Molchat Doma :: Monument

Op papier zou Molchat Doma een grap moeten zijn: Wit-Russen houden van de pikzwarte jaren tachtig, en doen dat veertig jaar na datum nog eens over. Omdat er nu tenminste geen IJzeren Gordijn meer is. De clou? Er valt niets te lachen, want de combinatie werkt verdomd goed. Al is het natuurlijk hilarisch dat net deze groep ook een TikTok-hype werd.

Er is een verkeerde manier om Monument, de derde plaat van Molchat Doma, te beluisteren, en die gaat ongeveer als volgt. “Hmm, “Obrechen”, recycleert een wel heel bekende Curebaslijn, maar welke was het ook weer? Oh, en ademt het hele “Ne Smeshno” niet heel erg Pornography? “Zvezdy”? Iets dat Robert Smith net in een oude schoendoos heeft teruggevonden.” U snapt het wel: Molchat Doma heeft heel veel geluisterd naar The Cure, en naar alles anders dat in donkere grijs- en zwarttinten door de jaren tachtig spookte. En dat kunnen zij noch u ontkennen.

Het punt is: Dat is oké, want The Cure is op plaat al héél lang niet meer zo goed, laat staan zo donker, geweest, en er is nog zoveel meer dan dat te vinden op dit Monument. De schetterende synths van “Utonut” doen meer denken aan de synthmariekes van die tijd, single “Discoteque” is het geluid van een party in een Wit-Russische kelder. Iedereen weet: daar is de vodka, daar zijn de beste feesten. De DJ dacht aan Depeche Modes “Just Can’t Get Enough”, maar dat cassetje was nog niet tot bij hem gesmokkeld, en dus loeit dit door de boxen. Natuurlijk is er een triomfantelijke modulatie; in Oost-Europa eert men zijn Eurosong, zelfs al draagt men stemmig zwart.

En er is ook de Slavische ziel van Egor Shkutko. Het is zijn monotone, maar van melancholie doordrenkte voordracht die “Obrechen” zo goed maakt. Robert Smith mag zijn huilende jongentjesstem hebben, de Molchat-frontman heeft zijn eigen unieke instrument. Dat hij dat in volbloed-Russisch doet versterkt de sfeer alleen maar; geen woord dat afleidt van de solipsistische sfeer, het eindeloos verdrinken in het eigen verdriet. “Otveta Net” heeft geen tolk nodig om zijn oneindige droefnis voelbaar te maken. Dat deze plaat het resultaat is van coronaquarantaine in Minsk moet niet eens verteld; het eenzaam kringelende gitaartje onderstreept dat zelf wel.

Soms toont de band stomweg wél een eigen smoel, en gaat het er een pak hermetischer aan toe. Dan dwaalt Shkutku in “Leningradskiy Blues” door een woud van ijselijke toetsen, weergalmen zijn klaaglijke kreten tegen de ijskristallen aan de bomen. Traag druppelen synths door kieren en spleten, de bas is een dreiging uit gindse verte. Het voelt alsof de zanger werkelijk in het ‘stil huis’ dat de bandnaam beweert te zijn rondwaart.

Het is net om dat Molchat Doma anno 2020 zo’n anomalie is, dat je gefascineerd blijft luisteren. Onwillekeurig moet je denken aan Menno Wigmans onsterfelijke vers “was alles al gezegd, nog niet door hen.” Je kent elke klank, elke vorm, en toch voelt het vandaag weer fris. Omdat Molchat Doma er iets aan heeft weten toe te voegen dat helemaal van hen is, zelfs als kun je daar moeilijk de vinger op leggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + drie =