The Soul of A Man




‘The Blues’ is een groots opgezette, zevendelige reeks
documentaires over de geschiedenis van het gelijknamige
muziekgenre. Een productie van Martin Scorsese, die voor elk deel
een andere regisseur aantrok, de één al wat bekender dan de andere.
Werkten onder andere mee: Clint Eastwood, Mike Figgis en Scorsese
zelf. Wim Wenders , u waarschijnlijk bekend van ‘Buena Vista Social
Club’, tekende voor dit eerste deel.

‘The Soul of A Man’ opent met een shot van de Voyager, een
Amerikaanse ruimtesonde die in 1977 werd gelanceerd met als doel
het heelal te verkennen. Wat dit met blues te maken heeft? Wel,
naast een hoop informatie over de mensheid, bevatte Voyager een
grammofoon met ‘Sounds of the World’, een verzameling
muziekfragmenten die aan eventuele aliens duidelijk moest
maken waarmee die rare aardlingen zich zoal bezighouden. Het
bluesgenre werd vertegenwoordigd door ‘The Soul of A Man’. Je hoort
uitvoerder Blind Willie Johnson (vertelstem van Laurence Fishburne)
zich afvragen waaraan hij die eer te danken heeft. Wat volgt is
zijn levensverhaal, alsook dat van zijn blues brothers Skip
James en J.B. Lenoir.

Van in het begin is duidelijk dat dit een zeer persoonlijke film
is, over drie van Wenders’ persoonlijke favorieten. In de eerste
plaats met een historische inslag, maar eveneens een ode aan het
geluid dat in de depressie van de jaren dertig aan de oevers van de
Mississippi tot stand kwam. Met dat geluid zat het tijdens het
productieproces snor voor Wenders. Geluidsfragmenten waren er
immers voldoende. Maar op het gebied van beeldmateriaal was het
huilen met de pet op. Zoals u weet, heb je, om een documentaire te
draaien, beeld nodig. En als het nog even kan, zoveel mogelijk
historisch beeldmateriaal. Wenders had echter geen uitgebreid
archief ter beschikking. De Duitser zag zich dan ook genoodzaakt
alles op nieuw in scène te zetten. Deze opnames maakte men met
camera’s uit de jaren ’20, wat er voor zorgt dat het geheel een
onmiskenbare authenticiteit uitstraalt. De originele muziek werd
later digitaal toegevoegd, waarbij men gebruik maakte van de
stokoude, originele opnames. Je hoort duidelijk dat er een plaat
afspeelt. Zuiver is het niet, maar het heeft zo z’n charmes. En
da’s maar goed ook, want een perfect geluid zou hier volledig
misstaan hebben. Wenders’ film is dan ook een knap staaltje van
hedendaagse technologie, gecombineerd met oude technieken.

Veel verhaal bevat ‘The Soul of A Man’ niet. De kenners zullen de
levensverhalen van de protagonisten wel kennen, de anderen laat ik
ze liever zelf ontdekken. Eén ding maakt de film duidelijk; blues
zingen was voor de centrale figuren geen moeilijke opgave, zij
wàren the blues. Het was voor hen niet moeilijk om weemoedig
te zingen, hopend op betere tijden. Ze leefden immers in een tijd
waar een avondje voor een blanke Amerikaan slechts geslaagd was als
die met zijn KKK-vrienden iemand mocht lynchen. Deze performers
zongen dan ook over wat ze dagelijks meemaakten, over wat hen
raakte.
Het leven van J.B. Lenoir is het meest interessant in beeld gezet.
Wenders bekent in de film dat hij voor het eerst van hem hoorde in
een lied van John Mayall, ‘The Death of J.B. Lenoir’. Door de
impact dat dit lied op zijn tijd had, besloot hij uit te zoeken wie
Lenoir was. Zijn zoektocht bracht hem uiteindelijk bij een Zweeds
koppel. Zij zijn bevriend geweest met Lenoir, en hebben twee
documentaires over hem gefilmd, één in zwartwit, de ander in kleur.
Omdat geen van de toenmalige televisiestations interesse vertoonde,
is dit de eerste maal dat die beelden te zien zijn. Ze worden dan
ook getoond zoals ze zijn opgenomen, zonder dat er aan gesleuteld
is. Geen perfecte beeldkeuzes, weliswaar: soms ontbreekt geluid,
maar wanneer er toch wat klank werd bijgezet, word je daar als
kijker van op de hoogte gebracht. Dit is vooral een eerlijk
portret, van twee mensen die er hun hart en ziel hebben
ingestoken.

‘The Soul of A Man’ is overduidelijk een film om naar te luisteren.
Daar is helemaal niets verkeerds mee, fans van de blues zullen niet
liever hebben. Maar als neutrale, niet-bluesminnende toeschouwer
komt het geheel wat te traag over. Kijk, je zal me niet horen
zeggen dat deze drie personen niet hun stempel hebben gedrukt op de
blues. Maar is het werkelijk nodig elk van hun nummers te laten
horen? Niet éénmaal, in originele uitvoering, maar drie tot zelfs
vijf maal, telkens door een andere artiest (onder wie
gererenommeerde namen als Cassandra
Wilson
, Beck en Lucinda Williams). Natuurlijk geeft dit
een beeld van de draagwijdte van de songs, maar ze halen ook
volledig het tempo uit de film.
Bovendien is dit een eenzijdig serieuze documentaire, zonder veel
franje. Nergens wordt de toon enigszins anders, nooit voelt het wat
luchtig aan. Hier en daar een grappige anekdote zou wonderen gedaan
hebben. Vergeet dus de frivoliteit van ‘Buena Vista Social Club’,
dit is bittere ernst. De zwaarheid van het hele project voelt aan
als ballast. Je voelt dan ook meer dan eens dat dit geen
bioscoopfilm is, maar een onderdeel van een geschiedenisles,
bedoeld om op tv vertoond te worden.
Ongetwijfeld een indrukwekkend tijdsfragment dus, maar veel te vaak
op het slaapverwekkende af.

Het laatste beeld vat de volledige film perfect samen. Je ziet de
aarde vanuit de hemel, Blind Willie Johnsons ‘The Soul of A Man’
speelt op de achtergrond. Op dat moment besef je dat deze muziek
alles zal overleven, door haar eerlijkheid, door de manier waarop
generaties er zich in reflecteren. Tijdloos, zoals de ruimte. Een
betere ambassadeur voor de mensheid is er niet voorhanden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 8 =