Alcest :: Shelter

Weg met de dubbele basdrums en diepe schreeuwen. Stéphane Paut, a.k.a Neige, gaat met Alcest nu voluit voor postrockende shoegaze. Dat levert een aantal kleine parels op, maar soms ook mossel noch vis.

“Telkens als Neige een album uitbrengt, komt het dichter bij de hemel”, schreef een vrouwelijke fan op YouTube. Zo zal Stéphane Paut, de echte naam van de bezieler en multi-instrumentalist van de band, er ook over denken. “Alcest is meer dan muziek voor mij”, benadrukt de 28-jarige Fransman telkens in interviews. Hij richtte Alcest op om — geloof het of niet — een utopische wereld, waarvan hij als kind ooit droomde, om te zetten in muziek. Hoe meer platen hij maakt, hoe luchtiger ze klinken. Dat willen de ijle vocalen in intro “Wings” meteen duidelijk maken. De toon is meteen gezet voor de rest van de plaat

Neige wilde iets van verpletterende schoonheid maken, maar zoiets kan je natuurlijk moeilijk forceren. Hij legde drummer Jean “Winterhalter” Deflandre prompt een blastbeatverbod op. Dat de sfeer voor gaat op de songs, is meteen te merken aan de vooruitgeschoven single “Opale”, die klinkt als een wandeling door dromenland . Zelf refereert Neige graag aan de vroege shoegaze van My Bloody Valentine, Slowdive en Ride, maar wij moeten bij “Voix Sereines” vooral aan de bombast van Explosions In The Sky en Sigur Rós denken. Het nummer bloeit gemoedelijk open als een langzaam opkomende zon.

“La Nuit Marche Avec Moi” neigt nog het meest naar de vroegere, meer rockende Alcest-sound. Maar wanneer er iets te veel wordt ingezet op het woord ‘sfeer’, gaat Alcest bijna slaapverwekkend klinken, en dat is normaal gezien een complement in shoegazetermen. “L’Eveil des Muses” is bijna hapklare post-rock, als een lightversie van Ágaetis Byrjun. “Shelter” is zo ijl als de lucht op de top van de Mount Everest. En met “Away” — de bijdrage van gastzanger Neil Halstead mag er wel zijn — wil Alcest iets te veel de Britse shoegaze van Slowdive (duh!), Lush en The Jesus And The Mary Chain nabootsen.

Dat Neige een neus heeft voor crescendo’s en bloedmooie melodieën weten we al langer. Net die twee troeven worden volledig uitgespeeld in de hoofdbrok, en de afsluiter, van de plaat, “Déliverance”, waarin de hoofdriff je volledig wegblaast terwijl de muzikale laagjes zich stapelen en uitmonden in een (again) Sigur Rós-achtige orkestrale uitbarsting. In de laatste minuten worden de zweverige vocale lijnen echter iets te veel herhaald; symptomatisch voor de lichtjes geforceerde indruk die Shelter soms geeft.

Terwijl Alcest tot zijn vorige plaat (Les Voyages de L’Ame) nog eigenzinnig klonk, brengt hij tegenwoordig een ode aan de shoegaze. Wie het genre goed kent, zal wellicht lang naar dat tikkeltje originaliteit zoeken. Maar anderzijds: welke artiest komt vandaag nog met een revolutionair genre opdraven? De bezieler en songschrijver van Alcest mag er dan nog steeds uitzien als een metalhead, hij zou niet misstaan op Duyster. Gewoon doen, Ayco!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 3 =