Alcest :: Kodama

Dromers, je moet ze soms een beetje laten doen. Ze hebben het al moeilijk genoeg tegenwoordig. Maar wat als zo’n dromer toch vooral verdwaald lijkt, wat doe je dan?

Alcest is altijd een beetje een rare band geweest: te soft en uitgesproken gevoelig voor (black)metal, te zweverig en weinig concreet om echte postrock genoemd te worden, maar ook weer te stevig voor shoegaze. Neige, de man om wie de ‘band’ Alcest uiteindelijk draait, is altijd te veel die dromerige jongen achteraan de klas gebleven om echt voluit de harde weg op te gaan. Escapisme was waar het om draaide bij de man die zijn debuut tien jaar geleden Souvenirs d’un autre monde doopte. Voor Alcests laatste worp, Kodama, haalde de Fransman zijn inspiratie dan weer in Japan, en meer specifiek bij de films van Hayao Miyazaka. Gevraagd naar wat hem zo aantrekt in die cultuur, loofde Neige vooral de manier waarop de Japanse cultuur, ondanks de hypertechnologische wereld die haar omringt, toch gebaseerd blijft op spiritualiteit, natuur en rust. Escapisme, inderdaad.

Als u wilt, kan u zich van dat bredere concept natuurlijk helemaal niets aantrekken en u in plaats daarvan puur op de muziek richten. Voor de vorige plaat van Alcest, Shelter, haalde onze (lh), ondanks de redelijk positieve eindbalans, ook de woorden “lichtjes geforceerd” en “mossel noch vis” boven. Dat geldt spijtig genoeg ook voor deze Kodama, maar dan nog feller dan voor zijn voorganger. Alcest wou met deze plaat namelijk terugkeren naar zijn oudere, hardere geluid. Tegelijk zegt Neige beïnvloed te zijn geweest door een heel scala aan diverse bands, van Tool over Cocteau Twins tot Grimes en Explosions In The Sky.

Uiteindelijk horen wij toch vooral die laatste band doorklinken. En net zoals dat op Shelter met shoegaze het geval was, zal iemand die een beetje vertrouwd is met het genre en platen van pakweg If These Trees Could Talk, Red Sparowes of April Rain in de kast heeft staan, hier ook niet zo heel veel nieuws kunnen uithalen. Natuurlijk kan je dat van een heel groot gedeelte van de hedendaagse postrock zeggen, een genre dat er spijtig genoeg amper in slaagt iets verrassends of lichtjes vernieuwend te produceren, maar toch. Het is ook geen toeval dat Alcest binnenkort met Mono tourt, nog zo’n band die zich specialiseert in platen die op zich wel emotioneel hard kunnen aankomen, maar nul originaliteit in zich dragen. Zeker nu andere bands met een achtergrond in allerlei black-genres (vult u zelf maar aan) er veel beter en origineler in slagen dat geluid open te trekken met invloeden uit allerhande genres. Deafheaven is natuurlijk een makkelijke naam om hier te laten vallen, maar ook ons eigenste Oathbreaker is zijn roots al lang ontgroeid. Het mag tegenwoordig dus wel wat meer zijn.

Wat u dan wél krijgt? Stevige postrock en emotionele postmetal die uiteindelijk wel degelijk genoeg blijft om even van te genieten. Titelnummer en reus van een opener “Kodama” biedt bijvoorbeeld fiks rifgeweld, een tremolo op zijn tijd en de kenmerkende sferische zang van Neige. Efficiënt is het wel. In het midden wordt u zelfs even op het verkeerde been gezet wanneer de band de woeste geluidsstorm even bedrieglijk laat liggen, om daarna des te hard uit te halen. Vanaf “Eclosion” wordt pas echt duidelijk wat Neige bedoelt met een terugkeer naar hun blackgaze-verleden, wanneer hij je – na een meer dromerig stuk, hij kan het uiteindelijk echt niet laten – de oren van het lijf begint te schreeuwen en de drums in de verte helemaal losgaan. Geen voer voor bij het ontbijt dus, maar onder een nachtelijke koptelefoon des te genietbaar om frustraties over deze rotte wereld even uit te schreeuwen.

De rest van de plaat volgt grotendeels hetzelfde patroon: meer sferische stukken (maar nog steeds stevig sferisch, het blijft wel Alcest) worden afgewisseld met gekrijs in combinatie met een batterij blastbeats. Enkel “Untouched” leunt echt een volledig nummer lang op pure golven emotionaliteit, en is maar net lang genoeg om niet te gaan vervelen. Slotnummer “Onyx” is wel een opmerkelijke afsluiter, wegens een totaal gebrek aan opbouw. Hier overheerst enkel noise, de drone die alle geweld te ruste mag leggen. Kodama laat je op die manier achter met een dubbel gevoel: enerzijds is ze verre van slecht en valt de plaat best wel te smaken voor fans van de band en het genre. Anderzijds is dat genre ook deels al zo verzadigd, en zijn andere bands die zich aan kruisbestuivingen wagen al zoveel verder daarin, dat Kodama ook nergens méér wordt dan een degelijke, volgens de regels van de kunst uitgevoerde trip.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + achttien =