Merchandise :: A Corpse Wired For Sound

Mocht je nog nooit van Merchandise gehoord hebben, snor “’Looking Glass Waltz”’ en “’Live Outside The Mirror”’ als de wiedeweerga op, of ga gelijk After the End halen bij de platenboer. Wie zijn nazomer graag wat grauwer heeft dan hij van de weerman aangeboden krijgt, heeft eind 2014 een paar maanden met bovenvernoemd album geslapen, en zal zich geenszins een buil vallen aan opvolger A Corpse Wired For Sound.

Hoewel. De initiële bibber bij het aanhoren van de titel, als betrof het een naar Tokio Hotel neigende misdaad tegen de mensheid, en bij het aanschouwen van de cover art — Justin Hawkins die niet snel genoeg de straat over was om een aanstormende mestkar te ontwijken, zoiets? — maakt ons nog steeds af en toe huilend wakker, maar zwijg stil. Ook songtitels als “’Crystal Cage”’ “’Lonesome Sound”’ en “’Shadow of the Truth”’ laten niet het beste vermoeden, maar de muziek is beter dan het boek.

De plaat opent met “’Flower of Sex”’, en gaat zo verder waar After the End eindigde. “’Flower of Sex”’, het leest als iets van The Killers, maar klinkt als een aardige update van Echo & The Bunnymen, niet in het minst dankzij het stemgeluid van zanger Carson Cox, midden op het snijpunt waar Ian McCulloch en Morrissey, die andere bard met besognes, elkaar treffen.

Nog beter is “’Crystal Cage”’, dat een b-kantje van The Triffids had kunnen zijn, en dat mits het nodige schaafwerk op Calenture niet had misstaan. Alles is zwaarmoedig bij Cox, en als het dat niet is, geeft zijn stemkleur het nog steeds die weerklank. Kan-ie op dat vlak de vergelijking met David McComb toch alvast doorstaan.

Halfweg verzandt het album evenwel in het drijfzand waar wel meer noughtiesbands in verzonken zijn. Plots moet er zo nodig elektronica op het voorplan komen, en zijn Tonight: Franz Ferdinand of, wanneer de whisky leeg is en de wanhoop nader sluipt, Telex nooit ver weg. Ook op A Corpse Wired For Sound is het niet vaker hit dan miss, met “Right Back to the Start” als lelijke eend in de bijt. De synths schurken al te enthousiast tegen Yeasayer aan, “’Right Back To The Start”’ is een elegie voor betere tijden. “’Lonesome Sound”’ staaft ons punt, wanneer het aardige rocknummer met de inventieve slide-gitaar finaal toch iets te veel XTC en iets te weinig Cure blijkt.

Ook “’End of the Week”’ worstelt met die overdaad aan loops en drumcomputers, alsof Eurythmics een woordje kwam meespreken, maar de afasie al te vergevorderd was om de chaos te vermijden. Het nummer heeft meer potentieel dan eruit komt, maar Alin Stoica heeft ook geen Gouden Bal gewonnen, en de rest van de plaat is puik.

Want hoewel “’Shadow of the Truth”’ eveneens flirtend met zwarte maagden uit donkere krochten komt aangewaaid, zit de wind gunstig — André neemt zijn vlieger mee — en geurt de lucht verrassend frisser dan de wolkenpartij doet vermoeden. Merchandise weet de synthesizers eindelijk als meerwaarde te benutten, en doet er zijn voordeel mee op “’Silence”’, dat perfect definieert hoe de band dan wel verkleurd mag zijn, maar niet verveld is.

A Corpse Wired for Sound eindigt de facto met “’I Will Not Sleep Here”’, de sleper-met-samenzang-op-akoestische-gitaar. De trage heeft intieme nachten met The War On Drugs achter de rug, en is het ondertussen klassiek geworden radiovriendelijke moment op een Merchandisealbum. ’t Zal doen glimlachen op de autoradio in de nazomerzon, maar is naar onze smaak te lang in de stroop blijven plakken om nog echt op te stijgen. “’My Dream is Yours”’ is meer een outro dan een song, en zo hoort het maar net, al had-ie perfect drie minuten korter gekund, of 25 langer gekund.

En zo meandert Merchandise verder. A Corpse Wired For Sound is een logische, maar geen noodzakelijke opvolger van het prima op zijn eentje dansende After the End, maar het klinkt vandaag als vanzelfsprekend dat Merchandise nooit een slechte plaat zal maken. Dat is een veelbelovend statement.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =