Tjens Couter :: Plat Du Jour

Een half jaar nadat debuutplaat Who Cares uit 1976 opnieuw in de winkel belandde, is nu ook het twee jaar later verschenen Plat Du Jour van Tjens Couter weer beschikbaar. Verplichte kost voor wie een zwak koestert voor platen op de wip tussen rock en punk, of interesse heeft in de aanloop naar T.C. Matic.

Plat Du Jour is stilistisch niet zo’n hutsepot als z’n voorganger, maar dat heeft dan weer als voordeel dat je een plaat in de schoot geworpen krijgt die er staat als een huis. En spraken we in onze recensie over Who Cares nog over een verzoening van blues en rock-‘n-roll waar de vroege punk in door schemerde, dan biedt deze tweede een combinatie van rock-‘n-roll en punk waar nog resten van blues in terug te vinden zijn. Dit is immers opgenomen in volle punkexplosie, toen de Britse punkbands aan hun tweede album toe waren en België kon uitpakken met The Kids. Niet dat er een massale weerklank was, maar het was het moment waarop er wel iets te beleven viel.

In ieder geval: Plat Du Jour klinkt coherenter dan z’n voorganger, als een gortdroge, snedige R&B-plaat die nog altijd met zwier en attitude tussen het werk van Dr. Feelgood, Herman Brood en Kevin Coyne slingert. Met Ferre Baelen (bas) en Rudy Cloet (drums) – samen krijgen ze credit als T.C. Band – , hebben Hintjens en Decoutere intussen ook de toekomstige ritmesectie van T.C. Matic ter beschikking, wat hier leidt tot een no nonsense-plaat die het kleurrijke artwork en geluid van voorheen inruilt voor een sober zwart-wit ontwerp en songs die eigenlijk al net zo vetvrij klinken. Minder kleur, maar wel consistenter.

Je moet dan wel niet te veel op de teksten gaan letten. Die lijken regelmatig inderhaast bij elkaar geflapt en hebben weinig om het lijf, of het moet al “I Can Dance” zijn, waarin het zingen over ‘work class ethic’ en anarchie meteen al de nodige bedenking krijgt: “The world will not be saved by any rock ‘n’ roll singer”. Elders wordt er geklaagd over de regen, gepotverteerd bij een 48-jarige melkkoe met ‘heavy knockers’ en gehint naar allerhande standaard slecht gedrag. En Hintjens, die maakt vanaf de droge punkrock van “It’s Raining” nog altijd graag gebruik van die snerende toon en dat moddervette accent (redelijk hilarisch in “I’m Allright”).

De band beperkt zich meestal tot eenvoudige stampers, die een keer opgeluisterd worden met een streep blues/boogie en wat kervende slidepartijen (“I Got To Keep”) of een hint van hoempapa (“I Wish”), maar het levert wel lekker bronstige rock-‘n-roll op, die dankzij die afwezigheid van overbodige franjes nog altijd niet achterhaald klinkt. Vooruitziend evenmin, maar een baanbrekende Belgische band moest er destijds nog van komen. Het blijft alleszins fijn om deze Plat Du Jour op de platendraaier te zwieren.

De B-kant van het album volgt een vergelijkbaar verhaal, al is de start hier vermoedelijk nog iets sterker. “Yeah Yeah” heeft tekstueel weinig om het lijf, maar is met z’n jachtige energie de ideale aanloop naar “Gimme What I Need”, sinds het verhaal de ronde doet dat de single het destijds schopte tot de jukebox van CBGB’s voorzien met een legendarisch aura, en dat is terecht. Het is met voorsprong de meest knetterende en memorabele song op het album, eentje die de behoeftigheid van Arno (want alles draait op deze plaat om ik, ik, ik) in de verf zet met een niet kapot te krijgen, taaie swagger. Eenvoudigweg de beste Belgische single van z’n tijd, of toch minstens tot The Kids op de proppen kwamen met “There Will Be No Next Time”.

Vervolgens wordt er wat gevarieerd met het meer uitgesproken bluesgetinte “Pinky Tutti Frutti”, de obligate trage ‘I’m Allright” (sic) en afsluiter “It’s Very Painful”, dat in een ideale wereld ook een hitsingle geweest was. Maar een ideale wereld bestaat niet en we mogen al blij zijn dat deze Plat Du Jour überhaupt te verkrijgen is. Het is geen verloren meesterwerk dat z’n tijd ver vooruit was, maar het is wel een cruciale schakel in de Belgische rock-‘n-roll en een van de eerste albums in deze contreien die iets meer opleverde dan wat halfbakken imitaties. T.C. Matic gaf België vanaf 1980 een eigen smoel (weliswaar met een andere, meer innovatieve sound en Jean-Marie Aerts in plaats van Paul Couter), maar de attitude en kloten, die zaten ook al op hun plaats bij Plat Du Jour.

Het album verscheen enkel op vinyl.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 1 =