Jazz Middelheim

13 - 14 augustus 2021 Park Den Brandt, Antwerpen

Meer dan anderhalf jaar zaten we allemaal op droog zaad. Geen noemenswaardige optredens, laat staan festivals in 2020, en dit jaar was het wachten op het laatste kwart van de zomervakantie vooraleer we van de powers that be groen licht kregen om ons weer op een grasveld aan muzikanten te mogen vergapen. Twee dagen parkeerde team(pje) Enola zich dan ook in het Antwerpse Park Den Brandt om de heropening van het festivalleven, samen met de veertigste verjaardag van Jazz Middelheim, te vieren.

Vrijdag 13 augustus

Het was dan ook een licht poëtisch geluk dat één van de oudste festivals van het land mee de spits mocht afbijten. De aanloop liep echter niet van een leien dakje: een flink pak afzeggingen omwille van covid- en brexitrestricties zorgden voor een bijna gehalveerde line-up. Ook de ticketverkoop had last van koudwatervrees. Die was gelukkig op het eind van dag één volledig verdwenen, want de bak was uiteindelijk toch helemaal uitverkocht.

Dat bracht dan weer problemen van een ander kaliber met zich mee: de drankbediening liep grandioos in het honderd, waardoor je weleens meer dan een uur kon staan aanschuiven voor een pintje. Het roept beelden op van de editie van 2018. Ook toen was er niet toevallig weer tijdens de ‘jongerendag’ een flink probleem met de drankvoorziening. Je zou denken dat men geleerd heeft uit die ene keer, maar niks is minder waar blijkbaar. En een technische storing aan de kassa’s kan misschien iets verklaren, maar zeker niet alles. Publieksverbreding is een goede zaak, maar zorg er ook alsjeblieft voor dat iedereen zich even welkom voelt. 

Gelukkig werden we op deze ‘dag van de bevrijding’ op muzikaal vlak wél flink verwend. Een ganse dag in het teken van een (niet meer zo) nieuwe lichting talent dat de voorbije jaren de binnen- en buitenlandse jazzscene stormenderhand innam. Als klein landje zijn we de voorbije jaren flink verwend met een karrenvracht aan boeiende muzikanten en projecten, aangevoerd door het oninneembare Stuff, dat deze dag ook zal afsluiten.

Maar we beginnen met vers nieuw bloed. Uit Kalmthout-of-all-places komt Boombox Experiments. Hun album dat vorig jaar werd uitgebracht, werd onder meer door Lefto opgepikt, die de band flink wat airplay gaf. Ze zouden normaal de kleine tent openen, maar staan hier nu op de grote bühne. Dat is duidelijk wat onwennig. Niet verwonderlijk ook, als je als jonge band meer dan anderhalf jaar niet hebt kunnen ‘roderen’. Aan het materiaal ligt het anders niet: de nummers zijn ingenieus gecomponeerd, en er wordt creatief gehuppeld tussen jazz, dance en hiphop. Het klinkt veelbelovend, maar het feit dat Boombox Experiments wat op safe speelt, maakt dat we toch wat op onze honger blijven zitten. Zo verwachten we tijdens een lekker bijtende synth een koortsig opzwepende breakbeat, maar krijgen we weer de wat gezapige ritmes die het hele optreden door domineren. Maar geef deze kerels nog wat kilometers in kleine, zweterige zalen (hoe sneller hoe liever!), en dat komt wel goed. 

Dat het goed komt met ECHT!, daar twijfelen we geen seconde aan. De ijzersterke ep DOUF die in 2019 uitkwam op Sdban Records was een kleine sensatie. Zowat alles wat leuk was aan elektronica in de gouden jaren ’90, van Aphex Twin over Massive Attack en J Dilla tot Roni Size, mikt dit viertal meedogenloos in de blender om het uit te gieten over hun eigen jazzroots. ECHT bestaat intussen al enkele jaren, en verdiende zijn sporen vooral in de Brusselse clubscene. Je hoort ook meteen dat dit viertal meticuleus op elkaar ingespeeld is. Het levert een fantastisch opwindende set op die je elk moment op het verkeerde been zet, en alle hoeken van de tent laat zien. Uitblinkers zijn het machtig strakke spel van drummer Martin Méreau (die stick control is werkelijk om van te duizelen), de wervelende spanningsbogen die de ganse tent mee op sleeptouw nemen, en de kanjer van een triphop-bom die ECHT middenin het optreden dropt. We zijn amper begonnen, maar we hebben al een stevig hoogtepunt te pakken. Volgende maand komt hun debuutplaat Inwane uit. Dikke, dikke aanrader.

Veel last-minute afzeggingen dit jaar (vandaag geen Emma-Jean Thackray of Alfa Mist), maar daartegenover staan wel een aantal last-minute toevoegingen. Dans Dans kreeg enkele dagen geleden bericht dat ze mochten spelen, maar daar is weinig van te zien. Met een fonkelnieuwe plaat Zink onder de arm staat het trio rond gitarist Bert Dockx, bassist Frederic Jacques en drummer Steven Cassiers eager and ready met bakken goesting te spelen. Stilistisch verschilt het meer rock- en bluesgerichte geluid van Dans Dans wat van de rest van de programmatie, maar niemand die daar om klaagt. Het vuur in de gitaar van Dockx heeft zich duidelijk opgespaard voor vandaag, want de nijdige mix van jazz, rock en blues vlamt genadeloos door de tent. Het eerste half uur van de set heeft weinig mentale rustpunten, en de bedrieglijk kalme aanlopen monden maar wat vaak uit in ziedende jamsessies. Er worden wel wat rustpunten genomen, onder meer in knappe uitvoeringen van Morricone’s “The Sicilian Clan” en “Ancient Aiethopia” (beiden vanop I/II), en het mooie, ingetogen bisnummer. Het geeft dit optreden een mooi elan ‘slaan en zalven’. En ook wat broodnodige rock & roll-vibes. Dat was ook eens nodig.

Want met Portico Quartet zitten we weer volop in de ‘new wave of British jazz’. Geen idee hoe ze het hem geflikt hebben, maar deze Londenaars zijn er toch in geslaagd zichzelf over het Kanaal te smokkelen. Dat moet niet gemakkelijk geweest zijn met die elektrische contrabas, elektronica en hanging drums, die essentieel onderdeel uitmaken van het unieke geluid van dit viertal. Op plaat maakt Portico Quartet intieme hoofdtelefoonmuziek, wat hun laatste album Terrain mooi laat horen, maar hier op het podium vertaalt zich dat in een zwoele psychedelische trip. Het hypnotische geluid van de elektronica, hanging drums en tenorsax geven het geheel als het ware een heuse een trance-vibe. Dat er gedanst werd? Het zal nog niet. Het publiek deinde zich als gehypnotiseerd door de set. Maar het feestje moest dan nog maar beginnen.

Want Het Grote Bevrijdingsfeest, dat barst pas los bij Stuff. Hoe kan het ook anders: de vaandeldragers van de grote Belgische jazzvernieuwing zijn een waar fenomeen. De tjokvolle tent is daar een sprekende getuige van: werkelijk iedereen hier staat op de tippen van de tenen om het Gents-Antwerps vijftal rond drummer Lander Ghyselinck te zien. En die anticipatie is wederzijds: met een fonkelnieuw album T(h)reats onder de arm trekt Stuff. de pas heropende concertzomer in. Er was al een intieme albumvoorstelling in het OLT Rivierenhof voor vijftig man, maar een paar duizend feestvierders hier in Antwerpen is nog wel iets anders.

En het is van meet af aan grote liefde tussen band en publiek. Vanaf openingszet “Cumulus” is het meteen schaakmat. De springerige toetsenarrangementen van Joris Caluwaerts, ondersteund door de tribale groovy drums van Ghyselinck nemen de grote tent meteen in een houdgreep die niet zal gelost worden. Er wordt lustig geplukt uit de nieuwe plaat met hongerige uitvoeringen van “Honu” en “Cigone”, maar ook crowdpleasers als “Strata” en “Caves”. Het is een bewijs van een band wiens creatieve output in constante flux is, maar die ook heel erg comfortabel in zijn eigen, eigenzinnige niche zit. Niet dat er veel gefilosofeerd wordt over creatieve evolutie: er zal gedanst en gesjanst worden (van Lander mocht er gemuild worden, wat best goed werd opgevolgd).

Stuff. staat hier op zeer hoog niveau te spelen, met bassist Dries Lahaye die razend knappe dingen uit zijn bas sleurt, Andrew Claes die de meest wonderlijke geluiden uit zijn toverfluit laat klinken en  Mixmonster Menno die een mooi eerbetoon aan de schielijk overleden Biz Markie uit zijn draaitafels trekt. De synergie tussen band en publiek die we hier zien was vroeger al een zeldzaamheid, en het doet ook dubbel deugd om het hier dubbel zo hard te voelen. Top. Top. Topconcert. It’s good to be back!

Zaterdag 14 augustus

Dag twee start net als gisteren onder een gezapige zomerzon. Het drankeuvel werd ‘verholpen’ met een (ieniemienie) extra toog ergens in een uithoek van het veld, maar door het simpele feit dat er substantieel minder volk was dan gisteren was dat eigenlijk helemaal niet nodig. De barvrijwilligers die er vrijdag ook stonden, zagen er alleszins al een pak blijer uit.

John Ghost 11Als subtiele overgang tussen de twee dagen mag John Ghost hier vandaag de spits afbijten. De band wordt aangekondigd als een zeskoppige Gentse all-star band, en dat is zeker niet gelogen. Met klasbakken als Wim Segers (Paard, Compro Oro), Elias Devoldere (Nordmann, MDCIII) en huurlingen als Karel Ceulenaere en Rob banken heeft componist/gitarist Jo De Geest een mooi ensemble bij elkaar gevoegd. Dat hoor je ook op de plaat Airships Are Organisms die eind 2018 uitkwam. John Ghost grossiert in knap gecomponeerde, filmische composities die het niet moeten hebben van knallende uithalen, maar eerder van aanhoudende spanningsbogen die soms sierlijk, dan weer onheilspellend op- en neerdeinen. De composities staan hier centraal. Er is ruimte voor improvisatie en wat jammen, wat de vaart soms wat uit het geheel haalde. Echt knallen deed het dus niet, maar dat was duidelijk niet de bedoeling. Dat zouden we ook de rest van de dag mogen ervaren.

Dat hoor je heel goed in het knappe “Deconstructing Hymns”. Dat opent met een hypnotische dubbele vibrafoon, om uit te monden in een prachtig eb en vloed van klanken die bijna psychedelisch aanvoelen. Ook het sterke “Time//Traveller”, dat met zijn dreigende swing in het tweede deel de zon even doet verdwijnen. Gelukkig is er het speelse en uptempo “Airships Are Organisms” dat de lucht weer doet opklaren. 

Met een dubbele portie Samuel Ber zijn we begonnen aan het abstracte gedeelde van het zaterdagprogramma. Het eerste van twee sets geeft Reservoir Ghosts (wéér spoken) een meer intimistische kant weer van het werk van de Brusselse drummer. Ondersteund door sax, cello en contrabas wringt het viertal zich in verschillende bochten. Van speels (de sopraansax die even dienst doet als didgeridoo) over ingetogen, dreigend, opwindend naar zelfs een streepje funk. Dat maakt dat de set blijft boeien zonder dat iemand er zijn tanden op stuk bijt.

Reservoir Ghosts 02Dat is wel wat anders bij Malaby/Dumoulin/Ber, waar gerenommeerd freejazzsaxofonist Tony Malaby zijn instrument regelmatig laat piepen, kraken en schreeuwen. Dat contrasteert mooi met de warme Fender rhodes van Dumoulin en de dienende rol die Ber de hele set aanhoudt. Maar het is niet alleen Malaby die zich centraal stelt. Dumoulin maakt lustig gebruik van zijn vele effecten, en Ber laat zich ook tonen door het tempo al eens de hoogte in te jagen, of zelfs een flinke beat onder het geheel te zetten. Het is een taaie brok, maar toont wel virtuositeit van de nog steeds piepjonge Ber, die zonder spierballengerol zijn virtuositeit tentoon stelt.

Pianist Kris Defoort is ook een last-minute toevoeging aan de verhakselde line-up van Jazz Middelheim. In zeven haasten opgeroepen door de organisatie, belde hij trombonist Wouter Wiebos en drumlegende Han Bennink op, om onder de noemer Kris Defoort Invites een volledig geïmproviseerde set uit de mouw te schudden. Nu, dat is niet helemaal waar: Defoort schreef snel-snel nog een nummertje voor de gelegenheid dat hij lieflijk “Dag Wouter, Dag Han” noemde. Dat tekent meteen de sfeer waarin het optreden verloopt. De tent krijgt een stevig potje impro voorgeschoteld, maar anders dan bij Samuel Ber moet niemand hier zijn hoofd over breken. Het trio staat zich kostelijk te amuseren, en vertaalt dat moeiteloos naar het publiek toe met ongedwongen speelsheid en een flinke dosis humor. 

Kris Defoort 12Wiebos ijsbeert gezapig in zwemshort, sandalen en zonnenhoedje over het podium, en Bennink leeft zich zoals gewoonlijk uit met allerlei speelgoed als een keerborstel, een handdoek, dan cachon waar hij op zit en alle hoeken en kanten van zijn drumkit. Defooft mag dan misschien de minst kleurrijke van het trio zijn, maar hij is wel de lijm die alles mooi samenhoudt en ook voor de momenten van schoonheid en verstilling zorgt tussen de zotternijen van zijn kompanen. Het houdt het optreden mooi in balans, en zorgt voor een mooi evenwicht tussen pure improvisatie, doordachte muzikaliteit en entertainment. We moeten het ook niet altijd zo serieus houden.

Een trio dat al wat langer samen speelt, is MiXMONK. Bram Delooze en Robin Defoort zijn al een hele tijd zielsverwanten als het op het werk van de legendarische pianist Thelonius Monk aankomt, en werken al heel wat jaren met zijn uitgebreide repertoire. Enige tijd geleden vervoegde de Amerikaanse drummer (en op zichzelf ook al heuse legende) Joey Baron de Rangen, en brachten ze onder de MiXMONK-noemer ook al een plaat uit, die binnenkort een opvolger zal krijgen. Ze herinterpreteren daarin Monk’s eigen werk, maar voegen er ook eigen composities aan toe die los of vast gelinkt zijn aan de meester zelf.

MiXMONK 07Dat hoor je goed in “Do Me A Favour, T” van Delooze, dat een diep melancholisch en intimistisch geluid laat horen. Het contrasteert  mooi met het meer upbeat en vrolijke “Light Blue”, een originele Monk-compositie. Dat spel tussen licht en donker is een mooie metafoor voor de man zelf (Monk vocht heel zijn leven tegen de spoken in zijn hoofd). Over het algemeen heeft het optreden een wat ingehouden, introvert karakter. Mooi, knap zelfs, maar zonder echt grote uitschieters of hoogtepunten. En omdat je dat van zowat alle vorige optredens ook kan zeggen, merk je ook dat het optreden, net als de dag wat voortkabbelt. Dat de grote euforie van gisteren niet meer aanwezig is, is nogal wiedes. Maar qua gezapigheid is het contrast wel heel groot.

Gelukkig is daar de immer recalcitrante John Zorn die hopelijk weer flink wat keet zal schoppen om deze dag toch met een knal te laten eindigen. Nu, het was al wel wat depanneren geblazen wegens (alweer) een afzegging. Bill Laswell moest wegens ziekte verstek laten gaan, en werd vervangen door drumster Laura Cromwell. Cromwell begon haar muzikale carrière in de New Yorkse riot grrrl-beweging, maar verbreedde haar horizonten al snel in de avant-garde. Laurie Anderson is er gelukkig dan wel weer bij. De Grande Dame van diezelfde New Yorkse avant-garde kan rekenen op een goedgevulde carrière van bijna vijftig jaar, die het laatste decennium misschien weinig productief was, maar waarvan je het belang toch weinig kan onderschatten.

Toch zijn we op onze hoede: het (op zijn zachtst gezegd) controversiële optreden van Zorn, Anderson en (de toen nog levende) Lou Reed uit 2009 heeft nog steeds zijn onvoorwaardelijke fans en hartstochtelijke haters. Wat we vanavond te horen kregen viel daar ongeveer ergens tussenin.

Het begon alleszins best knap. Zorns duizelingwekkende saxofoon en Andersons meer ingetogen elektronische viool hielden elkaar gedurende het openingskwartier mooi in evenwicht, wat goed werd aangevoeld door Cromwell die beide partijen goed aanvoelde en met elkaar kon verbinden. Maar al snel merkten we dat Anderson de rol stilaan moest lossen. Haar tussenkomsten werden minder geïnspireerd, en vervielen langsom meer in wat ‘iepe iepe, ploinke ploinke’, zonder echt de voeling met de andere twee muzikanten te hervinden. Helemaal pijnlijk werd het met haar twee ultrakorte vocale passages, waarvan enkel I had a dog. My father said: “that’s a good dog” enigszins samenhangend waren. Meer en meer werd het concert een een-tweetje tussen Zorn en Cromwell, dat niet oninteressant was, maar net als de rest van de avond rustig voortkabbelde. De twee drumsolo’s van Cromwell waren top notch, en Zorn spel was knap zonder magistraal te zijn, dus ook hier was het weer slepen naar de meet. 

Zelfs Zorn had het precies wat in de mot: bij de bisnummers verklaarde hij dat het optreden misschien wat meer Joey Baron kon gebruiken, waarna laatstgenoemde zichzelf wat komiek naast Cromwell achter de drumkit installeerde. Het leverde een amusant, zij het wat onhandig slotakkoord af, dat geheel in lijn met de vibe van dag twee kan geklasseerd worden als tof, maar niet meteen voor de geschiedenisboeken. 

Beetje jammer misschien, zeker na een absolute topdag als gisteren. Dat zorgt wat voor een gevoel van onevenwicht, maar dat ligt ook grotendeels buiten de wil van de organisatie. Volgend jaar is er gewoon weer een absoluut normale editie van Jazz Middelheim, met een grote internationale affiche vol grote namen die het Park Den Brandt vier dagen op zijn grondvesten laten daveren. Voor dit vreemde jaar was dit ruimschoots voldoende.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − tien =