

8. War

Het is omdat Marley en de Rasta’s niet geloofden in georganiseerde religie en kerken, anders zou je de tekst van “War” kunnen interpreteren als een donderpreek vanop de kansel. En dat is niet toevallig, want Marley gebruikt hier haast letterlijk grote lappen tekst van een redevoering voor wereldvrede die de Ethiopische keizer Haile Selassie in 1963 had gehouden voor de Verenigde Naties. De rasta-beweging vereerde Selassie als een god en bij diens bezoek aan Jamaica drie jaar later werd het vliegveld haast bestormd door een uitzinnige menigte. Die gebeurtenis was meteen ook de kiem van Marley’s bekering tot de mystieke Rastafari-beweging.
De achtergrondzang van de I Three – het herhaalde ‘WAR!’ – klinkt als een loeiende sirene die de urgentie van de met stijgende intensiteit geleverde tekst onderstreept. Op de hoes van het militante album Rastaman Vibration staat Marley in een rebellenuniform. De strijd om gelijke rechten is serious business.

Hoogtepunt: 1’03”. “That until the basic human rights are equally guaranteed to all / Without regard to race / Dis a war“. Marley sprak in 1976 over koloniale overheersing, maar de huidige BLM-beweging toont aan dat zijn woorden jammer genoeg nog steeds waarheid zijn.

9. Coming in from the Cold

Een minder bekend nummer uit Marley’s late periode. Niet toevallig wordt het volledig gedragen door een moddervette synth, terwijl Marley als vocalist eerder zoekende lijkt. Maar net dat maakt het een interessant nummer, omdat de ritmesectie – de broers Barrett – veelvuldig lijkt te compenseren voor een minder dichtgemetselde songstructuur. Dit is lang niet Marley’s sterkste prestatie als zanger en songschrijver, maar eens te meer wordt duidelijk dat Marley’s legende veel meer is dan één man, maar vooral het resultaat van een symbiose tussen uitzonderlijke talenten: hijzelf en The Wailers.

Hoogtepunt: 0’00”. “Coming in from the Cold” werd tijdens die tour vaak als eerste toegift gebruikt en je snapt ook waarom. Zo’n opgewekt streepje muziek zou je zelfs als ochtendalarm kunnen hebben. 

10. Buffalo Soldier

Verder kon Marley niet verwijderd raken van “Simmer Down”. Het postuum verschenen “Buffalo Soldier” klinkt gelikt en is ontdaan van de spontaniteit die de vroegere songs zo kleurden. Maar ook de latere Marley blijft zijn engagement in zijn muziek tentoonspreiden en in Black Lives Matter-tijden is de song actueler dan ooit. “Buffalo Soldier” is een van die zeldzame songs die, ondanks zijn leeftijd, nog steeds te horen valt op feestelijkheden die jonge mensen in zomerse tijden na zonsondergang inrichten. Dat ze daarmee Marley en zijn Wailers langzaam maar zeker in hun DNA opnemen, is mooi meegenomen.

Hoogtepunt: 3’15”. “Woe yoe yo!” Als strijdkreet mogelijk wat simplistisch, maar als nachtelijk meezingmoment prima. In nuchtere toestand kan de rest van de lyrics rustig bestudeerd worden.

11. The Heathen

Marley is hier op z’n sterkst als verhalenverteller, ondersteund door een band en backing vocals (waaronder zijn vrouw Rita) die de spanning erin houden en de boodschap met uitgesponnen Fela Kuti-eske herhalingen kracht bijzetten. Al moet “The Heathen” het wat dat betreft vooral hebben van de live-versie, compleet met solo’s van alle bandleden. Doe maar Live at the Rainbow Theatre (1977). Daar zie je niet alleen een band in topvorm, maar ook een nummer dat de uitdrukking ‘met opgeheven hoofd’ van een extra dimensie voorziet. Wederom is dat hier het resultaat van een muzikale begeleiding die, los van het betere soleerwerk, een onstuitbare metronoom vormt. Het drukt muzikaal uit wat we toen nog wisten en nu nog steeds zouden moeten weten: vooruitgang is uiteindelijk nooit te stoppen.

Hoogtepunt: 4’07”. Deze live-versie gaat dubbel zo lang door als het origineel en Marley lijkt het nummer opnieuw in te zetten. Hij dirigeert meesterlijk door z’n eigen zanglijn af te breken en z’n backing vocalisten het gat te laten dichtrijden.

12. Jamming

Een feestnummer vanop het Bijbelse Exodus, dat Marley schreef tijdens zijn ballingschap in Londen in 1977. Time Magazine riep het uit tot ‘beste album van de eeuw’, wat het moeilijk maakt om hoogtepunten te kiezen. Maar vooruit dan, met het pistool tegen onze slaap geduwd en onder het dreigement dat ze onze spliff gaan afpakken, kiezen we voor “Jamming”, dat na de militante nummers op de A-kant de feestelijke B-kant van het album mag inluiden. Een drumroffel kondigt de gelukzalige skank aan die de broers Carlton en Aston ‘Family Man’ Barrett even strak als nonchalant in het gareel houden, terwijl de I Three mee een gevoel van gelukzalig samenzijn oproepen. Hopsa, we zijn vertrokken voor drieënhalve minuut gezegend feesten onder het toeziend oog van Jah hemzelve – het hoeft ook niet altíjd geweeklaag te zijn.

Hoogtepunt: 1’02”. “No bullet can stop us now / we need to break, cause we won’t bow”. Niemand kon Marley stoppen in zijn liefdevolle verovering van de wereld, zelfs niet een aanslag op zijn leven in 1976, een jaar voor de opname van dit nummer.

13. Concrete Jungle

De opener van Catch a Fire. Heel subtiel komt de song aanzetten, met een akoestische gitaar en een soulvolle orgelpartij. Marley brengt een eerste album uit bij het grote Island Records en staat muzikaal op een kruispunt. Er is al vaak gespeculeerd over de exacte betekenis van de song, maar Marley laat het aan de luisteraar over, al weerklinken er enkele van zijn vaste thema’s die, geruggesteund door een onweerstaanbare gitaarpartijen en dramatische achtergrondzang het iconische album op knappe wijze op gang trekt.

Hoogtepunt:1’05”. “Where is the love to be found?” Marley kwam uit Trenchtown, een van de armste wijken van Kingston, en wist al heel vroeg in zijn leven waar het goede leven zich alvast níet afspeelde: de betonnen jungle van de stad, waar het recht van de sterkste heerst. Zodra hij kon, verliet hij de ghetto en verhuisde uptown, naar Hope Road 56.

14. No Woman, No Cry (Live at the Lyceum 1975)

De huppelende albumversie doet je er bijna op dansen, maar de legendarische liveversie die Marley op 18 juli 1975 in het Londense Lyceum bracht, pakte de essentie van dit nummer veel beter. Drijvend op het Hammondorgel van Wailer Tyrone Downie kleedt Marley het oorspronkelijke popliedje uit tot een epische sleper. En neen, “No Woman, No Cry” is niet de strijdkreet van een trotse vrijgezel, maar patois voor “meiske, huil maar niet”. En zo is dit nummer niets meer of minder dan een monument van troost, een arm om uw schouder van Mount Rushmoreproporties. De Vincent Ford van wie dit zogezegd een cover is, was trouwens een jeugdvriend van Marley die hij zo wat geld kon toeschuiven voor zijn gaarkeuken. Zeiden we al dat Bob een toffe peer was?

Hoogtepunt: 1’14”. “Good friends we have, oh, good friends we’ve lost, along the way“. Een stukje levenservaring die iedereen wel heeft opgedaan.

15. Redemption Song

Wie bij het horen van de naam Bob Marley nog steeds de vingers in een peaceteken omhoog steekt en gespeeld stoned ‘yeah mon’ zegt, heeft er niets van begrepen. In “Redemption Song” overstijgt Marley zijn eigen oeuvre én het genre waarmee zijn naam synoniem is geworden. En dat met een nummer dat niet veel meer met reggae te maken heeft: kwetsbaar, eenzaam, als een man die zijn eigen einde voelde naderen, legt hij op de tonen van een akoestische gitaar zijn ziel bloot. Marley wist al enkele jaren dat hij ziek was, maar cijferde zichzelf weg om onvermoeibaar de wereld rond te blijven trekken met zijn boodschap van liefdevol verzet. Het is wat Nick Cave onlangs treffend verwoordde als “Lijden als motor voor onze verlossing”. Dit nummer kreeg tijdens soundchecks van de tours eind jaren ’70 gaandeweg vorm. Marley’s groepsleden hoorden hem ‘that redemption song’ spelen. Achteraf werd er nog een bandversie gemaakt, maar die verbleekt ten opzichte van de kracht en kale pracht van dit origineel.

Hoogtepunt: 1’15”. “Emancipate yourself from mental slavery / none but our selves can free our mind“. Marley citeert hier Marcus Garvey, de (politieke) profeet van de Rastafari-beweging, al zou Marley na zijn dood zelf uitgroeien tot een profeet op wereldschaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =