Various Artists :: God Don’t Never Change. The Songs of Blind Willie Johnson

Toen de NASA in 1977 de Voyager 1 met een eenrichtingsticket het heelal instuurde op zoek naar buitenaards leven, werden er op een geluidsdrager een aantal geluiden vanop aarde meegegeven. Muzikanten wier werk uitverkozen was om de aliens te laten kennismaken met de menselijke beschaving, waren onder andere Johann Sebastian Bach, Chuck Berry, Louis Armstrong, Igor Stravinsky en …. Blind Willie Johnson.

“Dark Was The Night, Cold Was The Ground”, de song waarover het hier gaat, is een liedje dat met zijn onheilspellende sfeer — het is een nummer zonder tekst, enkel met wat gezoem en gekreun als vocale bijdrage — niet enkel de essentiële Southern Gothic song is. Gebaseerd op een eeuwenoude religieuze hymne vertelt het ook het verhaal van Christus’ doodsangsten in de tuin van Getsemane de avond voor de kruisiging. Het nummer inspireerde later ook Ry Cooder bij de soundtrack van de filmklassieker Paris, Texas en is volgens Jack White het non plus ultra op het gebied van slide gitaar.

Net zoals bij heel wat van zijn tijdsgenoten is er niet zo gek veel bekend over het leven van Blind Willie Johnson. Geboren in 1897 was hij een rondtrekkende muzikant die, vooral in z’n geboortestaat Texas maar een enkele keer ook helemaal tot in New York, het woord van de Heer verkondigde. In kerken, op straathoeken, overal waar het maar kon preekte hij vol overgave het evangelie. In totaal nam hij tussen 1927 en 1930 in drie opnamesessies dertig nummers op, gaande van de bewerking van traditionals tot een handvol eigen nummers. Amper dertig songs volstonden om hem onsterfelijk te maken. Al gebeurde dat wel pas jaren na zijn overlijden, toen hij opdook op Harry Smiths Anthology Of American Folk Music. In 1945 overleed hij in bittere armoede aan malaria en vond hij zijn laatste rustplaats op een vergeten kerkhof in Beaumont, Texas.

Op God Don’t Never Change brengen negen artiesten covers van Johnsons werk. De grootste naam is ongetwijfeld Tom Waits die twee covers aanlevert. Beide nummers zijn rauw en ongepolijst als field recordings en met hun nadruk op het percussief ritme sluiten ze nauw aan bij z’n werk ten tijde van Real Gone. Klinkt de bluesstomper “John The Revelator” een beetje als Waits die Waits brengt, dan slaagt hij er op “The Soul Of A Man” wel in om als een authentieke prediker te klinken. De andere artiest die twee nummers voor haar rekening neemt is Lucinda Williams. Zowel “God Don’t Never Change” als “It’s Nobody’s Fault But Mine” klinken in de handen van Williams als songs op het grensgebied tussen country, blues en gospel. Met haar zuidelijk accent — van alle artiesten op dit album is zij het dichtst van Johnsons geboortestreek afkomstig – zorgt zij voor een portie couleur local.

Blind Willie Johnson was eerst en vooral een gospelartiest, al klonk zijn gospel doorleefd als de blues van pakweg Charley Patton of Robert Johnson. Hier brengen zowel de Blind Boys of Alabama als Luther Dickinson een uitgepuurde gospelversie van Johnsons songs. Wat de nummers aan rauwheid verliezen, winnen ze in deze versies aan virtuositeit. Zeker in die van de Blind Boys is de manier waarop de zang van Jimmy Carter en Billy Bowers door elkaar geweven zijn, bloedstollend. Maar de meest verrassende naam op het album is Sinéad O’Connor. Ze mag dan tegenwoordig door het leven gaan als wandelende karikatuur van zichzelf annex menselijk wrak, met haar versie van het toepasselijk getitelde “Trouble Will Soon Be Over” laat ze eindelijk nog eens zien wat ze in haar mars heeft.

Geen kwaad woord over de covers van Derek Trucks & Susan Tedeschi of Maria McKee, maar de knapste cover van het album komt op naam van The Cowboy Junkies. Met een knap verwerkte sample van Johnsons origineel, klinkt de gejaagde blues “Jesus Is Coming Soon” van deze Canadezen als een meeslepende geloofsbelijdenis, een profetie voor de verrijzenis. Rickie Lee Jones krijgt de ondankbare taak om “Dark Was The Night, Cold Was The Ground” te bewerken. In tegenstelling tot het spookachtige, grauwe origineel kiest ze ervoor een redelijk traditionele – en van tekst voorziene – maar verder prima versie af te leveren.

Tribute albums zijn vaak een bij elkaar gegooid allegaartje van covers die verder niet veel met elkaar gemeen hebben. Voor God Don’t Never Change zijn de samenstellers erin geslaagd om artiesten te kiezen die, hoewel allemaal met een verschillende eigenheid, toch op hun eigen manier een band hebben met de muziek van Blind Willie Johnson. Door de individualiteit van diens werk is het resultaat dan ook een zeldzaamheid: een tribute album dat als een logisch geheel klinkt en dat ook op zichzelf een bestaansreden heeft. En eentje dat de niet te onderschatten invloed van Blind Willie Johnson nogmaals onderstreept.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − dertien =