Veertig jaar geleden haalde een groep jongeren in Heppen, Leopoldsburg, het in z’n hoofd wat lokale bandjes een podium te geven op het plaatselijke voetbalveld. Kijk waar we na vier decennia – en een twintigtal kilometer verderop – staan: een festival van wereldformaat dat jaar na jaar de grootste namen uit de brede muziekwereld weet aan te trekken. Team enola wapende zich tegen de hitte om met eigen ogen en oren vast te stellen hoe het met de jarige gesteld is op tram 4.
Donderdag 14 augustus: De kindertafel
“I used to be with it, but then they changed what it was. Now what I’m with isn’t it, and what’s it seems weird and scary to me.” Nee, Pukkelpop is, zeker op donderdag, niet meer datzelfde festival waar ik kort na de millenniumwisseling voor het eerst een bloedneus gemept kreeg in een moshpit en mogelijk permanente gehoorschade opliep door koppig te dicht bij de boxen te blijven staan bij een vergeten metalband. Wat Pukkelpop wel nog altijd is: hét muziekfestival dat koppig te dicht bij de jeugd van tegenwoordig blijft staan. Iemand moet het doen. Iemand moet erover schrijven.
Nog iets wat Pukkelpop nog altijd is: een onderneming van jewelste, zeker in een tropische hitte. Op de treinrit onderweg – twee uur naar het exotische Kiewit, vergewis ik mij alweer te laat – vang ik nog wat wilde speculatie op over die zogenaamd mysterieuze act Exit vanavond. Exit is Bazart! Exit is Das Pop! Exit is Xink! Exit is nog eens Clouseau! Exit is Joost Zweegers, of nee, Stijn Meuris, of neenee, die vent van Hooverphonic! Laat de jeugd maar razen: dat opgeklopte mysterie is een gimmick die hoe dan ook op een teleurstelling afstevent. Hypes komen, hypes gaan.
Soit, keurig op tijd voor de officiële opening van de feesteditie van veertig jaar: here we are now, entertain us, Pukkelpop. Een danstempel als de Boiler om 18 uur openen op een bloedhete donderdagvooravond als vandaag: het hoeft geen tekening dat dat een ondankbare taak is. Poleen doet wat ze kan met haar plaatjes, hanteert een nonchalance die de moed der wanhoop verbergt, en wat ze kan is nog niet genoeg om de spreekwoordelijke vijf man en een paardenkop on the floor te begeesteren.
Ach ja. De kop is er even goed af, en ze heeft uiteindelijk nog altijd bijna twee uur te gaan. De nacht is nog jong, Poleen, veel sterkte. Dan maar eens piepen bij de Booth, waar op datzelfde uur Maraschino opent. Het merendeel van de vroege vogels fladdert op haar beats af, maar ook hier blijft het passief, aftasten, indrinken, uitzweten. Als het een stemronde via dansbenen betrof, dan had Maraschino wel de overwinning beet, maar opnieuw: de nacht is nog jong. Volhouden, Maraschino.
Wat moedig ik dj’s toch ook aan? Die trekken echt wel zelf hun publiek. Iets na 19 uur staat Nicky Du Soleil, de Sam Gooris-kloon you didn’t know you didn’t need, om aandacht te smeken in de Wave, de voormalige Dancehall. Zijn schlagerhitmachine trekt flink wat jong volk, dankzij …. gastverschijningen van Luc Steeno en Isabelle A. Ja, geinig in het moment, maar net zo goed potsierlijk om mee te maken dat Pukkelpop in 2025 zo vlot rijmt op Tien Om Te Zien. Ik ken flink wat vergeten PKP-veteranen die samen met mij ook niet weten wat ervan te maken. Had ik Chokri’s telefoonnummer nog maar, dan kon ik ’t ‘m zelf vragen.
Al even kant noch wal: No Prisoners in de Club als tegengif voor die Vlaamse kermis blijkt ook maar een zwaktebod. Nee, het is wachten op J. Bernardt, bijna twee uur nadat de poorten van deze hel openzwaaiden, voor iets wat een Band met Songs ressembleert. Toch kan ook Jinte Deprez niet blijven beklijven: alleen al de lokroep van een pint met een maat haalt mij uit de bezwering. Op het einde van de rit klopt J. Bernardts set alleszins, goeie muzikanten, dat dan weer wel.
Terloops laat (tdp), die maat van die pint, nog de volgende wijsheid vallen in een discussie over wie of wat Exit nu toch zou zijn: “Bazart is niet lang genoeg weg geweest.” Epic burn, dude!
Samen zetten we door, naar De Nieuwe Lichting-winnares Kaat Van Stralen. Die heeft kort door de bocht meer attitude dan songs, maar krijgt toch een ogenschijnlijk disproportionele drie kwartier toegedeeld voor haar vlotte punk. Ergens ook wel fair: ze heeft misschien wel de tofste teksten van vandaag, in het mooist gearticuleerde Belgisch-Nederlands. Naast haar “Stop met wenen” en het zo mogelijk nog sterkere “Aerobics” heeft ze ook een song getiteld “Vieze vlinder” en kijk, dat is nu eens exact het soort content waarvoor ik buiten kom. Voorbij de singles blijft er voorlopig wel nog weinig plakken, maar dat zal haar verdere opmars niet stuiten.
Waarna ik even de persruimte binnenwip om een en ander van mij af te schrijven. Zo kom ik voor het zwaartepunt van Eefje de Vissers set in de Marquee rijkelijk te laat. De finale toont een electropopsirene in een strakke choreografie die eigenlijk wat afbreuk doet aan haar kwaliteiten als singer-songwriter. Panem et circenses, geef de mensen wat ze willen, moet de Nederlandse gedacht hebben. Ze worden trouwens almaar langer, onze noorderburen: vraag maar aan dubbele meter Zep. Die maakt live breakcore door, onder andere, een basketbal op een floor tom te dribbelen. Minstens voor de fans is het meer dan spielerei.
Wanneer hij begint te paraderen met de vlag van Palestina kan ik geenszins uit ’s mans performance opmaken of dat oprecht is of gewoon meeloperij. Is steun steun, een gescandeerd “free Palestine!” een “free Palestine!”? Laat de vraag retorisch blijven, want Exit staat te popelen. Het blijkt een kroniek van een aangekondigde wat-maakt-het-ook-nog-uit: we krijgen Bazart (en ook een beetje Joost Zweegers). Hoera. Sommigen spreken hier dus van een comeback, terwijl de vorige Bazart – (tdp) had gelijk – nog maar van 2021 dateert. Het lijkt niet alleen artificieel, het is het ook, maar van het jonge volkje slaat niemand er acht op.
Aan Echt! om de muzikale meubelen te redden, maar is het, euh, écht aan de eclectische electrojazz van de Brusselaars om dat voor elkaar te krijgen? De hipperds menen hun enthousiasme alleszins, tonen overgave, maar hun muziek blijft au fond moeilijk te doorgronden. Doe mij dan maar een zijsprong naar de Beer Shack, waar de dj met (iemand wou Hindu Radio DJs voor zijn) “Don’t Look Back In Anger” zowaar voor het meest sfeervolle moment van de dag zorgt.
Mensen die in dezelfde jaren als Pukkelpop school liepen, schreeuwen dat refrein luidkeels mee, vliegen elkaar in de armen, hijsen bier de lucht in op vervlogen tijden, pinken misschien zelfs een traan weg. Goed ja, da’s van die dj weinig meer dan een makkelijke binnentikker hier, maar op ’t einde van de avond liever lekker lui dan ingewikkeld enthousiast. Niet iedereen hier is tenslotte maar half zou oud als het festival zelf.
En zo zit, wat details als Average Rob daargelaten, #PKP25 dag 1 erop. Eerlijk? Ondanks enkele schuchtere pogingen was deze donderdagavond gewoon niet meer dan de kindertafel van Pukkelpops verjaardagsfeest dat morgen echt mag losbarsten, en had hij weinig tot niets te maken met muziek als kunstuiting en quasi alles met entertainment über alles. ’t Moet een teken van de tijd zijn: ik heb uiteindelijk al een paar levensjaren te veel om jong genoeg te zijn voor Pukkelpop zelf. Alle “old man yells at cloud”-memes mogen naar het gewoonlijke adres. Bedankt en tot morgen!




Beste Evert
Pukkelpop begon op een voetbalveld in Heppen (Leopoldsburg), georganiseerd door de Humanistische jongeren…
Sorry voor ’t kort-door-de-bocht-werk, ’t is warm! Bedankt om alert te zijn!
Daar heb je natuurlijk helemaal gelijk in, Kris. We sturen Evert vanavond naar bed met de geschiedenis van Pukkelpop en hij mag er niet uitkomen tot hij die vanbuiten kan opzeggen!