The Cure was altijd al een intens melancholische band, maar de laatste jaren kreeg die melancholie wel een zeer donker randje. De romantische fantasiewereld van Robert Smith bleek niet te kunnen blijven bestaan, nu zelfs onze favoriete gothic Peter Pan gedwongen wordt volwassen te worden.
Perry Bamonte, gitarist bij The Cure, is overleden en de wereld geeft daar geen ruk om. Waarom zou ze ook: Brigitte Bardot is ook dood dus zitten alle boomers met hun laatste viagrapil voor hun televisiescherm zich jongere, betere en onschuldigere tijden voor de geest te halen. En die andere Perry uit de alternatieve muziek, Perry Farrell, leeft nog gewoon en is vandaag zelfs met niemand op de vuist gegaan. Maar verdomme wij vonden Perry Bamonte sympathieker. Want hij speelde bij de beste band het wereld op het toppunt van hun roem. Daarnaast deed hij gewoon aan vliegvissen. Voor hij hun gitarist werd om de chronisch dronken Lol Tolhurst finaal te vervangen, was hij gewoon nog hun technicus. Dat zegt het zo ongeveer wel.
Ooit kochten we, de week voor onze Honderd Dagen, tweedehands Wish van The Cure, samen met Bug van Dinosaur Jr., op een zucht van mijn achttiende verjaardag. Het was nog maar het begin van ons leven als tweedehandsliefhebber, maar wel het bijna-einde van onze middelbare schoolperiode. Eentje die gekleurd was door The Cure. In alle kleuren, maar toch vooral melancholisch sepia of donkergrijs. Nochtans, The Cure was dead in die periode. Ja, de hits kende iedereen nog, maar wij waren de enige van onze leeftijd die wel eens het schone openingsnummer “Underneath The Stars” van het verder vreselijk 4:13 Dream durfde opleggen zo ’s nachts op weg naar huis. Net zoals we naar school fietsten met de weidse klanken van Disintegration en tijdens eindeloze zomeravonden wegdroomden bij Show.
Die liveplaat uit 1993 toont een band op de top van hun kunnen, het jaar dat The Cure zo populair was en zoveel goeie nummers had dat ze twee liveplaten moesten uitbrengen (Show met de hits en Paris met de fanfavorieten). En dan is Show nog een dubbelaar. En een concertfilm. The Cure had op dat moment met Robert Smith, Pearl Thompson en Perry Bamonte drie gitaristen die een onmiskenbaar eigen sound neerzetten. Smith was het eeuwige kind, Thompson de kunstzinnige tegendraadsheid. En Bamonte stond tussen die twee ego’s onzichtbaar onmisbaar te zijn – soms op gitaar, soms op keyboard. De Ed O’Brien (Radiohead) van The Cure. Maar onmisbaar was hij, met zijn zweverige, dunne lijntjes en ver van het macho gitaargeluid waar de recentere The Cure zich wel eens aan durfde bezondigen. Nummers als “Plainsong” hebben nu eenmaal een open hemel nodig om in weg te drijven.
Op Show worden de vergezichten van “Pictures of You” weide panorama’s waar je tegelijk elk subtiel detail in kan herkennen. En het samenspel tussen de drie tilt het materiaal van Wish naar nog een hoger niveau. Het machtige “From The Edge Of The Deep Green Sea” wordt bijna een losse jam tussen de zich hoorbaar amuserende muzikanten. Tijdens de video-opname van het verborgen pareltje “To Wish Impossible Things” zie je Smith en Bamonte elkaar opzoeken, zowel fysiek als muzikaal. “ Remember how it used to be/ When the sun would fill up the sky/ Remember how we used to feel/ Those days would never end”. Meer The Cure wordt een song niet, met een band die zowat elke vorm van nostalgie en melancholie verwerkt heeft in haar muziek. Op Wish is dat de relatief naïeve variant – hoe kan het ook op de plaat met “Friday I’m In Love” op. Het zijn zomerse mijmeringen naar oude liefdes, afscheidsbrieven schrijven, verlangen naar zaken die hadden kunnen zijn maar uiteindelijk onmogelijk bleken. Het soort melancholie die je als puber een zomer intens meedraagt, maar waar je als volwassene ook een beetje nostalgisch op terugkijkt. Het cd-boekje bevat een citaat van de dichter Shelley, relatief romantisch en onschuldig voor de band die ooit de mentale huivertrip Pornography maakte.
Het waren dan ook de jaren dat The Cure stiekem misschien wel de beste band ter wereld was, zo rond Disintegration en Wish. Zeker als je een hekel had/hebt/zal hebben aan U2. Disintegration was een absoluut meesterwerk van Robert Smith, die op zijn 29 al een midlifecrisis had. Toch heeft The Cure – tenzij misschien in Engeland, waar ze dan weer meer erfgoed dan een rockgroep geworden zijn – nooit echt de status gekregen die ze wel verdienden, ondanks de hits die iedereen kan meefluiten. Niet arty en underground genoeg om een icoon als Sonic Youth of Joy Division te zijn. Met een te nukkige frontman om R.E.M. of U2 te worden en niet ’90s en grunge genoeg om naast Nirvana en Pearl Jam in De Tijdloze te staan. En toch was The Cure op de achtergrond enorm invloedrijk in de periode dat wij ons exemplaar van Wish op de kop wisten te tikken. Zonder het weidse geluid en de delicate gitaarlijntjes van Disintegration en Wish geen Beach House en geen Youth Lagoon. Mogwai was idolaat van The Cure en tourde met de band – Robert Smith is omgekeerd een fan van de Schotse postrockband. Idem voor 65daysofstatic en The Twilight Sad met hun harde postpunk/shoegazegeluid. En J. Mascis van Dinosaur Jr. had ooit een Cure-obsessie en coverde “Just Like Heaven”.
Lang zag het er echter naar uit dat The Cure zelf niet helemaal waardig oud zou worden. In 2005 was er een reshuffle binnen de band. Onder andere Bamonte mocht beschikken. De optredens van The Cure waren steengoed, een showcase van hun hits, maar nieuw werk was eerst heel slecht en daarna volledig afwezig. De special editions karavaan trok zich op gang, inclusief voor Wish. Ook wij ruilden een paar jaar terug ons oude tweedehandsexemplaar in voor dat extra dik, mooi vormgegeven pakketje. Lauwerkransen voor het verleden, maar het heden van The Cure leek afgesloten.
Toen was daar vorig jaar plots de verrassing van Songs Of A Lost World, op de tour waarvan Bamonte toch weer bij de band kwam. De optredens werden een zegetocht, de positieve ontvangst van de plaat een mooie late bekroning en erkenning. Voor de teksten vormde “melancholisch” niet langer de juiste term, enkel misschien in haar meest pijnlijke en zwarte variant. Waar de oude melancholie van The Cure voortkwam uit jeugdige romantiek met alle groeipijnen die daarbij horen, zong Robert Smith nu met het perspectief van de oude man die hij geworden is. De man die tegen alle verwachtingen in iedereen overleefd heeft, inclusief verschillende bandleden. Maar dan blijf je wel alleen achter. “ I know, I know/ That my world has grown old/ And nothing is forever”: het klink niet langer als het romanticus van weleer die droomt van onmogelijke dingen maar als de harde realiteit van iemand die al te veel leeftijdsgenoten heeft zien gaan. In het licht van Songs Of A Lost World is het plotse overlijden van Bamonte op verschillende vlakken extra tragisch. De wereld van Smith is weer een beetje leger, een beetje meer verloren.
“ Remember how it used to be/ When the stars would fill the sky/ Remember how we used to dream/ Those nights would never end” zal ons vanavond warm moeten houden.



