Merchandise :: After The End

After The End is een zestig minuten durend ritje op de toeristentrein door Charleroi, waarbij je pas nadat een vriendelijke bedelaar naar de gelukzalige glimlach op je gezicht vraagt, beseft dat je een uur lang niet met je ogen hebt geknipperd. Want Merchandise is ontwaken met de Manchesterblues op een nazomerdag. Op geen enkel moment tijdens het laatste decennium heeft iets ons dichter bij The Smiths gebracht. Hoe aanwezig Morrissey en Marr gedurende die tien jaar ook mochten zijn, Merchandise eet wel vlees en mengt de gegrilde kippenblokjes door het slaatje. Ik heb vaak aan Morrissey moeten denken tijdens het beluisteren van After The End, maar dat stoort niet, ik denk graag aan Morrissey.

Nooit heeft de herfst aandoenlijker geklonken dan wanneer Carson Cox ze bij elkaar croont, omdat hij, met zijn snik, toch eerder overeind blijft als bloeiende orchidee dan als sanseveria tussen verkleurde bladeren. Het is een tocht geweest om er te geraken, daar in Mambourg, want Merchandise vertrok in Metropolis anno 2030 en de treinverbinding was niet vlot. De band begon immers als een moeilijk te omschrijven punkcollectief, arty, omdat ze conventies altijd al een rem vonden, en het succes werd afgestemd op het aantal aanwezigen bij optredens – hoe minder, hoe beter. After The End klinkt, met die kennis in het achterhoofd, opvallend geproducet, maar anders dan de meeste bands die een dergelijke stap hebben gezet, is Merchandise niet geworden wat een popgroep anno 2014 is. De band koos ervoor om te vervellen tot wat een popgroep vandaag zou moeten zijn en laat net dat de grootste parallel met The Smiths zijn.

Carson Cox beweert graag dat een nieuwe plaat een zoektocht naar iets nieuws is en After The End kan in die denkoefening, VMO-gewijs, gerust gezien worden als een nieuwe band met dezelfde naam, maar je verleden ontken je nooit volledig, dus ook deze stap is tegelijk een strijdkreet. Het mogen ook wel eens gewoon akkoorden en bruggen en vrolijk meefluitbare popdeuntjes zijn die geen experiment behoeven en “In Between Days” had ook geen weerhaken nodig om het perfecte popnummer te zijn. Het hoeft geen betoog dat we ook vaak aan The War On Drugs hebben gedacht, maar ook dat deerde niet.

Om helemaal te bewijzen dat kritiek als zou Merchandise hun verleden in de etalage plaatsen hen niks kon deren, opent introductie ”Corridor” zowaar met een windgong. Gedurfd en apocrief, want eigenlijk horen we Merchandise 2.0 pas echt op “Enemy”. Het tegendraadse gegil van de gitaren en de jermiade van Morrissey zijn aanwezig en ook “True Monument”, met die overdub die Johnny Marr zo perfect definieerde, doen sterk aan The Smiths denken. “Green Lady” is eerder Talk Talk, na het kaltstellen van de synthrock – de meest wijze beslissing in zeventig jaar popmuziek, we high-fiven Mark Hollis er nog elke dag voor – en “Live Outside The Mirror”, die sleper met parels aan de voeten, Andrea Pirlo van een nummer, had op de laatste van The Antlers gemogen.

Enkel ”Telephone” is een halve misser. Overgave genoeg, maar ook 70.000 kelen die een refrein aanranden en de iets te commerciële rockradio die hen om het uur de ether in stuurt. Het is een dunne lijn tussen liefde en verraad, wisten Tröckener Kecks al en passie gedijt het slechtst langs de telefoon. Nee, dan “Little Killer”, waarin de vos eveneens de passie preekt, maar dan geloofwaardiger en beter gedoseerd. We horen The War On Drugs in de achterkamer van ons hart leave a light on in the yard for me zingen, maar we zien de verhoopte lichtinval niet wanneer we de kiezelsteentjes van de oprit oprijden.

Het hoogtepunt van After The End heet “Looking Glass Waltz”. I’m too Young to feel this Old is makkelijk uitlachbaar en had net zo goed “I Know It’s Over” of “Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me” kunnen heten, maar is tegelijk het hoogtepunt van het najaar en het geloof dat ons, klimaatopwarming of niet, minstens één besneeuwde nacht, waarin de tranen op onze wangen bevriezen, gegund is deze winter – geluk dat we heroverd hebben op volkeren die we nooit vijandig waren.

En dan moet “Exile and Ego” nog afsluiten, als was het de laatste wals op een trouwfeest. Het was niet jouw feest, al had het dat kunnen zijn, je pint is lauw geworden en je moet door de regen naar huis, maar in je hart brandt de waakvlam. En door je koptelefoon speelt After The End.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 5 =