Tin Fingers + Merchandise :: 17 november 2014, Trix Club

Ergens ten huize Trix werd diezelfde avond een Radio 1 sessie gehouden, maar wie voor de rock-’n-roll kwam, moest in de Club zijn. Daar speelde Merchandise, die vrolijk haar bladeren verliezende wilg, ten dans. Met overgave, hart en branie.

Zeven seconden. Zo lang had Carson Cox nodig om de Morrisseyreferentie in ons hoofd in te wisselen voor een beeld dat de bastaard van Rick De Leeuw en Alain ‘protput’ Van Dam voorstelde. Zo volwassen als ze op nieuweling After The End klinken, zo jongensachtig doet Merchandise in het algemeen en Cox in het bijzonder aan op het podium — het mag duidelijk zijn dat de band niet van de jeugdclubblues uit thuisstad Tampa gespeend is. Hoe ver Mozzer ook moge geweest zijn, gewezen bloedbroeder Johnny Marr was in elke snaartoets dermate aanwezig dat we ons soms afvroegen of Merchandise, met haar geluid dat in de eighties apocrief, vandaag nostalgisch voelt, niet 25 jaar te laat de kleine clubs aandeed.

De setlist volgde aanvankelijk hondstrouw de tracklist van After The End. “Corridor” begeesterde niet, maar was live een naadlozer inleider dan op plaat, en nog voor “True Monument” en “Green Lady” — intrinsiek betere nummers — de bühne op mochten, was het “Enemy” dat thuis gaf. Cox liet de slungelige Hollander in zich los, Dave Vassalotti scheurde door het nummer alsof ie node ergens moest zijn. Eerste hoogtepunt. “Little Killer”, die wat droef kijkende ballerina met boksbeugelmuiltjes, hakte er naar het eind van de set — tien nummers, één toegift, alles samen net geen uur — even stevig in. Enkel “Telephone”, ook op plaat al geen primus, viel ons wat tegen als b-kantje van een b-kantje; je moet ook niet te diep zinken in het alfabet voor het potsierlijk wordt.

Merchandise heeft een verleden in de postpunk, een genre dat even dicht bij het origineel ligt als Carl Huybrechts bij het knappe blondje dat we vorige week op café tegenkwamen, maar wist dat live goed te verstoppen, zodat oudere nummers als “No You And Me” en bisnummer “Anxiety’s Door” perfect aansloten bij waar de band vandaag voor staat. “Foolish” kon wat ons betreft zelfs gerust zijn voet naast alles uit After The End, en een maatje 46 voor Telephone zetten.

De enige minpuntjes waarmee we richting Kennedytunnel — daar waar Antwerpen Midden-Brabant wordt — reden, hadden dan ook weinig met de kwaliteit van Merchandise van doen. Ja, het was zonde dat de band het heerlijke “Looking Glass Waltz” achterwege liet, net zoals het jammer was dat The War On Drugs een week eerder hetzelfde deed met ”Lost In A Dream” — als dat maar niet hip wordt. En nee, we begrijpen niet wie die diersoort is die helemaal naar Borgerhout — daar waar Antwerpen boeiend wordt — trekt om vervolgens op zweetgeurafstand van de band moederziel alleen door hun iPhoneschermpje het optreden te volgen. Maar daar kan Merchandise nu ook weer niet héél veel aan doen. Dat terzijde dus.

Sta ons tot slot toe nog een lans te breken voor Tin Fingers, dat vanavond thuis speelde, en dat voortreffelijk deed. We hebben het altijd al gehad voor muzikanten die hun instrument beheersen — niet altijd zo vanzelfsprekend als het lijkt — en hoewel Tin Fingers muzikaal een Volkswagen Up parkeert in een straat waar al wat automobielen met naam en stand bijeen staan, doen ze het op een zodanig voortreffelijke manier dat we hopen ze ooit te zien upgraden naar een vokawagen naar keuze. Postpunk, wat een koude naam voor warme bands.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 3 =