METZ :: II

Ze hadden ons gewaarschuwd, de drie losgeslagen projectielen van noise punkband METZ. Hun tweede plaat zou geen verrassingen inhouden — laat staan revolutionaire genrewendingen — maar gewoon 100 procent METZ klinken. Die aanpak heeft zo zijn voordelen, maar ook zijn nadelen.

Ze zijn maar met drie, maar zanger-gitarist Alex Edkins, bassist Chris Slorach en drummer Hayden Menzies hebben live de impact van een granaatinslag. Het Canadese METZ blies ook op hun titelloze debuut in 2012 iedereen omver met minimalistische, hondsbrutale punk die knipoogt naar de hoogdagen van de grunge en nineties noise rock. Of toch een jonger publiek dat helemaal weg is van schuimbekkende rock en niet beseft dat METZ klinkt als iets wat 20 jaar voordien werd gemaakt. Amper een luisterbeurt was nodig om mee te zijn met het meedogenloze geluid en de songs die vooral frustratie uitstralen.

Maar wie al lang fan is van Mudhoney, Nirvana en consorten of de vroege nineties grunge in levenden lijve heeft meegemaakt, bleef op zijn honger zitten. Op naar de tweede plaat dan maar? De teleurgestelden zullen wellicht nog wat meer teleurgesteld zijn, want na twee jaar onafgebroken touren en hulp van Holy Fuck-lid Graham Walsh — je hoort aan de gemene productie dat hij zelf gek is van de band — komt METZ doodleuk op de proppen met een plaat die net als de eerste een halfuur durende adrenalinestoot is. En bij momenten hebben we echt de indruk dat we naar het jongere neefje van Kurt Cobain luisteren als we Edkins horen, en dan vooral in het refrein van “Wait In Line”.

Plaat nummer twee klinkt misschien zelfs nog iets rauwer dan zijn voorganger en ook iets meer catchy, maar toch gebeurt er niets verrassends. “Acetate” start met de verrukkelijke harde baslijn, die u meteen in het nummer meesleurt. En of het openingsnummer ons wakker schudt! Bij “The Swimmer” doen dissonante gitaren en primitief drumgeroffel het vuile werk. Net als “Spit You Out” is het zo’n typisch meebrulbaar METZ-nummer, telkens gekenmerkt door die monolitische riffs en start-stopmomenten. Na drie nummers hebben we het al lang door: vooral de intro’s van de nummers zijn genietbaar. Want die klinken het meest in-your-face en je blijft hopen dat er een verrassende wending komt. Niet dus.

Nog een handelsmerk, en tegelijk handicap van de band zijn de tonnen gitaarfeedback die elk nummer in het gezicht doen ontploffen. Dat zorgt ervoor dat het belang van de toevoeging van nieuwe instrumenten (hoorde u synths en tape loops?) verwaarloosbaar klein is. Zeker bij de explosieve optredens van de band zal niemand er om malen als ze vergeten worden. Terug over naar de plaat. Voor je het weet, zitten we dus aan het vlijmscherpe nummer vijf, waarin net als in “Landfill” de echo’s van rauwe live-opnames van Nirvana doorschemeren.

METZ sluit wel overtuigend af met het meest punkachtige nummer van de plaat (“Eyes Peeled”) — je krijgt er zelfs een gitaarsolo bij! — en vooral “Kicking A Can Of Worms”. Een bom van een song en punk zoals punk hoort te zijn: harder, sneller en vooral luider. Net als de landgenoten van Viet Cong, die eerder dit jaar een topschijf uitbrachten, is METZ evenmin een band die de wereld gaat veranderen, maar de eerste band leverde toch wel kwalitatievere songs af. Dus wees niet teleurgesteld als u gek was van de eerste plaat van METZ en nu het gevoel hebt nagenoeg dezelfde plaat beluisterd te hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 2 =