Hypochristmutreefuzz :: Hypopotomonstrosesquippedaliophobia

Een album dat tussen noiserock, jazz en hiphop zweeft, maar toch vooral groove als rode draad heeft? En o ja, ook angst. Welkom in de eigenzinnige wereld van Hypochristmutreefuzz.

Hun debuut-ep — verschenen in 2015 maar de nummers erop waren veel ouder — kan je nog thuisbrengen tussen de gekte van Zappa, Pere Ubu en Albini. Anno 2017 lijken deze minder van tel: de band met de lichtjes onuitspreekbare naam heeft een eigen stijl gevonden door vooral alle regels aan zijn laars te lappen. Maar hopelijk hebben we nu niet te veel verklapt.

Even terug naar 2015. In dat jaar haalde Hypochristmutreefuzz zelfs The Guardian, en kon ook The Quietus zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken steken na een opgemerkte passage op Glimps — de paragraaf kreeg de titel “Gekke rock om op te dansen”. Niet alleen de gestoorde lichtshow, maar ook het nummer “The Spitter” viel toen al in de smaak. “Minder gevaarlijk en fuzzy dan vroeger werk (…) een sarcastische popsong”, zo klonk het toen.

Nu wordt bewezen dat het niet bij dat ene nummertje bleef. Meer zelfs: Hypochristmutreefuzz doet meer dan gewoon op hetzelfde elan doorgaan en laat het geluid in alle richtingen rondspatten. Er zijn nummers die je sterretjes doen zien (“Finger”), je omverblazen (“Hypochondria”) en spastisch doen rondspringen (“Elephantiasis”). Of alles samen (“Guns Smile Blood”). De plaat geeft dus een iets andere indruk dan een (claustrofobische) live-ervaring. Het uiteindelijke doel lijkt wel elk genre een verrassende draai te geven. Schotten opblazen dus.

Ramses Van den Eede, u kent hem misschien als de met tl-lamp in het publiek springende frontman, hij is ook dé songsmid. Zijn muzikanten zijn als het ware trouwe volgelingen, maar wat een talenten. Elias Devoldere (drums) en Sander Verstraete (bas) vormen een verwoestende ritmesectie. Aan de gitaren van Jesse Maes in “Gums Smile Blood” loop je bijna verschroeiende brandwonden op. Idem voor “Hypochondria”, met daarin nog eens donderende elektronica van Thijs Troch en een sublieme vocale bijdrage van Lien Moris (Piquet). Live kan zo’n nummer een epileptische aanval garanderen.

De jazz/mathrock in ”Chromakalim” neigt zelfs naar The Dillinger Escape Plan. Een saxofoon was hierin niet misplaatst geweest — misschien een ideetje om live uit te proberen? In “Music Of Spheres” blijft een haast onhoudbare onrust onder de bodem smeulen, “Clammy Hands” is bijna elektronische hiphop. En dan is er nog minimalisme met psychedelische neigingen (“Don’t Drown”). Op het einde wordt de luisteraar totaal onverwacht tegen de grond gemept (“One Trick Pony”).

Hypopotomonstrosesquippedaliophobia — de titel betekent … angst voor lange woorden — is veel meer dan lawaaierige waanzin. De plaat schippert tussen de zotheid die eigen is aan tegendraadse rock, en de uitstekende songsmederij van een geschoolde band. Best of both worlds dus. Geen wonder dat Jasper Maekelberg deze plaat onder handen nam. Bij een plaat met zo’n dynamische kop en dito staart (“The Spitter”) kan je niet anders dan op de repeatknop duwen. Het jaar kon niet beter starten voor de Belgische muziek. Deze plaat legt de lat meteen hoog — nee! — torenhoog. U durft toch ook?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + elf =