Napoleon 200: Waterloo

Vive L’Empereur! Vandaag is het exact tweehonderd jaar geleden dat de Franse keizer Napoleon Bonaparte stierf op Sint Helena, een klein vulkanisch eilandje in de Atlantische oceaan. Zijn medestanders hadden graag ‘Napoleon’ op de grafzerk gezet, maar Sir Hudson Lowe, de ‘cipier’ van Napoleon, antwoordde hierop droogjes dat het ‘generaal Bonaparte’ zou worden of helemaal niets. Tweehonderd jaar later is diezelfde ‘onbekende’ keizer niet alleen uitgegroeid tot een politiek, maar ook tot een cultureel icoon. Het mag dan ook niet verwonderen dat ook de filmwereld zijn duit in het zakje heeft gedaan om de mythe van de onfortuinlijke keizer te versterken of te nuanceren. De komende vier weken duikt Enola in de filmgeschiedenis en haalt ze vier rolprenten voor het voetlicht die ofwel Napoleon zelf als onderwerp hebben of ‘napoleontisch’ aanvoelen.      

Onder filmcritici wordt er al eens lachend gezegd dat Napoleon, na Jezus Christus, de meest                 geportretteerde historische figuur is in films. Een stelling die zeker hout snijdt aangezien Christus en Napoleon al haasje over spelen sinds het ontstaan van de cinema. Het wordt al veel moeilijker als we kijken naar verfilmingen van veldslagen van de man. Tot vlak voor de doorbraak van CGI hadden cineasten immers af te rekenen met tal van logistieke en financiële problemen bij de enscenering van sommige van de meest beroemde veldslagen uit de wereldgeschiedenis. Bovendien zijn er ook culturele besognes waar je als filmmaker beter rekening mee houdt. Als we spreken over veldslagen heb je namelijk winnaars en verliezers. En die verliezers hebben natuurlijk niet graag dat ze letterlijk en figuurlijk door het slijk worden gehaald, zelfs niet als die slag enkele eeuwen geleden plaatsvond. Een bekend voorbeeld uit onze vaderlandse geschiedenis is wellicht De Leeuw van Vlaanderen. In deze rolprent moesten Nederlanders de rol van de ‘Franse slechteriken’ op zich nemen met ronduit hilarische toestanden als gevolg. Zelfs als films beschikken over een groter budget en er een poging wordt gedaan om historisch authentiek te zijn, spelen culturele gevoeligheden op. Een mooi voorbeeld hiervan is Zulu Dawn. In deze film wordt het leger van Lord Chelmsford, een stiff upper lip generaal van The British Empire, bij Isandlwana in de pan gehakt door de Zulu’s tijdens de Anglo-Zulu oorlog van 1879. Het Britse publiek had geen zin in deze nederlaag en de rolprent flopte dan ook aan de box office. Het feit dat het standpunt van de Zulu’s nergens aan bod komt, spreekt ook niet echt in het voordeel van de film. Hoe pijnlijker de nederlaag of hoe groter het belang van de overwinning voor het nationale bewustzijn, hoe meer een filmmaker op zijn tellen moet letten.

Met al deze factoren moest ook de Rus Sergei Bondarchuk rekening houden bij het inblikken van zijn Waterloo. De man had tegen de tijd dat de opnames van start gingen echter heel veel krediet opgebouwd, zowel bij vriend als vijand. Zijn  War & Peace uit 1967 met de epische lengte van meer dan zeven uur was een commercieel en kritisch succes in maar liefst 117 landen. De kijker was stomverbaasd over het gemak waarmee Bondarchuk intimistische scènes kon afwisselen met grootschalige veldslagen. Dat hij hiervoor de volledige medewerking kreeg van de Sovjetunie, die in zijn film een handig propagandamiddel zagen, was aardig meegenomen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de Italiaanse producent Dino De Laurentiis kort na dit succes kwam aankloppen voor Waterloo. De film start in Fontainebleau op 20 april 1814. Het is de dag waarop Napoleon afscheid neemt van zijn Oude Garde en kort daarop in ballingschap gaat op het eiland Elba. We vinden de onfortuinlijke Franse keizer terug in zijn studeerkamer in zijn karakteristieke pose: de handen op de rug en met de steek op het hoofd. Als hij zich omdraait, blijkt dat hij een brilletje draagt en er pafferig uitziet. Het is een beeld dat de kijker doelbewust choqueert omdat het onze verwachting om een ‘kunsthistorische’ Napoleon aan te treffen, afgaand op de portretten die Jacques- Louis David van hem maakte, op zijn kop zet. Van alle acteurs die Napoleon ooit hebben gespeeld, is Rod Steiger veruit de beste. Hij slaagt erin om de maniërismen van de keizer te vatten en genuanceerd over te brengen. Steiger is barok genoeg om keizerlijk over te komen, maar combineert dit ook met een zekere ingetogenheid om er geen karikatuur van te maken.

Bovendien zijn er nog wel meer opvallende kenmerken tussen Bonaparte en Steiger. Beiden waren gans hun leven, ondanks het overduidelijke talent en de successen, de ultieme underdog. Zo liep Steiger gans zijn carrière in de schaduw van zijn grote artistieke broer Marlon Brando. Dat beiden broers spelen in On the Waterfront en dat het daar uitgerekend Brando is die aan het kortste eind trekt, is dan ook bijzonder ironisch te noemen. Rod Steiger kon uiteindelijk toch nog een mooi parcours uitbouwen als acteur omdat Brando het medio jaren zestig steeds meer liet afweten. Voor regisseurs en producenten was het plots glashelder: als Brando niet kan of wil, dan staat Steiger altijd klaar. De acteur vond de opnames van Waterloo eerder vervelend en de bekende Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert vroeg zich dan ook af of Steiger constant met een kater rondliep tijdens de film. Vreemd genoeg werkt dit allemaal in het voordeel van zijn vertolking: we krijgen een Napoleon te zien die doorheen de jaren fysiek en mentaal aan scherpte heeft ingeboet en die uitgerekend nu het gevecht van zijn leven moet aangaan. Het maakt de tragiek van de Franse keizer als personage des te boeiender enerzijds en des te tragischer anderzijds.  Bondarchuk besteedt slechts een tiental minuten aan de abdicatie en verbanning van Napoleon om zich daarna volledig bezig te houden met de gebeurtenissen in en rond Waterloo zelf. Zo geeft de Rus vrij veel aandacht aan het beroemde bal van de hertogin van Richmond op 15 juni 1815, slechts drie dagen voor de slag bij Waterloo. Wellington was hier zelf met al zijn hoge officieren op aanwezig voor een avondje uit. Realiteit en fictie vloeien in elkaar over, want ook in de film is het bal een korte oase van rust en plezier die bescherming biedt tegen de koude, harde militaire omgeving daarbuiten. Als Wellington tijdens de nacht het bericht ontvangt dat de Fransen de rivier de Samber hebben overgestoken en de Pruisen teruggedrongen zijn, moet hij in actie schieten. De dag erna slaagt Napoleon erin om Wellington letterlijk en figuurlijk de pas af te snijden door de Pruisen te verslaan bij Ligny. Zijn leger staat nu tussen dat van Wellington en dat van Blücher, de Pruisische opperbevelhebber, die zich succesvol heeft kunnen terugtrekken. Als de Pruis de Engelsman niet te hulp kan komen bij Waterloo, dan ziet het er bijzonder slecht uit voor de geallieerden.

Wie het slagveld bij Waterloo al bezocht heeft, zal opmerken dat het er toch een beetje anders      uitziet dan in de film Waterloo. Dat komt omdat de regisseur ervoor koos om niet ter plaatse te filmen, maar om zijn eigen cinematografische Waterloo te creëren op een veld in Uzhhorod, Oekraïne. Voor de slagveldscènes gebruikte hij maar liefst vijf Panavision camera’s die op strategische plaatsen stonden opgesteld. Over die slagveldscènes is er trouwens veel gedebatteerd onder militaire experten. Zo kan je op het internet uitgebreide analyses lezen over hoe en waar de film in de fout gaat. De meest voorkomende kritiek is dat de filmmakers maar weinig kaas hebben gegeten van de vroeg negentiende eeuwse militaire strategie. Wij zouden kunnen opmerken dat dergelijke opiniemakers weinig begrip tonen voor de werking van cinema. Het is vrij duidelijk dat Bondarchuk voor de picturale kwaliteit  van zijn beelden leentje buur is gaan spelen bij de vele beroemde schilderijen van de slag bij Waterloo. Voor een visueel medium als film is dit perfect te verdedigen. Bovendien valt op een technisch niveau op hoe efficiënt en effectief de helikoptershots zijn van de vele cavaleriecharges in de rolprent. Als je het vergelijkt met  het  huidige CGI tijdperk, dan hebben de scènes waarin de Franse cavalerie de haastig gevormde carrés van de Britten aanvalt nog niets aan kracht ingeboet. Bovendien is de Russische regisseur zo slim geweest om rekening te houden met plaats en tijd in de film. In een typische Hollywoodprent gebeurt het nog al te vaak dat een veldslag nogal simplistisch herleid wordt tot partij A die afstormt op partij B waarbij uiteindelijk een grote mensenmassa op een kluitje met elkaar vecht van het begin tot het einde van de slag. In Waterloo krijgen we daarentegen strategische manoeuvres van aanval en terugtrekking te zien en een gedoseerde inzet van troepen. Bondarchuk zoomt ook in op microsituaties zoals de gevechten bij Hougoumont en La Haye Sainte zonder daarbij te beweren dat die representatief zijn voor de gehele slag. ‘Ik verloor de slag bij Marengo om vijf uur in de namiddag, maar ik won hem om zeven uur in de avond’, declameert Napoleon in de film. Een uitspraak die hout snijdt als je de specifieke dynamiek van dergelijke veldslagen bestudeert.

Jammer genoeg ging deze ‘spirituele’ sequel van War & Peace niet met de overwinning lopen in 1970. De kritieken waren barslecht en door de hoge productiekosten kon de film zijn budget niet ophalen aan de box office. Het is moeilijk om hiervoor een eenduidige reden te vinden, maar als we toch een poging zouden wagen, is wellicht de veranderende smaak van het publiek een van de oorzaken. Grote epische films waren in Hollywood niet meer populair sinds het midden van de jaren zestig en als we kijken naar de staat van de cinema in de vroege jaren zeventig zien we toch dat het publiek meer zin had in rauwere, hedendaagse onderwerpen. De rimpeleffecten van Waterloo zinderden lang na en taxeerden zelfs de projecten van collega regisseurs die ook wel zin hadden in een kostuumfilm. Barry Lyndon van Stanley Kubrick is wellicht een van bekendste voorbeelden. Tenslotte kunnen we ons ook afvragen of Waterloo niet te kort is voor zijn onderwerp. Behalve Napoleon en Wellington zijn er haast geen personages die degelijk zijn uitgewerkt. Interessante nevenverhalen zoals de romance tussen Hay, een lid van de militaire staf van Wellington, en Sarah krijgen jammer genoeg geen tijd om te bloeien en worden nogal bruusk afgebroken. Het feit dat dergelijke scènes toch de finale montage hebben gehaald, doet vermoeden dat de eerste montage van vier uur wellicht mikte op een mozaïekfilm waarbij niet alleen werd ingezoomd op de grote mannen in deze geschiedenis, maar ook op de kleine pionnen zoals Hay. Nu zitten we opgescheept met een film die weliswaar prachtig geënsceneerd is, maar die de belangrijkste partijen Napoleon en Wellington in hun waarde laten en geen echte afbreuk doet aan de mythes die beide veldheren rond zichzelf hebben geweven: Napoleon als de getormenteerde keizer en Wellington als de arrogante, maar briljante overwinnaar in Waterloo. En zo is de film Waterloo toch ook een beetje het Waterloo voor zijn regisseur die hierna nooit meer een film heeft gemaakt in het Westen.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =