Metz :: Metz

Krachtige zwart-witfotografie, een geluid dat granietblokken doet splijten en songs die niet bepaald de zonnige kant van het leven behandelen. Het mag duidelijk zijn dat Metz op zijn debuut aansluiting zoekt bij de beginperiode van zijn label Sub Pop. Alleen: het mist de overtuigingskracht die het vroege Sub Pop kenmerkte.

Al moet gezegd dat Metz, puur op wat te horen valt, een flink deel van de oude Sub Pop-platen van het etiket “best rustig” voorziet. Vreemd om vast te stellen dat zelfs dat materiaal door de tand des tijds zijn status van semi-subversief heeft weten te verliezen. Wat, gelukkig, niet wil zeggen dat oude Mudhoney- en TAD-albums klinken als fossielen uit een ander tijdperk. Alleen: Metz doet er een schepje boven op.

Daarmee zet het Canadese drietal zich doelbewust af tegen de muzikale trend uit hun thuisland om met zoveel mogelijk personen een band te vormen en gelaagde, complexe muziek te produceren. Moet allemaal kunnen, volgens Metz. Maar het kan ook anders. Iemand achter een drumkit, een gitaar en een bas voor de twee andere figuren, wat microfoons om in te brullen en je bent net zo goed vertrokken.

Naar waar is niet geheel duidelijk, maar de afgrond is een van de mogelijkheden, te oordelen naar de destructieve kracht die van openingsduo “Headache” en “Get Off” spat. En een lied of drie verder, tijdens het van een oerkreet voorziene “Knife In The Water”, is het nog steeds van dat. Meer zelfs, Metz houdt zijn kunstje vlotweg tien nummers vol.

Hoe krachtig de band ook klinkt, net daarin schuilt ook zijn zwakte. Want tien songs lang zonder omzien in het rond beuken, daar is, laten we wel wezen, niet zoveel verdienste aan. Pas wanneer écht buiten de lijntjes gekleurd wordt, zoals in het bevreemdende tussendoortje “Nauseau”, dat de facto de intro vormt voor “Wet Blanket”, of tijdens de noise van verborgen nummer “–))–” wordt het interessanter. Daar laat Metz immers horen meer te kunnen dan Heel Luide Rock maken.

Nu ja, daar is op zich natuurlijk ook niets mis mee. Qua meeslepend voor de dag komen, staat Metz immers heel sterk, zoals mag blijken uit het keihard denderende “Wasted” of het uit woedende mokerslagen opgetrokken “Sad Pricks”. Alleen: na een half uurtje heb je het wel gehad met het tornadogeluid van dit debuut.

Metz zit muzikaal misschien op het juiste spoor, maar het zijn de extra’s die een band echt de moeite waard maken en die ontbreken. Hier niet de humor van Mudhoney of de verpletterende kracht van Melvins. Daardoor situeert Metz zich iets te veel in de middenmoot om met zijn luide rock een verschil te maken. Jammer, want het potentieel is in ieder geval aanwezig bij het trio.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =