Bazart :: Echo

De soepelheid waarmee onze bovenburen het Nederlands in elk muzikaal genre gieten, is ons altijd net wat minder gelukt. Van rock (The Scene, Blof) over kleinkunst (Lennaert Nijgh) tot atmosferische, experimentele pop (Spinvis, Eefje De Visser). Zo’n rijtje is bij ons moeilijker te maken over de genres heen (Meuris, Vos, Hannelore Bedert, Buurman zijn vissen in aanpalende vijvers). Bazart maakt het rijtje voortaan wat uitgebreider. Niets te vroeg.

Een van de redenen/oorzaken van dat eeuwige achterlopen is dat ellendige hokjesdenken in Vlaanderen. Een band als Blof die het Nederlands al jaren naar eigen meug kneedt, krijgt er geen voet door aan de grond hier. Onze taal doet niet alleen tekstschrijvers, maar ook muzieksamenstellers en marketingboys van de verschillende radiozenders in een kramp slaan. Het terrein tussen Blankenberge en Werchter bleef er jarenlang angstvallig braak bij liggen. De schijnbeweging met de dialectpop, waarvan op een Kowlier en Het Zesde Metaal na de excessen gelukkig wat zijn verdreven, kaderde ook daarin. Ondertussen hebben pakweg Mira en Hannelore Bedert voldoende metier om zich niet meer achter het dialect te verstoppen en AN te kneden naar hun muziek in plaats van omgekeerd.

Wanneer een band daar allemaal achteloos mee omspringt, en de muzikale muren tussen Q Music en Radio 1 en 2 met één nummer dan toch weet te slopen, gebeurt er dus iets hier. En dan kan het heel snel gaan in een Vlaanderen waar men al even gauw met elkaar in de file staat als meegaat in een hype. Gelukkig blijkt Bazart het hoofd koel te kunnen houden terwijl er ondertussen een Lotto Arena of twee à drie uitverkocht geraken en compleet misplaatste vergelijkingen met de Clouseau-mania opduiken.

Het tegendeel had echter mogen verbazen, want hun onderkoelde stadionmuziek waarbij de broeksriem gelukkig aanblijft was nog niet in onze taal te horen. De vergelijkingen met een meer in zichzelf gekeerde Eefje De Visser lopen door het opzoeken van dat weidse spaak. Bazart kiende angstvallig perfect een uiterst hippe sound uit, die nauw aansluit bij Oscar & The Wolf. Geen toeval, aangezien Max Colombie ook een (bij)rol speelde in het ontstaan van de groep. Zo hip de sound, zo hip de bandleden zelf en de verkoopstrategie: eerst een ep, ook te koop op vinyl, en Echo is al een week te downloaden voor hij in de winkel ligt. Ook dat is nieuw in Vlaanderen. Geen kerktoren te bespeuren in het gebied waar Bazart het monopolie opeist. Een band van z’n tijd.

Waar bij de concerten het zweet durft te gutsen, primeert hier de zwoelheid. Thuis of in de wagen moet het dak er niet zo nodig af. Wat blijft, is een even intelligente als sfeervolle plaat, waarmee Bazart het zich niet makkelijk maakt. Er zal gewerkt moeten worden in aanloop naar en tijdens de Arena-concerten. “Nacht”, “Kloon” en “Voodoo” zijn met hun gezapige tempo niet bepaald crowdpleasers, en mikken op een mood in plaats van op de voeten. De singles zijn in de loop der maanden het meest gerijpt, maar zowel qua opbouw als qua teksten vermijdt Bazart goedkoop effectbejag. Doorslagjes van de singles zijn niet te vinden, publieksfavorieten als “Zienderogen” blijven op de ep geparkeerd. Dat wordt sleutelen aan nieuw materiaal en de songs duchtig verbouwen om live een hele set overeind te blijven. Weinig twijfel echter dat dat gaat lukken.

Echo is immers gebald (ruim een half uur) en houdt dan ook op wanneer de aandacht toch dreigt te verzwakken. De teksten van Terryn klinken ongelooflijk soepel en zijn vooral mijmeringen over zoeken, afstand houden en verleiden. Er worden geen verhalen verteld, maar vooral veel vragen gesteld. Sfeer primeert, als in een film waar beeld en mood heldere dialogen overbodig maken. Terryn gaat ook hier slim genoeg niet krampachtig op zoek naar een onsterfelijke oneliner als “Liever snel naar de hel dan traag naar de hemel”, die nu al de status van “Als hij maar geen voetballer wordt” en “Sterren komen, sterren gaan…” in het vizier krijgt. Onwaarschijnlijk hoe fris “Goud” trouwens blijft klinken. Buiten categorie.

Zelden klonk het Nederlands dus zo sexy. Geen toeval: dit is weemoed voor de Tomorrowland-generatie, waarbij diepgang wiegend met de heupen en gesloten ogen in plaats van met het hart wordt beleefd. Een perfect debuut, in die zin dat het nog veel marge verraadt. Dat Bazart op plaat in de toekomst hopelijk ook blijft kiezen voor seks in plaats voor springpop. Dan overleeft Bazart op dit elan de hype.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =