Strand Of Oaks :: Hard Love

Strand Of Oaks verheft zijn sound tot iets potenter en ongedwongener. Enkele kleine uitschuivers buiten beschouwing gelaten, valt daar niet echt kwaad om te zijn.

Als je hem ontmoet, lijkt Tim Showalter wel een soort geluimde goedzak met Pfaffiaanse Sympatico-allures die elk eenzaam tooghangerbestaan kan verlichten, al was het maar voor even. Hij kan worden omschreven als impulsief, luid en weinig verfijnd — zoals de meeste van zijn nummers klinken. God schept de dag en Showalter gaat erdoor, zo lijkt het wel. Maar wat dan met de achteloze emotionaliteit die steeds doorheen zijn teksten waart? Doorbraakalbum HEAL was immers een zelfhulpproject, met een verregaande therapeutische betekenis. De baardige bard zat in een dip en liet niet na dat van de daken te schreeuwen. Het fatalisme dat daaruit volgde, was zelfs een tikkeltje gênant. Maar, op die golf van gierende gitaren klonk het wel lekker. Met Hard Love wordt de gekende openhartigheid niet verlaten, al is er iets veranderd. De ondertoon van zelfbeklag heeft plaats geruimd voor strijdbaarheid en daar heeft de plaat alle baat bij. In negen songs geeft Showalter blijk van een onweerstaanbaar verlangen naar iets echt, iets vleselijk in een wereld die steeds meer artificieel aanvoelt.

Showalter is nooit een voorvechter van subtiliteit geweest en in dat opzicht spant Hard Love de kroon. De meer folky Neil Young-invloed van vroeger is niet meer te horen en alles wordt aan face value aangeleverd. Zo wordt meermaals een soort van stadionbombast aan het gebruikelijke sentiment gelinkt. In het geval van eerste single “Radio Kids” werkt het wel — en daar zit de ‘it-was-the-best-time-of-our-lives’ toon voor iets tussen — maar elders slaat hij de bal mis. “Everything” is een log aandoend vehikel en “On The Hill” had wel kunnen floreren in een strakkere productie, maar verzuipt in overdaad.

Contrasterend tegenover al die uitgelatenheid is er “Cry”, een pianoballade over de pijn die onafwendbaar in een voortschrijdend huwelijk sluipt. Het nummer fungeert als tweespalt tussen de twee albumhelften maar geeft vooral te kennen dat Showalter ook tot soberheid in staat is. Nochtans zijn Hard Love’s sterkste momenten diegene die tussen de twee uitersten vallen. “Quit It” maakt schoon schip op dezelfde manier als Admiral Freebee’s “Ever Present” dat ooit deed. Het is een zinderende road story die helderheid en kracht reclameert in momenten van persoonlijke duisternis. En dan is er afsluiter “Taking Acid And Talking To My Brother”, die terugblikt op het herstel van Showalters broer na een hartfalen. Psychedelica en levendige reflecties gaan hier hand in hand en zorgen voor een laat hoogtepunt.

De grootste sterkte van Hard Love is dat het de krampachtige zwaarmoedigheid van zijn voorganger achterwege laat. Zo blijft het een spontane en makkelijk uit te zitten rit waarin Showalter weigert op veilig te spelen. Al houdt zoiets ook risico’s in: heel af en toe drijft hij zijn enthousiasme te ver door en gaat hij als een onstuimige peuter tegen de vlakte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × twee =