Bonnard, Pierre et Marthe

Auguste Rodin en Camille Claudel, Francis Bacon en George Dyer, Rik Wouters en Nel. Het zijn slechts enkele voorbeelden van kunstenaars en hun muzes. Ze verhouden zich tegenover elkaar als yin en yang. Vaak kunnen ze niet met, maar ook niet zonder elkaar leven. In het geval van Rodin en Claudel verliep de relatie bijzonder stormachtig, George Dyer pleegde zelfmoord twee dagen voor de opening van een grote retrospectieve van Bacon en bij Rik Wouters en zijn Nel kunnen we voor de verandering zowaar spreken van een gelukkig, harmonieus huwelijk. De Franse regisseur Martin Provost voegt nu aan dit illustere lijstje Pierre Bonnard en Marthe toe. Het eindresultaat is een opvallend genuanceerd portret van dit koppel dat veel typische kunstfilm clichés naar de prullenbak verwijst.

Provost is vrij goed geplaatst in het sober weergeven van een kunstenaarsleven. Zijn Séraphine uit2008 blonk op dat vlak uit in een schrijnend gebrek aan hoogdravende bespiegelingen over kunst en in het belichten van een kunstenaar die weinig ‘sexy’ is voor het grote publiek (lees: te onbekend). Met dezelfde basisingrediënten gaat hij nu aan de slag in Bonnard, Pierre et Marthe. Opnieuw krijgen we een artiest voorgeschoteld die bij de meesten onder ons niet direct een belletje doet rinkelen. Dat komt omdat Bonnard en Les Nabis, de avant garde groep waartoe hij behoorde, een nogal ongemakkelijke spreidstand uitvoerden tussen enerzijds het veel bekendere impressionisme en het baanbrekende modernisme. Vaak zijn dergelijke figuren gedoemd om gevangen te zitten in hun tijdsgewricht en enkel de interesse van kunsthistorici op te wekken. Tegelijkertijd zorgt dit bij een verfilming ook voor een grotere artistieke vrijheid waar cineasten zoals Provost dankbaar gebruik van maken.

Hoewel er al tientallen films bestaan over kunstenaars en hun muzes, is dit een van de weinige waarin beiden in de filmtitel worden vermeld. Doorgaans overvleugelt de bekende kunstenaar zijn muze. In de openingssequentie worden we meteen geconfronteerd met een van de basisproblemen van een muze: het fysieke uithoudingsvermogen om te poseren is zelden recht evenredig met de creatie van een kunstwerk. Wie hier een wondermooi, maar ook extreem voorbeeld van wil zien, raden we zeker La Belle Noiseuse van Jacques Rivette uit 1991 aan. Uiteindelijk is het een geven en nemen, een aantrekken en afstoten. Desnoods tekent de kunstenaar zijn muze als ze slaapt. Marthe wordt vervolgens ook geïntroduceerd in de vriendenkring van Bonnard. Daaronder bevinden zich klinkende namen zoals Claude Monet. Hoewel de contacten  doorgaans hartelijk verlopen, wordt ze door sommigen zoals de Frans-Poolse pianiste Misia Godebska niet voor vol aanzien. De confrontaties tussen de twee vrouwen levert dan ook zinderende cinema op.

Als er zich in de tweede helft van de film een concurrente aandient, snijdt Provost een ander basisprobleem van een muze aan: vroeg of laat word je vervangen door een ander. De regisseur speelt hierbij niet alleen met het verwachtingspatroon van zijn publiek, maar ook met die van de veel jongere Renée die komt aanwaaien in het atelier van Bonnard. ’Bent u L’Indolente’? ‘Uw man heeft van u een mythe gemaakt’, kraamt kersverse muze Renée uit. ‘Tja, deze muze kruipt nu achter haar kookpotten, anders hebben we geen eten’, antwoordt Marthe droogjes. Zowel de kijker als de muze worden hard met de voeten terug op de grond gezet. Het is dus niet allemaal rozegeur en maneschijn in het vrijzinnige kunstenaarsleven. De Belgische Cécile de France acteert de pannen van het dak en krijgt bovendien de gelegenheid om dat te doen van de jeugd tot de dood van Marthe. Provost schildert hiermee niet enkel het globale portret van een sterke vrouw, hij versterkt bovendien de eigenwaarde van zijn hoofdactrice wat het geheel een extra feministische toets geeft. Net als Marthe in de filmtitel, staat Cécile de France ook letterlijk en figuurlijk naast haar regisseur. Naast het schitterende acteerwerk, kunnen we ook genieten van de prachtige tableaus van chef foto Guillaume Schiffmann. De idyllische shots aan de oevers van de Seine, waar Pierre en Marthe naakt rondzwemmen, zijn doordrenkt van een complexloze, vrolijke erotiek die we al lang niet meer hebben gezien in de cinema.

Bonnard, Pierre et Marthe geeft ons een bijzondere inkijk in de dynamiek tussen de kunstenaar en zijn muze. Door de jaren heen leren ze, met vallen en opstaan, dat ze voor elkaar gemaakt zijn. De ultieme zoektocht naar schoonheid wordt zo ook de ultieme zoektocht naar elkaar. Provost heft hiermee de vraag op hoe het is om de vrouw van een kunstenaar te zijn, want ze zijn één.   

7
Met:
Vincent Macaigne, Cécile de France, Stacy Martin
Regie:
Martin Provost
Duur:
123'
2023
Frankrijk, België

verwant

La Bonne Épouse

Net voordat de zalen dichtgingen tengevolge van de Corona-maatregelen,...

Seraphine

Séraphine de Senlis. Ondanks onze basiskennis esthetica en ons kloppend...

aanraders

Drive-Away Dolls

Nadat ze decennialang als tandem de filmwereld verrijkten met...

Dream Scenario

‘Nicolas Cage is de enige acteur sinds Marlon Brando...

Evil Does Not Exist (Aku wa sonzai shinai)

Films zijn doorgaans gebaseerd op een sterk verhaal, of...

Civil War

Nog voordat iemand de film gezien had, veroorzaakte Alex...

La Chimera

De in Toscane geboren scenariste/regisseuse Alice Rohrwacher vestigde op...

recent

The Jesus and Mary Chain

23 april 2024Ancienne Belgique, Brussel

Hoe moeilijk kan het zijn om een geluidsman eens...

James Brandon Lewis Quartet

23 april 2024Ancienne Belgique, Brussel

Back to Black

De titel van Sam Taylor-Johnsons jongste film verwijst naar...

Salem

De 'mean streets' van Marseille vormden al eerder het...

Stake :: ”Ik zie ons nog wel doorgaan tot we baarden hebben als ZZ Top”

We hebben het met de manager gecheckt: bedoelde hij...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in