Swans / Michael Gira :: The Great Annihilator / Drainland

Als hoogtepunt voor de ene en als teken van een nakend einde voor de andere, vormde The Great Annihilator ogenblikkelijk na zijn release in 1995 een cruciale breuklijn in het oeuvre van Swans. Nu het samen met Michael Gira’s solodebuut Drainland wordt heruitgebracht, kan worden bekeken hoe beide platen zich onderling verhouden en ook hoe ze dat doen tegenover Swans’ recente werk.

Michael Gira heeft doorheen zijn hele leven geworsteld. Geworsteld met zichzelf en zijn muze, maar ook met anderen en diens verwachtingen. Nadat hij een gevoel van verzadiging had uitgesproken over het maken van rudimentaire no-wave en de daarmee gepaard gaande volumes, stuurde hij Swans vanaf de late jaren tachtig radicaal andere richtingen uit: akoestische folkelementen werden geïmplementeerd en Jarboe kreeg een prominentere rol als vocalist. Er werd geëxperimenteerd met traag opbouwende structuren, waarin meer introspectieve teksten de ruimte kregen. Dit alles zorgde voor een meewarigheid onder fans, waardoor een album als The Great Annihilator niet altijd even goed werd begrepen, of zelfs prematuur werd weggezet als soft. Maar wie onbevooroordeeld kon luisteren en doorheen de (relatieve) conventionaliteit van de nummers kon kijken, zou terechtkomen in een even brute als verontrustende mindfuck. Aloude thema’s als psychische malaise, dood en destructie werden immers van een genuanceerder jasje voorzien, met Gira als een geloofwaardige predikant of een getormenteerde metgezel in plaats van een angstaanjagend schepsel van de nacht.

Terzelfdertijd als The Great Annihilator werd ook Drainland geschreven, Gira’s solodebuut dat hij na de release een “Swans related project” liet noemen. Dat is terecht, want het album beroept op Jarboe en Bill Rieflin als vaste achtergrondmuzikanten. “Blind” is zelfs een volwaardig Swansnummer, waarin de gehele band speelt. Tegen 1995 was de scheidingslijn tussen Gira en Swans lang niet meer zo duidelijk: hijzelf zou wekenlang onafgebroken in de studio bivakkeren, terwijl bandleden langskwamen wanneer dat van hen verlangd werd. Maar daarmee houdt de verwantschap tussen Annihilator en Drainland niet op. Onderlinge verwijzingen, zoals bijvoorbeeld “Where Does Your Body Begin?” op het ene en “Where Does A Body End?” op het andere, maken een gezamenlijke heruitgave verklaarbaarder dan aanvankelijk lijkt. “Blood Promise” gelijkt qua klankkleur op “Why I Ate My Wife”, terwijl “I See Them All Lined up” verder dreunt in “I Am The Sun”. Waar het ene album eindigt, begint het andere en dat is logisch, gezien het schrijf- en opnameproces voor beide zo verweven waren.

Het uitgesproken verschil is dat Drainland soberder klinkt. Zo is “Where Does Your Body Begin?” in wezen hetzelfde als “Where Does A Body End?”, maar dan gestript van zijn industriële ondertoon en pompende kracht. Contradictorisch is het net de uitgeklede versie die de meeste huivering opwekt. Ook “Unreal” spreidt zich uit als een dikke zwarte mist waarin het onbehaaglijk dwalen is. Waar akoestische platen weleens comfort en troost kunnen bieden, doet Drainland dat helemaal niet: Gira hangt ergens tussen lijzigheid en cynisme, wat in de achtergrond versterkt wordt door Jarboes ontstemde kreten en kille instrumentatie.

Daardoor kan het album meer doorzettingsvermogen vragen dan zijn grote broer, alhoewel beide verraderlijk toegankelijk lijken ten opzichte van de post-2010 releases. “Celebrity Lifestyle” is meer mainstream dan alles wat de band ooit maakte, waardoor de beschreven zelfzucht minder ziekelijk lijkt. “Killing For Company” had dan weer gepast op Metallica’s Black Album en Jarboes vocalen zorgen voor een speelsheid in het beukende ritme van “I Am The Sun”. Het gebruik van vrouwelijke stemmen als enerzijds rustgevende en anderzijds bevreemdende factor is wel iets wat Gira later zou uitdiepen, zoals met de zang van zijn dochter Saoirse in “You Fucking People Make Me Sick”, of met die van Cold Specks in “Toussaint L’Ouverture”. Het geeft slechts te kennen dat Swans anno 1995, ondanks zijn kennelijke directheid, wel al een glimp liet zien van het meerkoppige, vuurspuwende gedrocht waartoe het zou uitgroeien in zijn derde decennium. En hoewel Annihilator, na The Seer, To Be Kind en The Glowing Man, geen waar hoogtepunt meer te noemen valt, is het een onmisbare link om Michael Gira en Swans ten volle te begrijpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =