Ólafur Arnalds And Nils Frahm: Collaborative Works 

Herinnert u zich Some Kind Of Monster nog? Die film waarin Metallica uiteenviel door een knoert van een writer’s block, alcoholproblemen en egotripperij? Collaborative Works is in alle opzichten de tegenpool van die muzikale malaise. Een boeiend piepgaatje in het dynamische creatieve proces van twee avontuurlijke rasmuzikanten.

 

Urenlange Playstationsessies, filmmarathons of Champions League-voetbal, telkens met een bak Jupiler en zakken chips bij de hand: zo ziet het gemiddelde mannenavondje eruit. Dat is bij Ólafur Arnalds en Nils Frahm niet anders, maar bij deze twee boezemvrienden kruipt het muzikale bloed al snel waar het niet gaan kan. En voor ze het weten, delen de IJslander en de Duitser elkaar alweer speldenprikjes uit achter hun synths, piano’s en andere apparatuur. Arnalds en Frahm brachten met respectievelijk The Chopin Project en Spaces de laatste jaren elk nieuw eigen werk uit, maar tussendoor vonden ze de tijd om in Reykjavík en Berlijn samen de studio in te duiken. Het resultaat van die nachtelijke jamsessies zijn nu mooi samengebald op deze verzamelaar. Zo hoeft u het wereldwijde web niet af te speuren naar een obscure 7” of 10”. Handig, toch?

 

Want Collaborative Works is allesbehalve een zoethoudertje met overbodig restmateriaal. Deze studio-experimenten vormen een prikkelende dwarsdoorsnede van de sound van deze twee creatieve werkmieren. De EP’s  Loon en Stare verkennen alvast de retrofuturistische ambient die Frahm ook al liet horen op het sublieme ‘Says’ uit Spaces. Tracks als ‘Four’ en ‘Three’ cirkelen als een satelliet rond het geweldige Elaenia, het debuut van Floating Points. Zinnenprikkelende klankwolkjes die zweven tussen verleden en toekomst. De krakende beats en sfeervolle ruis van ‘Wide Open’ lonken dan weer naar de minimal techno van Pantha du Prince. En de grootstedelijke, filmische synthpop van ‘W’ en ‘M’ had zo op de soundtrack van Drive gekund.

 

Op Stare is ‘B1’ dan weer de uitschieter. Frahm is niet vies van lang uitgesponnen minimalisme en ook hier krijgen we dertien minuten borrelende synthpatronen, dubby beats, zachte drones en de treurende cello van Anne Müller die statig doorheen de ambientmist schrijdt. De EP Life Story Love And Glory bestaat dan weer uit twee improvisaties met twee piano’s en neigt meer naar de uitgepuurde intimiteit en dromerige elegantie van Arnalds The Chopin Project.

 

Trance  Frendz is ten slotte misschien wel de fraaiste illustratie van het talent en de onstilbare honger van Arnalds en Frahm. De twee besloten om een geïmproviseerd duet te filmen ter promotie van deze release, maar uiteindelijk improviseerden ze de hele nacht door. De zeven meest onverwachte en bijzondere momenten van die creatieve nocturne zijn uiteindelijk op dit tweede schijfje beland. Een ode aan het moment en een manifest voor het hier en het nu. De avondlijke sessies zijn nog verstilde piano-improvisaties, maar in het holst van de nacht voeren stervende keyboards en experimenten op analoge synths het hoge woord. A Space Odyssey met Nils en Ólafur…

 

Oké, Collaborative Works is geen echt album, maar wat dan nog? Deze verzameling studiosessies mist misschien de coherentie en structuur van een reguliere plaat, maar bevat niettemin bakken kwaliteit en onverdunde schoonheid. Bovendien tonen Frahm en Arnalds dat ze hun fans graag zien door al deze composities en improvisaties op een dubbelaar te persen. Hoog tijd dat u een wederdienst doet. Door Collaborative Works in huis te halen, bijvoorbeeld…

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 6 =