Tunng :: Presents … DEAD CLUB

‘DEAD CLUB’. Het klinkt niet gezellig. Het probeert het wel te zijn, maar het lukt niet. Een plaat lang mediteert Tunng over de dood, en dat doet het met behulp van filosofen, schrijvers en andere patholoog-anatomen. Het werkt zelden écht, en het duurt net als de dood eindeloos.

Hoe Tunng de tijd sinds comebackplaat Songs You Make At Night heeft gevuld? Niets bijzonders, eigenlijk. Beetje getourd, wat thuis gelummeld, soep bereid, praatje met de buren, oh, en een podcast over de dood gemaakt. Dat doet een mens immers als hij Max Porters rouwboek Grief Is The Thing With Feathers heeft gelezen. Of dat deed toch Sam Genders, de teruggetrokken bard achter Tunng. Want “Death Is The New Sex”, iets waar we niet over praten.

En dus deed Genders net dat. Hij begon die podcast, nodigde Eminent Volk uit als die Porter, Dame Sue Black – die jarenlang het Schots forensisch instituut leidde – en filosoof AC Grayling. Het materiaal daarvoor wordt doorheen DEAD CLUB geweven, en het is die laatste die mag beginnen met een verhaal over hoe het Braziliaanse Warivolk zijn doden opeet. De smakelijke openingszin ligt echter in Genders mond: ‘Lay you on my kitchen table/ Cut you open tenderly’. Wat volgt bouwt op als een mantra: ‘Eat the anger and the kindness / But most importantly: your love’.

‘It’s not a record, it’s a discussion’, zegt die andere frontman Mike Lindsay. Mogen we nu al vermoeid zijn? Ja, al moeten we toch minstens een paar keer luisteren voor we echt mogen afhaken. En zie, dan houden we toch wel een paar dingen over. “Death Is The New Sex”, met zijn rondzingend folkmotiefje, bijvoorbeeld, een nummer dat zo vintage Tunng is dat er op rommelmarkten grof geld voor wordt gevraagd. En ook “The Last Day”, ingeleid door die Sue Black, mag er zijn; goeie melodie, een ritme dat op ‘gezellig vooruit’ staat. En ook ‘SDC’, , met het soort samenzang waar Tunng al jaren op teert, over het leegmaken van het huis van een overledene, weet nog te begeesteren, net als het huppelende “The Last Day”, dat iets moois doet met de discrete hulp van een klarinet.

Maar de dood komt altijd in slecht gezelschap, en in het geval van Tunng heet dat dan bijvoorbeeld “Tsunami”; het type nummer waarvoor het woord ‘gezemel’ is uitgevonden. “Three Birds” is het soort aftelrijmpje waar Tunng ook altijd in heeft gegrossierd; het waren altijd de skipmomenten. En “A Million Colours” vecht ondanks aanstekelijke drums tegen gaaplust, terwijl het Franse slotwoord van Tinariwen-frontman Ibrahim Ag Alhabib een vervelend lange soundbyte is in wat ondertussen als een doctoraatsverhandeling begint aan te voelen.

Schmaltz loert op DEAD CLUB om elke hoek, tranerigheid is het opgekrulde tapijt waarover voortdurend wordt gestruikeld, nog het meest op de ondraaglijke aanstekerballad “Scared To Death”. Her en der voelt DEAD CLUB nog wel als een warme arm die om de schouder wordt geslagen – we denken dan aan het delicate “Carry You” – maar God, wat duurt deze affaire lang. In de eindspurt komt Porter nog twee kortverhalen voorlezen die hij speciaal voor deze plaat heeft geschreven, en zowel “Man” als “Woman” zijn niet meer dan dat: literaire intermezzi met een nietszeggende muzikale achtergrond.

‘Dit is een podcast, dit is poëzie, dit zijn kortverhalen, dit is een onderzoek’, gaat Lindsays opsomming verder. Neen. Dit is gewoon een rommeltje, dat met goeie bedoelingen verzopen is in een zee van ernst. En dat is vooral jammer, want met Songs You Make At Night had Tunng net laten horen dat het wel degelijk de moeite loonde om na vijf jaar uit winterslaap te komen. Dan heeft het geen zin om ons hiermee terug naar af te sturen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + negen =