Eurosonic 2020 :: Een helikopter is er niets tegen

Als januari de maand van de familiefeesten is, dan moet ook de muziekbusiness volgen. Zoals elk jaar blaast al wie in Europa het rockende, dansende en beukende reilen en zeilen volgt dezer dagen in Groningen verzamelen voor een driedaagse vol concertpret. Wie de movers en shakers van 2020 worden? Uw team probeert het vanuit de loopgraven vast te stellen.

Woensdag 15 januari

Hoe hard je je ook voorbereidt, hoe veel je vooraf ook op Spotify beluistert, the proof of the pudding blijft in het optreden. En dan kan het al eens tegenvallen. Dag Eén van Eurosonic 2020 was niet de meest veelbelovende.

20u. Huize Maas. Zwitserland is dit jaar het focusland van Eurosonic, zo wisten we u eerder deze week al te vertellen, en het Alpenland heeft ook interessant lawaai te bieden, zo blijkt. Ter voorbereiding hebben we Driven van Asbest grijsgedraaid, een plaat die bol staat van de meeslepende, venijnige postpunk met noisy uitbarstingen. Wat dat live geeft? De set van de Zwitsers — een transgender, een vrouw en een mannelijke drummer — gaat te laat van start door technische problemen en de geluidskwaliteit blijft ook tijdens het optreden ondermaats. Toch zijn we getuige van een intense set die bij momenten doet denken aan A Place To Bury Strangers en Swans en soms richting shoegaze gaat. Niets nieuws onder de zon, dus, maar wel een ideale opwarmer voor een avond vol gitaren.

20u. Huis De Beurs. Jonge mensen die oude mensen blij maken. Het nog erg piepe Franse kwartet Johnny Mafia brengt klassieke hobbelende rammelrock op zijn Black Lips, en doet dat met gusto. Rücksichtslos hangen songs als  “My Eyes” en “Sens” in de bochten, scheuren de gitaren door woest geweld als “On The Edge”. Het passeert met een vaart die iemand naast ons nogal complimenteus “Pixies” doet mompelen. En waarempel, daar willen we over een baslijntje plots “I Am Un! Chien! Andalousia!” schreeuwen. Maar dan nog: één baslijn maakt nog geen Pixies. En dat is niet erg. Johnny Mafia mag er zijn.

20.45u. All Round Poolcentrum. Met het gat op een pooltafel — locatie oblige — aanschouwen wij vervolgens: de wedergeboorte van Dávid Makó, die zich van metalman pur sang ontpopte tot ‘one man chain gang’ The Devil’s Trade. Goeie omschrijving van deze atmosferische dramarock die al eens van hetzelfde vat behekst wijwater heeft geteugd als David Eugene Edwards Wovenhand. Een half uur lang boeit de Hongaar, maar langzamerhand wordt duidelijk dat hij onder dat bezeten bluesgeluid zo goed als geen songs heeft zitten. Dat is jammer, maar niet hopeloos; wat nog niet is, kan altijd nog komen.

20.50u. Martinikerk. Hoe lok je extra veel volk naar de media compound in de Martinikerk? Met hapjes natuurlijk, zeker als ze gratis zijn. Het zich suf netwerkende woensdagpubliek laat het zich in elk geval geen twee keer zeggen. Lastig praten wel, met zo’n Yīn Yīn dat op de achtergrond steeds maar weer de aandacht afleidt met hun dansbare psychedelica. Deze stiekem gewoon erg Nederlandse jongens leveren immers uitstekende exotica af die soms in het hoekje van de afrobeat past, maar vaker nog het verre Oosten opzoekt. In deze ongemakkelijke setting voelt dat helaas wat aan als beschaafde cocktailpartymuziek, maar geef het nog een zonnig zomerfestival of twee, en Yīn Yīn wordt ook bij ons een geheide hit.

21.05u. Hooghoudt Barn. Uitdaging: blaas “Teeth” van Working Men’s Club door de speakers en probeer niet aan LCD Soundsystem te denken. In andere nummers van dit zootje ongeregeld zijn dan weer accenten van New Order en The Fall te horen, en dus hadden we het zoveelste gitaarbandje uit Engeland verwacht. Deze Mancunians wiens bandnaam verwijst naar private clubs die in de 19de eeuw de working class van ontspanning moesten voorzien, mikken toch eerder op de dansbenen, en dat vooral dankzij de stuwende bassen en synths van Rob Graham (ook lid van Drenge). Moonlandingz-gitariste Mairead O’Connor zorgt dan weer voor gejaagde gitaren terwijl zanger Syd Minsky-Sargeant zich voortdurend richting publiek waagt. Die eeuwige drumcomputer mag dan op den duur al gaan vervelen, een gerodeerde, energieke liveband als deze komt er wel.

21.30u. Huis De Beurs. In Huis De Beurs blijft de jeugd aan de macht. Ook bij Alfie Templeman zijn de jeugdpuistjes nog maar net doorgebroken, maar net als Johnny Mafia daarnet, blijkt ook deze Brit zijn leergeld al betaald te hebben. We willen zeggen: de zestienjarige songschrijver en zijn vrienden spelen goed, strak en aanstekelijk. En toch voelt het allemaal erg overbodig. Dit is lichtgewicht popmuziek, songs die je alweer vergeten bent een halve minuut voor ze gedaan zijn. Het swingt, het zal wel goed pakken op de radio, maar het overleeft geen zomer lang. Of Templeman het zal halen, zal afhangen van hoe dat evolueert. We beloven binnen een paar jaar nog eens te checken.

21.30u. Grand Theatre Main. Arlo Parks wordt door de stuntelige presentatrice verkeerdelijk aangekondigd als Arlo Sparks, maar dat deert deze BBC Sound of 2020-genomineerde niet. Breed lachend stapt ze het podium op, een pak minder onzeker dan haar ietwat bedeesde nummers doen vermoeden. Ze heeft een mooie, jazzy stem, warm en understated tegelijk, waarmee ze openhartig haar twijfels en zorgen bezingt. Haar vreselijk funky band — het immer gepijnigde gezicht van de bassist spreekt boekdelen — giet echter zo’n plakkerige saus over iedere song dat elke nuance en eigenheid vakkundig verzopen wordt. Weg zijn de dromerige beats in “Cola”, in de plaats daarvan krijgen we dertien-in-een-dozijn soulinstrumentatie die ook het nieuwe “Eugene” tot een fletse brij herleidt. Lieve Arlo, schop die kneuzen alsjeblief de deur uit, je hebt hen écht niet nodig.

22.15u. All Round Poolcentrum. Soms valt een act zo tegen, dat je opnieuw moet gaan luisteren wát je er precies in gehoord hebt. Zo hard valt Rev Rev Rev hier door de mand. Het zou shoegaze moeten zijn, maar daarvoor wordt er bijlange niet genoeg naar de schoenen gestaard. Het gitaargeluid is weinig indrukwekkend, de zang van Laura Lacuzio overtuigt niet. Het wil zo graag, maar het lukt in dit oord van poolvertier niet. Het is pas als de muziek wat naar Britpop neigt, en niet langer iets probeert te doen dat niet lukt, dat de Italianen een beetje interessant klinken. Horen we daar ergens een hint van Elastica? We zouden het zweren. Het is niet genoeg; dit was een ontgoocheling.

22.15u. Vera. Een kwartier voor de start staat Black Country, New Road zó luid te soundchecken dat we toch maar een paar oordopjes bij onze pint bestellen. Ze zullen onaangeroerd blijven: er gebeurt immers zo veel bij dit chaotische septet, en je wil elk detail kunnen horen. Openen doet de band met iets wat nog het meest op klezmer lijkt, daarna wordt overgeschakeld naar een woeste kakofonie waar zowel punkers, postrockfans als kunstschoolleerkrachten goedkeurend bij zouden knikken. Met een viool die het liefst vijf richtingen tegelijk wil uitgaan, overstuurde gitaarriffs, en die sax, altijd weer die sax van de verwilderd het publiek in starende Lewis Evans, is het onduidelijk wat Black Country, New Road precies wil zijn, maar fascineren doet het van begin tot eind.

“References, references, references”, klinkt het ergens, en dat is niet gelogen: staccato, zonder veel contact te maken met het publiek, praatzingt Isaac Wood over Black Midi, Ariana Grandes “Thank You, Next” en dromen van Charli XCX, als was hij Mark E Smith die een spoedcursus popcultuur opdreunt. In het epische “Sunglasses” komt alles op overdonderende wijze samen. “I AM MORE THAN ADEQUATE / LEAVE KANYE OUT OF THIS” overschreeuwt Wood zichzelf, terwijl de bandleden — Evans met zijn saxofoon op kop — zich om het hardst verliezen in een stampende oplawaai die ons en de halve Vera aangenaam murw achterlaat.

23u. Grand Theatre. Psychedelische funk uit Zwitserland? Met L’Eclair staat er een band uit het focusland met een enigszins verrassend geluid op de affiche. Funkadelic, Bootsy Collins, Can en Ash Ra zijn maar een paar opvallende bands waar dit sextet naar verwijst op haar Facebookpagina, en die referenties zijn nog niet eens zo slecht gekozen. Percussie, bongo’s en een voortdurende krautgroove doen de temperatuur in de zaal meteen stijgen. “Laat die zomer al maar komen!”, dromen we.

23u. Huis De Beurs. Salopettenpop: vanaf nu is dat een ding in Duitsland, toch als het van Some Sprouts afhangt. ‘Slacker mit lo-fi charme’ leest een inlandse headline over het viertal, wij denken eerder ‘afgeborstelde radiopop’. Het is clean en proper als Phoenix, het ziet er een beetje belegen uit in die jeanssalopette, maar songs als “Someone You Love” en “She Longs For You” hebben de juiste poten en oren, dansen als het leukste van Bombay Bicycle Club. Wat? Gaan we nu al Duitsers goed vinden? Ja, verdomme.

23.45u. All Round Poolcentrum. Ha, nog eens een interessante post-metalband van over het Kanaal! Sinds de release van Mire, intussen twee jaar geleden, behoort Conjurer samen met Pijn tot de in de gaten te houden groepen in het subgenre. Samen brachten ze trouwens het verbluffende Curse These Metal Hands uit. Wie zware metalen van nabij volgt, zou eigenlijk het label van beide bands, Holy Roar, in de gaten moeten houden. Ook live weten deze Britten een wow-gevoel op te wekken. Soms klinkt Conjurer even melodieus als Mastodon, soms bikkelhard zoals Code Orange, soms tergend traag en slepend zoals Cult of Luna in haar beste dagen. De overgave van de band verdient een pluim, de bassist die quasi non-stop zijn hoofd in cirkels headbangt een extra pluim; een helikopter was er niets tegen.

23u. Der Aa-Theater. Als er één plek op Eurosonic al enkele jaren een opvangcentrum voor vreemde eenden is, dan wel het wat knullige Der AA-Theater dat ook met Johan Papaconstantino zijn reputatie weer waarmaakt. Zijn familienaam deed al iets vermoeden, de bouzoukidisco (NEEN, DAT IS GEEN SITAR!) die hij brengt nog net iets meer: deze Fransman is maar wat trots op zijn Griekse roots. Fijn voor die vier Grieken in de zaal, duidelijk wat minder voor de rest — zelden zagen we het theater zo snel leeggespeeld worden, en we begrijpen dat ergens wel. De chille Buscemimuzak van de Griek, zijn lijzige zang,… het zal allemaal wel heel erg goed werken op een gemoedelijke barbecue, maar daar zijn we nu niet. Zelfs met een opwarmende aarde blijft dit fucking winter, en zijn gedachten aan een goeie braai veraf.

00u. Der Aa-kerk. We zitten nu volop in het rariteitenkabinet, en daarin is Antti Paalanen een pronkstuk. “Me halutaan melota!” laat hij de zaal in het Fins scanderen, en hij legt er een lichtvoetige accordeonriedel onder. Het is eens iets anders dan de dreigende drones met keelzang die hij net ervoor serveerde. Het is làchen maar dat vergaat (lt) naast ons al snel en ze kreunt: “ik krijg hier een zure boombalsmaak van.” Ja, dat ook wel, en wanneer de bonkige Viking alweer richting doemerig en donker gaat, wordt het zelfs een beetje griezelig. Rare, ràre gast, deze Fin.

00.30u. De Drie Gezusters. Geen betere locatie dan De Drie Gezusters voor een off-festival showcase van Never Mind The Hype, en een vuil klinkende noise rockband als Abdomen. Sinds het winnen van de Kleine Prijs van Friesland is het trio nog maar moeilijk weg te denken uit de Friese alternatieve muziekscene, en met een combinatie van punk, garage en grunge — horen we daar niet voortdurend de Nirvana van In Utero? — zorgt Abdomen alvast voor een dikke lading geweld. Origineel is het allerminst, maar heerlijk energiek en jong geweld om langzamerhand richting dageinde te gaan wel.

01.15u. Vera. Nieuwsflash: de jaren tachtig hebben Wit-Rusland bereikt, en dat heeft zo zijn muzikale gevolgen. Als was de tijd blijven stilstaan sinds het moment dat de rookmachines betaalbaar werden en Andrew Eldritch er zijn bestaansreden in ontdekte, zo doemt Molchat Doma op uit de mist. De drumcomputer trekt aan, een synthriedel danst monotoon op een tegel, een bas graaft een kuil, en daar staat aan de microfoon iemand die zowaar op Vladimir Poetin lijkt. Zo moet het dus gevoeld hebben toen onze New Wave-nonkel veertig jaar geleden in een bandje speelde.

Drie nummers lang boeit Molchat Doma, daarna zijn de goeie melodieën op, en is het tijd om de bedstee op te zoeken. Wanneer we teletijdmachine Vera buitenstommelen, hangt op straat maar één vraag: “is de koude oorlog al gedaan?”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =