Mercury Rev :: The Light In You

Zeven jaar stilte later doet Mercury Rev aan geschiedvervalsing. Na een tour waarop Deserter’s Songs integraal werd gespeeld, wordt het meest recente, avant-gardistische Snowflake Midnight resoluut terzijde geschoven, en knoopt The Light In You opnieuw aan bij de orkestrale richting waar de band na zijn doorbraak in 1998 bekend voor werd.

Het resultaat? Een lichtvoetige plaat die klinkt zoals The Secret Migration, de compleet onder de lat schietende opvolger van het geweldige All Is Dream, in 2005 had moeten klinken. Als in: het drama van zijn voorganger is weg, de nummers zijn pakkende songs, de orkestratie staat niet in de weg, en frontman Jonathan Donahue loopt niet langer verloren in het woud van zijn hersenspinsels.

Zelden heeft ie directer geklonken, immers. Donahue grabbelt nog steeds rijkelijk uit de pot natuurmetaforen, maar “You’ve Gone With So Little For So Long” en “Coming Up For Air” zijn rechtdoorzee teksten die niets van dat soort mystificatie moeten hebben. “I took a ride after you left me in pieces / Yes you did, yes you did”, gaat dat laatste nummer. Het zijn dan ook zware, moeilijke jaren geweest, naar het schijnt, en de frontman heeft iets uit te zweten, maar vraag hem vooral niet wat concreet. En dat het soms heel erg beknopt mag bewijst “Amelie”, dat niet meer dan “Amelie unlock the doors” herhaalt; het pleidooi als mantra.

Dit is echter vooral de plaat waarop Mercury Rev opnieuw de orkestrale grandeur van zijn hoogdagen ontdekt, en verder uitpuurt. Zonder een doordrukje van de klank van Desterter’s Songs te maken, schildert de groep met een ander palet eenzelfde soort schilderij: elegisch, ruraal, lichtjes psychedelisch, en reikend naar een soort schoonheid die onwerelds is. Wordt dan ook niet gevonden, maar dat is het punt niet; het is de weg, niet dat doel.

Schoon is het anders wel. Opener “The Queen Of Swans” slingert al een maand of twee rond op het internet, en is in die tijd almaar meer gaan groeien, tot dat prachtig openbloeiend refrein soms op onvermoede momenten de kop opsteekt. “Moth Light” is helemaal pretty; delicate melodie, Donahue die aan mooizingen doet, en een orkestratie die zo smaakvol probeert te zijn dat ie ongetwijfeld in smoking rondloopt.

Tussen die twee nummers gaan we van donker naar licht. Sleutelsong van die eerste helft is het peinzende “Central Park East”, waarin Donahue zich afvraagt “Am I the only lonely boy to ever walk in Central Park?”. Wat volgt is een “Emotional Free Fall”, maar daarna breekt de dageraad langzamerhand aan. “Are You Ready? (Hatts Off To Steve Paul)” is een uitbundige rocker die de voorgangers uit de sixties eert, en in één beweging de essentie van Mercury Rev samenvat: “psychedelic rock and blue eyed soul”.

En dan gebeurt er iets bijzonders. Net voor het einde grijpt Mercury Rev met “Sunflower” uitzonderlijk terug naar de tijd vóór al die orkestrale gekte begon, toen de bandleden probeerden muziek te scheppen uit een collectief delirium. Over een woest tekeergaande bas schettert een trompet en passeren atonale geluiden. Het is minder chaotisch, maar het blijft wel dat: kakofonie in het harnas gedwongen. Het werkt, als wil het zeggen: die oude Mercury Rev was zo gek nog niet.

Maar zo kan het niet aflopen. Dat moet met het uitbundige “Rainy Day Record”; een euforische ode aan vinylliefhebberij, waarin Donahue plots in een rap uitbarst. Een overbodigheidje, maar dat exces wordt hem gegund. Het heeft misschien zeven jaar geduurd, maar Mercury Rev staat er wel opnieuw.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − veertien =