La Odisea

Beeld je in dat de slapstick van Charlie Chaplin, de vrienden uit The wedding Ringer en een plan zoals in Eigen Kweek, samengebracht worden in één film. Et voila, La Odisea is een feit! Sébastian Borensztein kreeg hiervoor een ‘Goya’ (de Spaanse tegenhanger van de Oscars) voor Best Ibero-american Film. Deze week gaat de goedlachse film in première in de Belgische zalen.

Fermín Pelassi (Ricardo Darin) en zijn vrouw Lidia (Veronica Llinas) willen samen met enkele dorpsgenoten een bedrijf opstarten. Wanneer ze hun verzamelde geld op de bank willen zetten, verdwijnt de ongure bankdirecteur met al het geld. Na een bekentenis van een naïeve bankbediende, ontdekken ze dat de jurist Manzi (Andrés Parra) al het geld gestolen heeft. En dankzij de bekentenis van een oude man aan een verpleegster, weten de sukkels dat Manzi het geld verstopt heeft in een kluis op een afgelegen gebied. Samen smeden ze een plan om hun spaarcenten terug te krijgen. En wie zou ooit gedacht hebben dat de vorm die dat plan vervolgens aanneemt zou gebaseerd kunnen zijn op How to steel a million, een komedie uit de late carrière van de grote Hollwyoodvakman William Wyler.

Dankzij An der schönen blauen Donau van Johann Strauss II, wordt de toon van de film meteen gezet. We zien bij de start van het verhaal meteen een stukje van de uiteindelijke afloop, met een majestueuze ontploffing als climax. Vanaf dat moment wordt de plot deels via een voice-over verteld door Fermín. Centraal in de film is het begrip ‘sukkel’ en dat mag je hier wel heel letterlijk nemen. Aan twee idiote broers wordt een coöperatie uitgelegd via de metafoor van een chocoladetaart en diezelfde broers zijn meer bezig met het nieuwste gsm-model in plaats van het stelen van hun geld. En als kers op de taart verzamelt Fermín hun honderdduizenden euro’s in een schoenendoos.

Borensztein behaalde waarschijnlijk zijn Goya door duidelijk inspiratie te halen uit de openingsscène van Blue Velvet, de cultklassieker van David Lynch uit 1986. Daarnaast is er de troef van de muziek van Federico Jusid die de kijker meteen in Argentijnse sferen bracht. Helaas mis je als toeschouwer soms de reden waarom ‘de sukkels’ koste wat kost hun geld willen terugstelen, motivatie is soms ver zoek. Gelukkig werden op het einde alle vragen netjes beantwoord.  Zelfs een pietepeuterig detail dat in het midden van de film voorkwam, werd in de allerlaatste shot nog eens aangehaald, en wel op geniale wijze.

Borensztein slaat er dus samen met co-scenarist Eduardo Sacheri in een enigszins genietbare misdaadkomedie op het grote scherm te brengen, maar om eerlijk te zijn is dit eerder een matige fusie van Mr. Bean en Robin Hood dan een potentiële kaskraker waar nog jaren over gesproken zal worden. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 7 =