William Elliott Whitmore :: Radium Death

Rootsmuziek, ontdaan van alle franjes. William Elliott Whitmore is terug.

De Mississippi is niet alleen een rivier die een grote rol gespeeld heeft in de geschiedenis van de Verenigde Staten, maar hij is — van de bron in de buurt van de Canadese grens tot aan de monding nabij New Orleans — evengoed de slagader van de blues en afgeleide muzieksoorten. William Elliott Whitmore woont al zijn hele leven op de familiale boerderij vlak bij de oevers van de Mississippi in Lee County in Iowa, een wat vergeten streek in het geografische midden van de vlakten van de Amerikaanse Midwest. Als hij niet op tournee is, (en zijn laatste echte tour dateert alweer van 2011) woont hij gewoon daar op die, ver van de drukke wereld verwijderde plek, en voorziet hij in zijn levensonderhoud door er onder andere zijn eigen groenten en fruit te telen. Verder weg van de glitter van de rockwereld kan je niet zijn, en dat is dan ook te horen aan zijn muziek, die met haar wortels nog steeds diep in de traditie verankerd zit.

De trilogie van zijn eerste albums werd gekenmerkt door een spaarzame en in traditionele folk en blues gedrenkte aanpak, waarin Whitmore zijn demonen — als tiener verloor hij op korte tijd zijn beide ouders — probeerde te verdrijven. En dat deed hij met een minimale instrumentale bezetting, waarin een centrale rol weggelegd was voor de banjo. (Even terzijde: als iemand ooit wat minachtend doet over dat instrument, laat deze persoon dan ten bewijze van het tegendeel deze albums eens beluisteren). Voeg daarbij zijn unieke korrelige misthoorn van een stem, en je hebt een artiest die authenticiteit en tijdloosheid uitademt. Op het daaropvolgende Animals In The Dark kregen we een iets voller geluid en werd de akoestische gitaar het voornaamste instrument. Met de meer politiek getinte teksten was dit album de bevestiging van het grote talent van Whitmore. Field Songs (uit 2011) ten slotte was misschien best een goeie plaat, maar ook een net wat minder geïnspireerde herhalingsoefening.

De vraag was dan ook wat we van Radium Death, zijn nieuwste album, mochten verwachten. Het resultaat is misschien wel zijn meest gevarieerde album tot nog toe. Op een aantal songs laat hij zich bijstaan door een volledige begeleidingsgroep. Zo krijgen we het uitstekende, een beetje naar countrypunk neigende, “Healing To Do”, waar de elektrische gitaar voor de eerste maal op zijn albums een prominente plaats opeist. Overigens mag dat geen verrassing heten voor wie Whitmore van wat dichterbij volgt; in het begin van zijn carrière speelde hij immers regelmatig mee met allerlei punkgroepjes. Ook op “Don’t Strike Me Down” is de elektrische gitaar prominent aanwezig, met zowaar een bijna traditionele rocksong als resultaat; nog een primeur. Het sfeervolle “Can’t Go Back”, met z’n combinatie van banjo en pedalsteelgitaar, klinkt als vergeten country uit de jaren ‘50. De titel van het album is afkomstig van sleutelsong “A Thousand Deaths” en is een verwijzing naar de arbeidsters die tijdens de eerste wereldoorlog in fabrieken in contact kwamen met het giftige radium en later opkwamen voor de rechten van arbeiders.

Maar de andere helft van het album bestaat uit songs van de Whitmore die we al langer kennen. Solo, enkel begeleid op banjo of gitaar. Songs die klinken als een verweerde traditional, alsof hij ze recht uit de modder van de Mississippi getrokken heeft. Zo is er de hoekige bluesgrass van “Have Mercy”, terwijl de meer politieke Whitmore naar boven komt in die andere banjosong “Civilizations”, over hoe de gewone mens probeert te overleven tijdens de ondergang van een machtig rijk. Gewapend met alleen een gitaar zorgt de old school country van het opgewekt klinkende “South Lee County Brew”, een soort ode aan de lokale illegaal gebrouwen drank, voor een dynamisch tegengewicht. De meest vrolijke frans is hij dan misschien nog steeds niet, maar; er wordt toch steeds meer zonlicht binnengelaten.

Met Radium Death zorgt Whitmore voor enkele accentverschuivingen, maar niet voor een radicale koerswijziging. Dat countrypunkalbum hebben we dus nog van hem tegoed. Maar voor wie houdt van oprechte rootsmuziek, is de naam William Elliott Whitmore nog steeds een label voor kwaliteitsgarantie, wat dit album nog maar eens bewijst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in